Nederlandse Grondwet:
Recht van Interpellatie
Recht van Interpellatie - Hoofdinhoud
Dankzij het recht van interpellatie kan een Tweede of Eerste Kamerlid mondeling vragen stellen en debatteren over actuele zaken. Door een interpellatie wordt de vastgestelde agenda van de Kamer doorbroken (interpellatie komt van het Latijns voor 'krachtig onderbreken'). Kamerleden kunnen zo een minister of staatssecretaris in de Kamer ter verantwoording roepen.
Voor het houden van een interpellatie is toestemming nodig. Sinds april 2004 is in de Tweede Kamer steun van 30 Kamerleden voldoende, daar waar vroeger een meerderheid vóór moest zijn. In de Eerste Kamer geldt de 30-regel niet. Toestemming werd overigens in het verleden als regel gegeven, ook als een meerderheid eigenlijk tegen was.
Behalve interpellaties kent de Tweede Kamer ook 'spoeddebatten' (dertigleden-debatten). Ook voor het houden daarvan is steun van ten minste dertig leden nodig. Anders dan bij een interpellatie heeft het lid dat om het debat verzocht in het debat geen andere rol dan de overige woordvoerders.
De Voorzitter bepaalt, nadat toestemming voor het houden van de interpellatie is gegeven, wanneer het debat zal plaatsvinden. Het lid dat de interpellatie houdt, geeft aan de Voorzitter door welke vragen hij wil stellen.
Het lid dat de interpellatie aanvraagt, heeft het recht om als eerste vragen te stellen. Na het antwoord van de regering kunnen, na de interpellant, ook andere leden aan het debat meedoen. Er kunnen tevens moties worden ingediend.
Het recht van interpellatie is ontstaan in de tijd dat de parlementen in Frankrijk en Groot-Brittannië als regel alleen na bijeenroeping door de vorst bijeenkwamen. Het parlement kon door het middel de vorst dwingen om andere onderwerpen dan de vorst wilde, op de agenda te plaatsen.
In 1848 werd het recht van interpellatie ook in Nederland ingevoerd. Formeel interpelleerde niet één lid, maar de hele Kamer. Lange tijd kwamen bij interpellaties ook ondergeschikte (lokale) kwesties aan de orde (bijvoorbeeld de kantooruren van de rijksontvanger in Winschoten en de oproeping van sollicitanten voor een onderwijzer in Lierop). Dat kwam omdat het individuele vragenrecht tot 1906 nog niet bestond en er ook nog geen vragenuurtje was.
De eis van ondersteuning heeft meer een praktische dan een politieke achtergrond. Verzoeken tot interpellaties werden vooral geweigerd om te voorkomen dat meerdere debatten over het zelfde onderwerp werden gehouden. Soms werd bijvoorbeeld als argument aangevoerd dat een onderwerp ook al tijdens de behandeling van een begroting aan de orde was geweest of zou komen.
Tijdens de grondwetsherziening van 1983 is feitelijk erkend dat er een recht op inlichtingen bestaat voor ieder individueel Kamerlid. Formeel is dat bij de Grondwetsherziening van 1987 daadwerkelijk vastgelegd. Dit - gevoegd bij de praktijk dat aanvragen zelden worden gewijzigd - heeft in 2004 geleid tot het verlagen van de drempel.
In de negentiende eeuw waren bekende interpellaties:
1853 - door het lid Van Doorn over het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland
1866 - door het lid Keuchenius over de benoeming van minister Mijer tot Gouverneur-Generaal
1868 - door het lid Thorbecke over de ontbinding van de Kamer
1888 - door het lid Domela Nieuwenhuis over de werkstakingen in de veenkoloniën
1898 - door het lid Troelstra over de zaak van de Gebroeders Hogerhuis (ten onrechte voor diefstal veroordeelde socialisten)
In de eerste helft van de twintigste eeuw
1916 - door het lid Marchant over het oproepen van dienstplichtigen
1918 - door het lid K. ter Laan over de ongeregeldheden in legerkamp 'Harskamp'
1918 - door het lid Troelstra over het buitenlands beleid en militair beleid
1918 - door het lid Wijnkoop over de doortocht van Duitse troepen en de aanwezigheid van de ex-keizer van Duitsland
1931 - door het lid Van den Tempel over de werkloosheid
1933 - door het lid Knottenbelt over de ontbinding van de Tweede Kamer
1933 - door het lid Drop over de korting op de salarissen van het marinepersoneel in Nederlands-Indië
1933 - door het lid Vliegen over steunverlaging aan werklozen
1934 - door het lid Tilanus over de spellingskwestie
1938 - door het lid Van Gelderen over de bestrijding van de werkloosheid
Na 1945
1948 - door het lid Burger over de perszuivering
1951 - door het lid Wagenaar over de Korea-oorlog
1952 - door het lid Burger over de gratieverlening aan de oorlogsmisdadiger Lages
1958 - door het lid Ritmeester over de helmenaffaire
1959 - door het lid Burger over de opvolging van minister Van den Bergh van Defensie
1963 - door het lid Vondeling over de beschikkingsmacht over kernwapens in de NAVO
1966 - door het lid Bakker over de strafonderbreking van de oorlogsmisdadiger Lages
1969 - door het lid Brautigam over de ontwikkeling van de prijzen na de invoering van de btw
1969 - door het lid Van der Lek over de bezetting van het Maagdenhuis
1969 - door het lid Nederhorst over de problemen bij het Verolme-concern
1974 - door het lid Tuijnman over een interview van minister Vredeling met Vrij Nederland
1975 - door het lid Wiegel over de sterk toegenomen werkloosheid
1976 - door het lid Roethof over de sluiting van de abortuskliniek 'Bloemenhove'
1980 - door het lid K.G. de Vries over de uitzending van dienstplichtigen naar Libanon
1984 - door het lid Den Uyl over uitspraken van minister Ruding in 'Het Vrije Volk'
1985 - door het lid Niessen over het niet uitreiken van de P.C. Hooftprijs aan Hugo Brandt Cortius
1995 - door het lid Heerma over de Betuweroute
1998 - door het lid Verhagen over Nederlandse deelname aan militaire acties tegen Irak
2001 - door de leden Van Gijzel en Leers over de bouwfraude
2002 - door het lid Van Velzen over de zaak-Ovaa/Spijkers
2003 - door het lid Lambrechts over de uitzetting van gezinnen
2004 - door het lid Van Baalen over de Europese Grondwet
2008 - door het lid Van Bommel over onderzoek naar de Nederlandse steun aan de inval in Irak
aantallen
| kabinet | aantal |
|---|---|
| Rutte (2010-heden) | 3 |
| Balkenende IV (2007-2010) | 14 |
| Balkenende III (2006-2007) | 2 |
| Balkenende II (2003-2006) | 18 |
| Balkenende I (2002-2003) | 7 |
| Kok II (1998-2002) | 23 |
| Kok I (1994-1998) | 23 |
| Lubbers III (1989-1994) | 12 |
| Lubbers II (1986-1989) | 33 |
| Lubbers I (1982-1986) | 65 |
| Van Agt III (1982) | 4 |
| Van Agt II (1981-1982) | 7 |
| Van Agt I (1977-1981) | 68 |
| Den Uyl (1973-1977) | 53 |
| Biesheuvel (1971-1973) | 21 |
| De Jong (1967-1971) | 43 |
