Foto kabinet-Schermerhorn/Dreesvergrootglas

Ruim een maand na de bevrijding benoemt Koningin Wilhelmina dit eerste naoorlogse kabinet. Het is een 'koninklijk' kabinet en wordt ook wel een 'noodkabinet' genoemd, dat orde op zaken moet stellen na de Duitse bezetting, het economisch herstel ter hand moet nemen, en verkiezingen moet voorbereiden. Het parlement zal pas vanaf november 1945 functioneren.

Het kabinet-Schermerhorn/Drees bestaat uit ministers van de SDAP (in 1946 met de VDB en CDU samengegaan in de PvdA), de CHU'er Lieftinck (later PvdA) en RKSP (later KVP), alsmede vijf partijloze ministers, van wie er later twee PvdA-lid werden. Minister-president Schermerhorn is afkomstig uit de kring van de VDB (later PvdA). Het treedt op 25 juni 1945 aan.

Nadat†op 16†mei 1946 de Tweede Kamerverkiezingen hebben plaatsgevonden, vraagt het kabinet ontslag. Na de vorming op 3 juli 1946 van het kabinet-Beel I verleent de Koningin dat ontslag.

1.

Bijzonderheden

Spotprent kabinet Schermerhorn/Dreesvergrootglas

Het kabinet moet het economische leven (landbouw, nijverheid, handel) en de infrastructuur (spoorwegen, dijken, wegen, havens) weer op orde brengen na de vele verwoestingen ten gevolge van de oorlog. Verder moet het bestuur (gemeenteraden, provincies) worden hersteld en zo nodig vernieuwd.

In een radiorede legt Schermerhorn op 27 juni 1945 een regeringsverklaring af. Daarin stelt hij dat zelden of nooit een regering onder zwaardere omstandigheden was aangetreden.

Tot de vele taken waarvoor dit eerste naoorlogse kabinet zich gesteld ziet, is het organiseren van zuivering en berechting van 'foute' Nederlanders. Dit gebeurt door de bijzondere rechtspleging (bijzondere rechtbanken en tribunalen) en door zuiveringsraden.

Ook de voedselvoorziening moet weer op gang worden gebracht. Vanwege de aanwezigheid van veel zwart geld vindt een geldzuivering plaats via het zogenaamde 'tientje van Lieftinck'. Ook het culturele leven (pers, omroep) wordt weer genormaliseerd.

Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945†wordt de basis voor de geleide loonpolitiek. Een College van Rijksbemiddelaars krijgt daarbij een belangrijke rol. De tijdens de Bezetting gevormde Stichting van de Arbeid krijgt een positie†bij het overleg tussen werkgevers, weknemers en overheid.

In augustus 1945 vaardigt het kabinet een besluit uit over de Tijdelijke Staten-Generaal. Via een wettelijke regeling komt er in november 1945 een Nood-parlement, dat bestaat uit de overgebleven in 1937 gekozen leden en aangevuld met benoemde personen, onder meer uit het voormalig verzet.

Tot augustus 1945 vraagt de strijd in het Verre Oosten tegen Japan nog de nodige aandacht. Nederland is daarbij nauw betrokken in verband met het toenmalige overzeese gebiedsdeel Nederlands-IndiŽ. Daarna wordt het kabinet geconfronteerd met het eenzijdig uitroepen van de onafhankelijkheid door de Republiek Indonesia.

In oktober en november 1945 keuren beide Kamers aanvaarding van het Handvest van de Verenigde Naties goed.

In december 1945 brenkt het kabinet een uitvoerige nota uit over een aantal punten van het regeringsbeleid.†De Tweede Kamer bespreekt die nota.†

Per 1 januari 1946 wordt een einde gemaakt aan het Militair Gezag

2.

Samenstelling kabinet

Minister-President
Ir. W. Schermerhorn (vdb) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
Ir. W. Schermerhorn (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Algemene Oorlogsvoering
minister: Ir. W. Schermerhorn (vdb) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: Ir. W. Schermerhorn (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. E.N. van Kleffens (partijloos) (25 juni 1945 - 1 maart 1946)
minister: Dr. J.H. van Roijen (progr.-partijloos) (1 maart 1946 - 3 juli 1946)

Justitie
minister: Mr. H.A.M.T. Kolfschoten (rksp) (25 juni 1945 - 22 december 1945)
minister: Mr. H.A.M.T. Kolfschoten (kvp) (22 december 1945 - 4 juli 1946)

Binnenlandse Zaken
minister: Dr. L.J.M. Beel (rksp) (25 juni 1945 - 22 december 1945)
minister: Dr. L.J.M. Beel (kvp) (22 december 1945 - 3 juli 1946)

Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen
minister: Dr. G. van der Leeuw (chr. hist., maar partijloos) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: Dr. G. van der Leeuw (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

FinanciŽn
minister: Mr.Dr. P. Lieftinck (chu) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: Mr.Dr. P. Lieftinck (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Oorlog
minister: Mr. J. Meynen (arp)

Marine
minister: J.M. de Booy (lib.-partijloos) (24 juni 1945 - 3 juli 1946)

Openbare Werken
minister: Dr. J.A. Ringers (lib.-partijloos) (25 juni 1945 - 16 augustus 1945)

Openbare Werken en Wederopbouw
minister: Dr. J.A. Ringers (lib.-partijloos) (16 augustus 1945 - 3 juli 1946)

Verkeer en Energie
minister: Ir. Th.S.G.J.M. van Schaik (rksp) (25 juni 1945 - 22 december 1945)
minister: Ir. Th.S.G.J.M. van Schaik (kvp) (22 december 1945 - 3 juli 1946)

Handel en Nijverheid
minister: Ir. H. Vos (sdap) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: Ir. H. Vos (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Scheepvaart
minister a.i.: J.M. de Booy (lib.-partijloos) (24 juni 1945 - 3 juli 1946)

Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij
minister: S.L. Mansholt (sdap) (25 juni 1945 - 6 oktober 1945)

Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
minister: S.L. Mansholt (sdap) (6 oktober 1945 - 9 februari 1946)
minister: S.L. Mansholt (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Sociale Zaken
minister: W. Drees (sdap) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: W. Drees (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Overzeese Gebiedsdelen
minister: Dr. J.H.A. Logemann (partijloos) (25 juni 1945 - 9 februari 1946)
minister: Dr. J.H.A. Logemann (pvda) (9 februari 1946 - 3 juli 1946)

Zonder portefeuille
minister voor Buitenlandse Zaken: Dr. J.H. van Roijen (progr.-partijloos) (25 juni 1945 - 1 maart 1946)
minister voor Buitenlandse Zaken: Mr. E.N. van Kleffens (partijloos) (1 maart 1946 - 3 juli 1946)

3.

Formatie, parlement en partijen

Koningin Wilhelmina wil dat een kabinet wordt gevormd van personen die tijdens de oorlog in Nederland zijn gebleven. Dit kabinet moet volgens haar bestaan uit leiders van het verzet en zij die politieke en maatschappelijke vernieuwing voorstaan. De oude politieke partijen, zoals de SDAP, ARP en RKSP, eisen echter direct hun rol weer op.

Zij geeft daarom de formatieopdracht aan Schermerhorn, voorman van de vernieuwingsgezinden, en aan Drees, sinds 1939 voorzitter van de SDAP-fractie in de Tweede Kamer. Zij krijgen de opdracht een nationaal kabinet van 'herstel en vernieuwing' te vormen.

De ministers worden door hen zowel gerekruteerd uit progressieve kringen (de op politieke vernieuwing gerichte Nederlandse Volksbeweging) als uit traditionele politieke partijen. Omdat Drees de functie van minister-president niet ambieert, wordt Schermerhorn premier.

parlement

Eigenlijk hadden er in 1941 Tweede Kamerverkiezingen moeten worden gehouden, maar dat kon niet vanwege de bezetting. In 1945 is de Tweede Kamer dus nog samengesteld op basis van de verkiezingen van 1937. Wel is er een groot aantal vacatures, omdat leden zijn overleden of ontslag hebben genomen. Hetzelfde geldt voor de Eerste Kamer.

De regering besluit dat pas in 1946 verkiezingen kunnen worden gehouden. Tot die tijd functioneert een Voorlopige Staten-Generaal of Nood-Parlement. Dat parlement bestaat uit de zittende leden uit 1937 (mits zij zich in de oorlog goed hebben gedragen). Aanvulling geschiedt door een speciale benoemingscommissie. De leden komen deels uit het voormalige verzet, maar de zetelverdeling uit 1937 wordt wel grotendeels gehandhaafd.

partijen

In december 1945 wordt de Rooms-Katholieke Staatspartij omgevormd tot KVP (Katholieke Volkspartij). En in februari 1946 gaan SDAP, VDB en CDU (Christelijk-Democratische Unie) op in de nieuwgevormde PvdA (Partij van de Arbeid). Daarvan maken ook enkele ex-CHU-prominenten, katholieken en partijlozen deel uit. De vooroorlogse Liberale Staatspartij wordt in 1946 opgevolgd door de PvdV (Partij van de Vrijheid).

4.

Regeringsverklaring

Document

Datum

Letterlijke tekst (PDF)

Regeringsverklaring

27 juni 1945

Regeringsverklaring

5.

Kerngegevens

  Tweede Kamer tot 22 december 1945 Tweede Kamer van 22 december 1945 tot 9 februari 1946 Tweede Kamer van 9 februari 1946 tot 4 juni 1946 Tweede Kamer vanaf 4 juni 1946
RKSP 31 - - -
SDAP 23 23 - -
VDB 6 6 - -
KVP - 31 31 32
ARP - - - -
CHU - - - -
PvdA - - 34 29
partijloos - - - -
liberaal, partijloos - - - -
partijloos - - - -
totaal 60
(60%)
60
(60%)
65
(65%)
61
(61%)

  Eerste Kamer tot 22 december 1945 Eerste Kamer van 22 december 1945 tot 9 februari 1946 Eerste Kamer vanaf 9 februari 1946 minister­raad
RKSP 16 - - 3
SDAP 12 12 - 4
VDB 2 2 - 1
KVP - 16 16 -
ARP - - - 1
CHU - - - 1
PvdA - - 16 -
partijloos - - - 2
liberaal, partijloos - - - 4
partijloos - - - 2
totaal 30
(60%)
30
(60%)
32
(64%)
 

6.

Data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
28 mei 1945 benoeming (in)formateur W. Drees en W. Schermerhorn 25 juni 1945 29
24 juni 1945 beŽdiging nieuwe bewindslieden Koningin Wilhelmina 15 mei 1946 326
16 mei 1946 kabinet demissionair   2 juli 1946 48
3 juli 1946 ontslag verleend Koningin Wilhelmina    

7.

Geluidsfragment

 

                                                                                                                                                                         

 
 

Inhoud

  • Contact
  • Home