Nederlandse Grondwet:
Paragraaf 2: Werkwijze

65.

Troonrede; Prinsjesdag

Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.

 

66.

Openbaarheid vergaderingen

  • 1. 
    De vergaderingen van de Staten-Generaal zijn openbaar.
  • 2. 
    De deuren worden gesloten, wanneer een tiende deel van het aantal aanwezige leden het vordert of de voorzitter het nodig oordeelt.
  • 3. 
    Door de kamer, onderscheidenlijk de kamers in verenigde vergadering, wordt vervolgens beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.
 

67.

Quorum; stemming

  • 1. 
    De kamers mogen elk afzonderlijk en in verenigde vergadering alleen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden ter vergadering aanwezig is.
  • 2. 
    Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.
  • 3. 
    De leden stemmen zonder last.
  • 4. 
    Over zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, wanneer één lid dit verlangt.
 

68.

Inlichtingenplicht ministers, staatssecretarissen; interpellatie

De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

 

69.

Aanwezigheid ministers, staatssecretarissen

  • 1. 
    De ministers en de staatssecretarissen hebben toegang tot de vergaderingen en kunnen aan de beraadslaging deelnemen.
  • 2. 
    Zij kunnen door de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.
  • 3. 
    Zij kunnen zich in de vergaderingen doen bijstaan door de personen, daartoe door hen aangewezen.
 

70.

Parlementaire enquête

Beide kamers hebben, zowel ieder afzonderlijk als in verenigde vergadering, het recht van onderzoek (enquête), te regelen bij de wet.

 

71.

Parlementaire onschendbaarheid

De leden van de Staten-Generaal, de ministers, de staatssecretarissen en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.

 

72.

Reglementen van orde

De kamers stellen elk afzonderlijk en in verenigde vergadering een reglement van orde vast.

 

9.

Versies

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home