Kabinetscrises

Een kabinet kan vanwege een intern conflict of door een conflict met de Tweede Kamer (of Eerste Kamer) ten val komen.

Bij interne conflicten kan worden gedacht aan een meningsverschil tussen ministers over een te nemen maatregel of over een wetsvoorstel dat in behandeling is. Conflicten met de Kamer kunnen ontstaan door de verwerping van een belangrijk wetsvoorstel, de aanneming van een door het kabinet afgewezen amendement of (dreigende) aanneming van een motie van afkeuring of van wantrouwen.

Zo leidde de verwerping van een wetsvoorstel in 1955 tot een kabinetscrisis. In 1958 was aannemening van een amendement oorzaak van de val van het kabinet-Drees IV. Interne conflicten die tot de val van het kabinet leidden, waren er in 1965, 1972, 1977, 1982, 2002 en 2010. In 1960, 1966 en 1989 lagen moties ten grondslag aan een conflict.

Ook het opstappen van ministers van één partij - zonder dat het kabinet daarmee zijn meerderheid verliest - kan tot de val van het kabinet leiden. Dit was het geval in 1951, toen de kleinste regeringsfractie, de VVD, met haar eigen minister in conflict kwam.

In 1999 was de verwerping van een wetsvoorstel door de Eerste Kamer oorzaak van een crisis; er was toen geen conflict met de Tweede Kamermeerderheid. Het conflict in 2002 stond eveneens op zichzelf. Toen was er noch een conflict met de Kamer, noch een intern conflict, maar was een extern rapport reden voor aftreden.

In 2005 kon een echte kabinetscrisis worden voorkomen, doordat D66 met CDA en VVD overeenstemming wisten te bereiken over herziening van het regeerakkoord uit 2003.

1.

Overzicht kabinetscrises

  • Catshuiscrisis 2012

    Op zaterdag 21 april 2012 kwam het kabinet-Rutte I ten val, nadat de besprekingen in het Catshuis over verdere bezuinigingen waren mislukt. Over de inhoudelijke redenen was strikt genomen niets bekend, omdat wekenlang in beslotenheid was vergaderd.

  • Uruzgan-crisis 2010

    In de vroege ochtend van 20 februari 2010 wist het vierde kabinet-Balkenende  geen overeenstemming te bereiken over eventuele voortzetting van de Nederlandse militaire activiteiten in de Afghaanse provincie Uruzgan. De ministers van PvdA wilden negatief antwoorden op een verzoek van de NAVO voor verdere activiteiten na 2010. Toen de meerderheid van het kabinet anders besloot, konden de PvdA-ministers dat niet voor hun rekening nemen en kondigden zij aan ontslag te nemen. De ministers van CDA en ChristenUnie zagen daarin aanleiding om hun portefeuille, functies en ambt ter beschikking te stellen.

  • Kabinetscrisis 2006

    Op 30 juni 2006 bood minister-president Balkenende het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. Noch het kabinet, noch de fracties van CDA en VVD wilden daaraan echter de consequentie verbinden dat de minister zou opstappen.

  • De Paascrisis van 2005

    Op 22 maart 2005 kreeg het voorstel in tweede lezing tot het uit de Grondwet halen van de burgemeestersbenoeming geen tweederde meerderheid in de Eerste Kamer. Een dag later trad minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) af. Dit gebeurde zowel vanwege de geleden nederlaag als vanwege zijn gebrek aan vertrouwen in verwezenlijking van zijn kiesrechthervorming.

  • Kabinetscrisis 1999
    Op 18 mei 1999 kreeg een wetsvoorstel tot invoering van de mogelijkheid voor een correctief referendum in de Eerste Kamer niet de vereiste tweederde meerderheid. Daarop bood het kabinet een dag later zijn ontslag aan. Vooral D66 was zeer ontstemd en teleurgesteld over de verwerping, omdat zij het referendum als ¡¡n van haar 'kroonjuwelen' beschouwde.
  • Kabinetscrisis 1989

    Op 3 mei 1989 kwam er een einde aan bijna zeven jaar samenwerking tussen CDA en VVD onder minister-president Lubbers. De VVD-fractie kon zich niet vinden in het door het kabinet genomen besluit over afschaffing van het reiskostenforfait.

  • Kabinetscrisis 1977

    Op 22 maart 1977 viel het kabinet-Den Uyl. Het conflict ontstond in het kabinet, maar vond zijn oorsprong in de Tweede Kamer. Door de fracties van KVP en ARP waren namelijk amendementen ingediend op wetsvoorstellen inzake de grondpolitiek.

  • Kabinetscrises 1951-1972

    In de periode 1950-2000 was er zeven keer sprake van een kabinetscrisis. Onder deze crises bevinden zich de Nacht van Schmelzer (1966) en de Nacht van Wiegel (1999) in de Eerste Kamer. In 1955, 1960, 1981 en 1999 kon de breuk worden 'gelijmd'.

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home