Nederlandse Grondwet:
Artikel 17: Ius de non evocando; Wettelijke toekenning rechter

 
16 Artikel 17 18

Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

In het Engels|In het Frans|In het Duits|In het Spaans  

1.

Toelichting

In de wet staat wanneer iemand naar een rechter kan gaan. Niemand kan worden tegengehouden dat te doen. Uiteraard kunnen personen uit vrije wil overeenkomen dat een geschil op een andere manier zal worden opgelost.

2.

In eenvoudig Nederlands

Niemand kan je tegenhouden als je naar de rechter wilt. In de wet staat wanneer je naar de rechter mag.

Uitleg

In onze rechtsstaat mag niemand je tegenhouden als je naar de rechter wilt. Als je denkt dat er iets is gebeurd dat niet mag, dan kun je naar de rechter gaan. De rechter geeft je dan gelijk of ongelijk. In de wet staat naar welke rechter je dan moet gaan.

3.

Literatuur

Wetenschappelijk

  • Grondrechten en rechtsbescherming in Nederland, P.W.C. Akkermans, C.J. Bax, L.F.M. Verhey, 3e druk, Het recht op een eerlijk proces, blz. 113 t/m 120.
  • De Grondwet onder redactie van P.W.C. Akkermans en A.K. Koekkoek, Artikel 17, blz. 321 t/m 327.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over de wettelijke toekenning van een rechter binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Klik dan hier om deze online aan de Rijksoverheid te stellen. Of bel gratis 0800-8051.

5.

Internationale context

De European Commission for Democracy through Law van de Raad van Europa - ook bekend als de Venice Commission - onderhoudt een database die de constituties en belangrijke constitutionele jurisprudentie van een groot aantal landen via een zeer gedetailleerde systematische index toegankelijk maakt.

 
5.3.13 Procedural safeguards, rights of the defence and fair trial

Klik hier om deze systematische index te openen, ga naar de gewenste onderwerpcode en klik op Précis voor relevante jurisprudentie of op Const. voor relevante constituties.

6.

Ontwikkeling artikel

1798

Buiten de wettig aangestelde Magten, kan geen Burger, noch ook eenig gedeelte des Volks, eenig openbaar gezag uitoefenen. Het is alleen in de Grond-Vergaderingen, dat alle Staatkundige Regten door de Burgeren worden geöefend.

1801

De rechterlyke Magt wordt alleen uitgeoefend door Rechters, welke by of ingevolge de Staatsregeling vastgesteld zyn of zullen worden.

1805

De Regterlijke Magt wordt alleen uitgeoefend door Regters, ingevolge de Staatsregeling aangesteld. Geene Politieke Magt oefent eenigen invloed op de Regterlijke Magt uit.

1806

De Regterlijke Magt wordt alleen uitgeoefend door Regters, ingevolge de Wet aangesteld. Geene Politieke Magt vermag de onafhankelijkheid der Regters in de uitoefening van eenig gedeelte van hunne werkzaamheden te belemmeren.

1814

Ten einde aan de Ingezetenen dezer Landen te waarborgen de onschatbare voorregten van burgerlijke vrijheid en persoonlijke veiligheid, zullen de volgende regelen de grondslagen der wettelijke beschikkingen uitmaken.

  • a. 
    Wanneer een Ingezeten in buitengewone omstandigheden door het politiek gezag mogt worden gearresteerd, is hij, op wiens bevel zoodanige arrestatie heeft plaats gehad, gehouden daarvan terstond aan den plaatselijken regter kennis te geven, en voorts den gearresteerden binnen den tijd van drie dagen aan deszelfs competenten regter overteleveren.

    De criminele regtbanken zijn bevoegd en verpligt, elk in haar ressort, te zorgen, dat zulks stiptelijk worde nagekomen.

  • b. 
    De regterlijke magt wordt alleen uitgeoefend door regtbanken, welke bij of ten gevolge dezer grondwet worden ingesteld.
  • c. 
    Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.
  • d. 
    Op geene misdaad mag ten straf gesteld worden de verbeurdverklaring der goederen, den schuldigen toebehoorende.
  • e. 
    Bij criminele vonnissen, ten laste van eenen beschuldigden gewezen, moet de misdaad worden uitgedrukt.
  • f. 
    Alle vonnissen moeten met opene deuren worden uitgesproken.
1815

Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.

=
1840: art 165
1848

Niemand kan tegen zijnen wil worden afgetrokken van den regter, dien de wet hem toekent.

De wet regelt de wijze, waarop geschillen over bevoegdheid, tusschen de administrative en regterlijke magt ontstaan, worden beslist.

=
1887: art 156, 1917: art 156, 1922: art 157, 1938: art 163, 1948: art 163, 1953: art 170
1983

Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

=
1987: art 17, 1995: art 17, 1999: art 17, 2000: art 17, 2002: art 17, 2005: art 17, 2006: art 17, 2008: art 17
 
 

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home