Nederlandse Grondwet:
Mr. B.-J.M. (Berend-Jan) baron van Voorst tot Voorst

foto Mr. B.-J.M. (Berend-Jan) baron van Voorst tot Voorstvergrootglas CDA-bestuurder die na een ambtelijke loopbaan en na functies in Brussel te hebben bekleed, in 1988 staatssecretaris van Europese zaken werd in het tweede kabinet-Lubbers. In het opvolgende derde kabinet-Lubbers was hij staatssecretaris van Defensie. Die post verliet hij in 1993 om Commissaris van de Koningin in Limburg te worden, wat hij tot 2005 bleef. Telg van een Gelderse adellijke familie, die meer bestuurder dan politicus was. Zijn vader was burgemeester en gedeputeerde; zijn grootvader Commissaris van de Koningin.

CDA
in de periode 1988-2005: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, Commissaris van de Koning(in)

1.

voornamen (roepnaam)

Berend Jan Marie (Berend-Jan)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Beek (gem. Ubbergen, Gld.), 7 februari 1944

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

3.

partij/stroming

partij(en)
  • KVP (Katholieke Volkspartij), van 1966 tot 11 oktober 1980 
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 

4.

hoofdfuncties

  • directeur integratie, directoraat-generaal buitenlandse economische betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1968 tot 1969 
  • medewerker Kabinet van Europees Commissaris mr. E.M.J.A. Sassen, van 1969 tot 1970 
  • directeur integratie, directoraat-generaal buitenlandse economische betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1970 tot 1971 
  • tweede ambassadesecretaris, Permanente Vertegenwoordiging Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Gemeenschappen te Brussel, van 1971 tot 1977 
  • plaatsvervangend directeur bilaterale zaken, directoraat-generaal buitenlandse economische betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1977 tot 1981 
  • plaatsvervangend chef, Kabinet van Europees Commissaris mr. F.H.J.J. Andriessen te Brussel, van 1981 tot 1985 
  • plaatsvervangend directeur-generaal buitenlandse economische betrekkingen, ministerie van Economische Zaken, van 1985 tot 26 september 1988 (vanaf 1 juli 1988 tevens hoofd directie Multilaterale Zaken) 
  • staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met Europese samenwerking), van 27 september 1988 tot 7 november 1989 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 7 november 1989 
  • staatssecretaris van Defensie (onder andere belast met materieelzaken en ruimtelijke ordening), van 7 november 1989 tot 1 juni 1993 
  • Commissaris van de Koningin in Limburg, van 1 juli 1993 tot 1 juli 2005 

5.

partijpolitieke functies

vorige
  • lid werkgroep Europa, commissie buitenland CDA, omstreeks 1988 
  • voorzitter CDA-kandidaatstellingscommissie Europese verkiezingen 1999 

6.

nevenfuncties

huidige
  • voorzitter bestuur Vlaams-Nederlands "Huis deBuren" te Brussel, vanaf december 2005 
  • voorzitter Kapittel Souvereine Militaire Hospitaal, Orde van Malta, afdeling Nederland 
  • lid bestuur European Center for Development Policy Management 
  • lid Raad van Advies Stichting "Nationaal Indië-Monument" 
  • lid bestuur Stichting "Lambert van Middelhoven" 
  • lid algemene raad "Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger'" 
  • voorzitter Orde van Malta Nederland 
  • lid destuur Stichting "Museum Land van Thorn" 
  • voorzitter Bestuur Nederlandse Kastelen Stichting 
  • voorzitter Raad van Commissarissen "Parkstad Theaters" 
  • secretaris-generaal EIPA (Europees Instituut voor Bestuurskunde) 
  • lid Raad van Commissarissen HUCO N.V. 
  • lid Raad van Commissarissen NIBA N.V. 
  • voorzitter bestuur Stichting Compensatiefonds "Vie d'Or" 
  • lid Raad van Toezicht "Huis van Bourgondië" 
  • voorzitter bestuur Stichting "Memorial Center Margraten" 
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandse Waterschaps Bank 

vorige
  • lid bestuur Nedeco (Stichting Nederlands adviesbureau voor ingenieurswerken in het buitenland) 
  • lid bestuur Koningin Emmafonds te 's-Gravenhage 
  • lid curatorium Europees instituut voor bestuurskunde te Maastricht 
  • lid adviescommissie aanstellingen, ministerie van Buitenlandse Zaken 
  • vicevoorzitter Unctad VII, van 1987 tot 1988 
  • voorzitter enkele bilaterale gemengde commissies voor economische samenwerking (o.a. Zuid-Korea, Turkije, Algerije) 
  • lid Raad van Toezicht Stichting nationaal fonds cultuurbezit, vanaf 1 november 1998 
  • lid Congres of Local and Regional Authorities, Raad van Europa 
  • voorzitter Universiteitsfonds Limburg 
  • voorzitter Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg 
  • voorzitter Mgr. Boymans Fonds 
  • voorzitter Stichting Koepelorganisatie Militaire Tehuizen 
  • vicevoorzitter Vereniging Duits-Nederlands Jeugdwerk 
  • lid Raad van Advies Maaslandse Monografieën 
  • lid Comité Veteranendag 
  • voorzitter Rijksbrede gemengde commissie Sturing EU-aangelegenheden in kader Project Andere Overheid 
  • lid VACS (Veiligheids Advies Commissie Schiphol), vanaf 15 maart 2003 
  • voorzitter interdepartementale regieteam "Feniks" 
  • voorzitter Raad van Toezicht Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit 
  • lid Raad van Bestuur Nederlandse Oorlogsgraven Stichting 

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium, R.K. "Sint Odulphus Lyceum" te Tilburg 

academische studie
  • Nederlands recht, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1962 tot 1968 
  • politicologie, Universiteit te Fribourg (Zwitserland), van 1964 tot 1965 

8.

activiteiten

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken belast met 1. aangelegenheden betreffende de samenwerking in en de integratie van Europa; 2. bilaterale en multilaterale (inclusief wereldwijde) aangelegenheden op economisch en sociaal terrein, op cultureel, wetenschappelijk en technologisch terrein; 3. verkeersaangelegenheden; 4. aangelegenheden betreffende het milieu, een en ander voorzover de minister de behandeling daarvan niet aan zichzelf voorbehield. 
  • Was als staatssecretaris van Defensie belast met 1. de aanschaf, het beheer en de verzorging van materieel; 2. het milieu, de ruimtelijke ordening en de infrastructuur; 3. de militaire werkplaatsen en bedrijven; 4. de research en ontwikkeling; 5. de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht; 6. de herziening van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht; 7. andere aangelegenheden die de minister van geval tot geval toevertrouwde. 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1991 samen met minister Ter Beek de nota 'Herstructurering en verkleining defensie' (de Defensienota) uit. In tien jaar moet de personeelssterkte van defensie met circa 40.000 afnemen. 
  • Had samen met minister Hirsch Ballin een belangrijk aandeel in de invoering van het in 1990 tot stand gekomen nieuwe militaire straf-, strafproces- en tuchtrecht 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1988 als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken een wet tot Goedkeuring van een besluit over het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen tot stand, waardoor een vierde, aan het nationaal product gerelateerde, financieringsbron voor de E.G. wordt ingevoerd 
  • Bracht in 1990 samen met minister Hirsch Ballin een - in 1989 door de Tweede Kamer aanvaarde - wijziging van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht in het Staatsblad (Stbb. 367-368). De herziening voorziet in herziening van het sanctiestelsel, waarbij de doodstraf wordt afgeschaft en bijkomende straffen van ontslag uit militaire dienst, verlaging en en plaatsing in een strafklasse verdwijnen. Er komt een scheiding tussen straf- en tuchtrecht. Het militair tuchtrecht wordt geschreven recht en bevat een regeling voor tuchtprocedure, vertrouwensman en beroepsprocedure. De Wet Militaire Strafrechtspraak (Stb. 370) vervangt de bestaande wetgeving, waaronder de Militaire Cassatiewet. Er is aansluiting gezocht bij het Wetboek van Strafvordering, maar militairen staan voor strafbare feiten terecht voor een militaire kamer, politierechter of kantonrechter. De wetsvoorstellen waren in 1981 en 1983 ingediend door resp. staatssecretaris Van Eekelen en minister De Ruiter en de ministers De Ruiter en Korthals Altes en in 1989 door de Tweede Kamer geloodst door de ministers Bolkestein en Korthals Altes. (16.813, 17.804) 

9.

wetenswaardigheden

uit de privésfeer
  • Voer in de vakantie als matroos op schepen van rederij De Vinke 
  • Zijn echtgenote is een kleindochter van R.H. baron de Vos van Steenwijk, griffier en lid Eerste Kamer en Commissaris van de Koningin 
  • Zijn vader was burgemeester van Ubbergen, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en burgemeester van Tilburg (1946-1960) 

woonplaats
Maastricht

ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 20 augustus 1993

overige onderscheidingen en prijzen
ereteken van Verdienste in goud (ministerie van Defensie), 2007

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Nijmeegse Studenten Vereniging "Carolus Magnus" (tijdens studie)

10.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • NRC Handelsblad, 27 september 1988 
  • Trouw, 28 september 1988 
  • Staatscourant, 28 september 1988 
  • W. Nieuwenhuizen, "Hoffelijk en vlijtig, maar nog onbekend; Profiel van mr. B.J. baron van Voorst tot Voorst", NRC Handelsblad, 16 maart 1992 
  • B.J.M. baron van Voorst tot Voorst". Veel gevoel voor religieuze traditie", NRC Handelsblad, 27 april 1993 

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Geldrop, 25 maart 1972 (kerkelijk huwelijk te Zwolle 15 april 1972)

echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr.Drs. J.M. Bloys van Treslong, Josina Margaretha (Josien)

kinderen
3 dochters

vader
Mr. E.H.J. baron van Voorst tot Voorst, Eduard Hendrik Joan

moeder
R.L.J.M. de Quay, Rosa Lucie Johanna Maria (Roos)

familierelaties

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home