Nederlandse Grondwet:
Inkomen minister-president

Het salaris van de minister-president bedraagt (sinds april 2009) ca. 134 duizend euro op jaarbasis inclusief vakantiegeld en exclusief eindejaarsuitkering. Incl. eindejaarsuitkering verdient de minister-president in 2012 ongeveer 144 duizend euro. Daarnaast krijgt hij een vaste onkostenvergoeding (in 2012 € 7887,24 per jaar) en maakt hij aanspraak op een aantal andere tegemoetkomingen en voorzieningen.

Uit onderzoek door de commissie-Dijkstal in 2004 bleek dat de Nederlandse premier op dat moment weinig verdiende vergeleken met buitenlandse collega's.

1.

Bezoldiging

De minister-president ontvangt een salaris conform salarisschaal 21 van het BBRA. Het bruto maandsalaris in schaal 21 bedraagt € 10.325,86. De minister-president krijgt verder 8 procent vakantiegeld en een eindejaarsuitkering van 8,3 procent.

Op jaarbasis bedraagt het inkomen van de minister-president (inclusief vakantiegeld en exclusief eindejaarsuitkering) per 1 april 2009 dus € 133.823,15.

Het vakantiegeld wordt éénmaal per jaar uitbetaald over een periode van 12 maanden die is begonnen in de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.

De eindejaarsuitkering wordt berekend over de periode beginnend in de maand december, en wordt jaarlijks in november uitbetaald. De eindejaarsuitkering bedraagt in 2012 8,3%.

In totaal ontvangt de minister-president in 2012, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, een bezoldiging van € 144.107,71.

Per 1 september 2012 is de maximumduur voor de wachtgeldregeling voor politici gelijkgesteld met de maximumduur van een 'gewone' werkloosheidsuitkering.

2.

Onkostenvergoedingen

Vaste onkostenvergoeding

De minister-president krijgt een vaste maandelijkse onkostenvergoeding in verband met de uitoefening van zijn functie. De vergoeding van de premier en de minister van Buitenlandse Zaken is twee keer zo hoog als de vergoeding van de andere ministers. In 2012 is de vergoeding € 657,27 per maand, dus € 7887,24 per jaar.

Ziektekostenvergoeding

De minister-president krijgt een tegemoetkoming in de ziektekosten die vergelijkbaar is met de vergoeding van burgerlijke rijksambtenaren.

Verhuiskosten

Als de minister-president verhuist van een woning op minimaal 50 kilometer afstand van het ministerie van Algemene Zaken naar een woning op maximaal 25 kilometer afstand van het ministerie heeft hij recht op een verhuiskostenvergoeding voor:

  • de vervoerskosten van de minister-president en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning;
  • de vervoerskosten van de inboedel naar de nieuwe woning;
  • andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, welke vastgesteld zijn op 10 procent van de jaarlijkse bezoldiging op de dag dat de nieuwe woning wordt betrokken.

3.

Woonruimte

Een minister-president die op meer dan 50 kilometer afstand van hun ministerie woont, kan gemeubileerde woonruimte ter beschikking gesteld krijgen op een afstand van maximaal 25 kilometer van het ministerie.

4.

Dienstauto

De minister-president heeft een dienstauto met chauffeur ter beschikking. De prijs per kilometer van de dienstauto bedraagt in 2012 € 0,60 exclusief BTW, uitgaande van een gebruiksduur van twee jaar en 60.000 gereden kilometers per jaar.

Om veiligheidsredenen maakt de minister-president ook privé gebruik van de dienstauto. Het privégebruik wordt door de Belastingdienst als extra inkomen beschouwd waarover belasting betaald moet worden. De minister-president krijgen hiervoor een financiële compensatie.

5.

Pensioen

De minister-president bouwt jaarlijks 2 procent pensioen op, ook in de eerste vier jaar na aftreden, tenzij de voormalig minister-president een inkomen heeft naast de wachtgelduitkering (in dat geval is het percentage lager). Na die vier jaar daalt het opbouwpercentage naar 1 procent per jaar.

Het nabestaandenpensioen is 5/7e deel van het ouderdomspensioen.

6.

Overig

De minister-president maakt gebruik van bepaalde voorzieningen op het gebied van beveiliging, informatie- en communicatie, vervoer en verblijf bij dienstreizen.

7.

Vergelijking met buitenland

In 2004 bracht de commissie-Dijkstal een rapport uit waarin onderstaande internationale vergelijking van de salarissen van premiers in 2003 was opgenomen:

 
Jaarsalarissen premiers (€) Basis (aug. 2003) Totaal incl. toe(s)lagen (2003)
Verenigd Koninkrijk 172.920 253.975
Frankrijk 187.404 241.272
Oostenrijk 226.056 n.b.
Duitsland 177.528 191.573
België 167.208 188.215
Denemarken 176.460 174.424
Luxemburg 164.268 n.b.
Zweden 137.676 n.b.
Ierland 132.756 n.b.
Nederland 113.065 121.805
Finland 111.012 n.b.
Spanje 80.064 n.b.

Bron: rapport commissie-Dijkstal


Meer over

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home