Nederlandse Grondwet:
Kabinet-Heemskerk Azn. (1883-1888)
Kabinet-Heemskerk Azn. (1883-1888) - Hoofdinhoud
Dit conservatief-liberale kabinet weet in 1887 een Grondwetsherziening tot stand te brengen, die leidt tot kiesrechtuitbreiding en de weg opent voor het oplossen van de onderwijskwestie. Op andere gebieden, met name op financieel terrein, kan het kabinet niet veel bereiken. Behalve formateur Heemskerk zijn de ministers geen van alle politieke figuren. Enkele ministers moeten voortijdig het veld ruimen na parlementaire nederlagen.
In april 1886 dient het kabinet zijn ontslag in, nadat de Tweede Kamer met 43 tegen 42 stemmen het voorstel voor een nieuw Grondwettelijk onderwijsartikel heeft verworpen. Nadat de antirevolutionair Mackay heeft geweigerd een formatieopdracht te aanvaarden, wordt de Tweede Kamer ontbonden. Na de verkiezingen, die liberale winst opleveren, blijft het kabinet aan.
Aan de vooravond van de verkiezingen van 1888, die volgen op de Grondwetsherziening, dient het kabinet zijn ontslag in. Na de verkiezingen treedt op 21 april 1888 het kabinet-Mackay aan.
In 1884 vindt een beperkte Grondwetsherziening plaats, die wijziging van de Grondwet tijdens een eventueel regentschap mogelijk maakt. Zo'n regentschap dreigt vanwege de slechte gezondheid van de koning.
Tijdens deze kabinetsperiode is sprake van toenemende onrust in de samenleving, hetgeen zich onder meer uit in het Palingoproer te Amsterdam in 1886. De in 1881 opgerichte Sociaal-Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis krijgt steeds meer aanhang. Een voorstel inzake het recht van vereniging en vergadering wordt echter niet aangenomen.
Een parlementaire enquête naar toestanden in fabrieken en werkplaatsen brengt in 1887 vele misstanden aan het licht.
De Grondwetsherziening 1887 leidt tot opneming van het zgn. caoutchouc-artikel over het kiesrecht: er komt kiesrecht voor mannen die beschikken over door de Kieswet te bepalen kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand. Wat die kentekenen exact zijn, moet nader door de Kieswet worden bepaald.
Het aantal zetels in de Eerste en Tweede Kamer uitgebreid naar respectievelijk 50 en 100. Alle Tweede Kamerleden worden vanaf nu iedere vier jaar gelijktijdig gekozen.
De mogelijkheden om tot Eerste Kamerlid te worden gekozen, worden verruimd. Ook hoge ambten, zoals Tweede Kamerlid, minister, hoogleraar, topambtenaar en officier geven voortaan recht op verkiesbaarheid; het aantal verkiesbare hoogst aangeslagenen wordt uitgebreid.
Tweede Kamerleden mogen zelf een door hen ingediend en door de Tweede Kamer aangenomen initiatiefvoorstel in de Eerste Kamer verdedigen.
Er komt geen nieuw onderwijsartikel in de Grondwet, omdat de Eerste Kamer een voorstel daartoe verwerpt. Tijdens de behandeling ervan wordt echter uitgesproken dat subsidiëring van het bijzonder onderwijs niet in strijd met de Grondwet is.
Buitenlandse Zakenminister: Jhr.Mr. P.J.A.M. van der Does de Willebois (cons. kath) (23 april 1883 - 1 november 1885)
minister a.i.: Mr. M.W. baron du Tour van Bellinchave (conservatief) (10 augustus 1885 - 1 november 1885)
minister: Jhr.Mr. A.P.C. van Karnebeek (cons.-liberaal) (1 november 1885 - 21 april 1888)
Justitie
minister: Mr. M.W. baron du Tour van Bellinchave (conservatief)
Binnenlandse Zaken
minister: Mr.Dr. J. Heemskerk (conservatief) (22 april 1883 - 21 april 1888)
Financiën
minister: W.J.L. Grobbée (conservatief) (23 april 1883 - 4 mei 1885)
minister: J.C. Bloem (conservatief) (4 mei 1885 - 21 april 1888)
Oorlog
minister: A.W.Ph. Weitzel (cons.-liberaal)
Marine
minister: F.L. Geerling (conservatief) (23 april 1883 - 19 april 1884)
minister: W.F. van Erp Taalman Kip (technocraat) (19 april 1884 - 4 augustus 1885)
minister: W.L.A. Gericke (conservatief) (4 augustus 1885 - 26 januari 1887)
minister: F.C. Tromp (cons.-liberaal) (26 januari 1887 - 21 april 1888)
Waterstaat, Handel en Nijverheid
minister: J.G. van den Bergh (cons. kath) (23 april 1883 - 11 juli 1887)
minister a.i.: F.C. Tromp (cons.-liberaal) (10 juni 1887 - 11 juli 1887)
minister: J.N. Bastert (cons.-liberaal) (11 juli 1887 - 21 april 1888)
Koloniën
minister: F.G. van Bloemen Waanders (conservatief) (23 april 1883 - 25 november 1883)
minister a.i.: A.W.Ph. Weitzel (cons.-liberaal) (25 november 1883 - 27 februari 1884)
minister: Mr. J.P. Sprenger van Eyk (cons.-liberaal) (27 februari 1884 - 21 april 1888)
Al kort na het aantreden van het kabinet wordt de conservatieve minister Van Bloemen Waanders van Koloniën door de Tweede Kamer gedwongen af te treden.
In 1885 neemt minister Grobbée ontslag, vanwege grote tegenstand tegen zijn belastingvoorstellen, met name tegen het invoeren van een klassenbelasting.
Het kabinet telt liefst vier opeenvolgende ministers van Marine. Twee daarvan, Geerling en Gericke, zien plannen tot vlootuitbreiding door de Tweede Kamer worden afgewezen. Minister Van Erp Taalman Kip vertrekt vanwege zijn gezondheid. Ook de ministers van Buitenlandse Zaken en van Waterstaat, Handel en Nijverheid nemen om die reden ontslag. Van het oorspronkelijke acht ministers tellende kabinet zitten slechts drie de gehele periode van vijf jaar uit.
| datum | wat | wie | tot en met | dagen |
| 4 maart 1883 | benoeming (in)formateur | J. Heemskerk Azn. | 12 maart 1883 | 9 |
| 12 maart 1883 | benoeming (in)formateur | O. van Rees | 18 maart 1883 | 7 |
| 19 maart 1883 | benoeming (in)formateur | J.G. Gleichman | 23 maart 1883 | 5 |
| 29 maart 1883 | benoeming (in)formateur | J. Heemskerk Azn. | 20 april 1883 | 23 |
| 23 april 1883 | beëdiging nieuwe bewindslieden | Koning Willem III | 12 april 1886 | 1086 |
| 13 april 1886 | kabinet demissionair | 10 mei 1886 | 28 | |
| 11 mei 1886 | ontslagaanvraag ingetrokken | Koning Willem III | 29 maart 1888 | 689 |
| 30 maart 1888 | kabinet demissionair | 20 april 1888 | 22 | |
| 21 april 1888 | ontslag verleend | Koning Willem III |
