Nederlandse Grondwet:
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

Dit ministerie heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land. De hoofdtaken zijn verder het bevorderen van de democratische rechtsstaat en openbare orde en veiligheid. Sinds 1998 valt ook het vroegere kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken onder dit departement.

In 2010 gingen taken van de projectminister voor Wonen, Wijken en Integratie over naar de ministerie, alsmede het asiel- en immigratiebeleid. Het beleidstererein integratie ging in 2012 over naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

de belangrijke beleidsterreinen zijn

  • constitutionele zaken
  • bestuurlijke vernieuwing
  • kiesrecht
  • openbare orde en veiligheid (politie, rampenbestrijding)
  • binnenlands bestuur (grotestedenbeleid, interbestuurlijke betrekkingen, benoemingenbeleid)
  • reorganisatie van de rijksdienst
  • financiën lagere overheden
  • informatiebeleid openbare sector
  • arbeidsvoorwaarden en arbeidsmarkt overheidspersoneel
  • relaties met de Nederlandse Antillen en Aruba
  • grotestedenbeleid
  • wonen, huisvesting
  • huurbeleid/huurtoeslag
  • wijken
  • de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

Het departement werd in 1813 ingesteld. In de loop der tijd zijn onder meer waterstaat, onderwijs, arbeid, volkshuisvesting en volksgezondheid afgesplitst.

Van 1965 tot en met 2003 en vanaf 2007 is steeds een staatssecretaris benoemd. Deze staatssecretaris was in de periode 2002-2003 belast met de openbare orde en veiligheid. In de periode 2003-2007 was er een aparte minister voor bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

 
minister Ronald Plasterk (PvdA)
minister voor Wonen en Rijksdienst Stef Blok (VVD)
secretaris-generaal drs. K. van der Steenhoven (a.i.)

1.

Historische ontwikkeling

Bij de instelling in 1813 behoorden tot het werkveld van het ministerie: binnenlands bestuur, (openbaar) onderwijs, wetenschappen, kunsten, waterstaat, publieke werken, handel, nijverheid, telegrafie, landbouw, armenbeleid, werklozenzorg, volksgezondheid en militie (leger).

Tussen 1815 en 1824 was er een apart ministerie voor onder andere onderwijs en tot 1834 gold dat ook voor Waterstaat en Nijverheid.

De eerste belangrijke afsplitsing vond plaats in 1877 toen er een nieuw ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid kwam. Daaronder viel toen ook Landbouw. Tijdens het kabinet-Kuyper was 'Binnenlandse Zaken' tevens belast met de sociale en arbeidswetgeving.

Sinds het einde van negentiende eeuw is er sprake van een landelijk volkshuisvestingsbeleid. In 1901 kwam de Woningwet tot stand, die zich behalve met bouw en huisvesting ook bezighield met ruimtelijke ordening (met name bestemmingsplannen). De verantwoordelijkheid hiervoor viel onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1918 gingen deze taken over naar het nieuwe ministerie van Arbeid. In 1937 werd Binnenlandse Zaken opnieuw verantwoordelijk voor het volkshuisvestingsbeleid (tot 1947).

In 1918 gingen Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen over naar een nieuw ingesteld ministerie en werden volksgezondheid en volkshuisvesting overgeheveld naar het nieuwe ministerie van Arbeid. Per 1 januari 1923 werd landbouw weer tijdelijk toevertrouwd aan de zorg van Binnenlandse Zaken. De naam van het ministerie werd toen 'Binnenlandse Zaken en Landbouw' (tot 1932).

In 1932 ging Landbouw over naar het ministerie van Economische Zaken en werd volksgezondheid opnieuw een taak van Binnenlandse Zaken. Binnenlandse Zaken kreeg vanaf 1933 ook de zorg voor het beleid inzake de overheidspensioenen (voorheen viel dat onder Financiën).

Toen er in 1933 een nieuwe ministerie van Sociale Zaken kwam, gingen volksgezondheid (inc. krankzinnigenzorg) en werkloosheidszorg over naar dat departement. Tussen 1937 en 1945 was Binnenlandse Zaken wel tevens belast met PTT-aangelegenheden en tussen 1937 en 1947 ook met het volkshuisvestingsbeleid. In de jaar dat er geen ministerie van Algemene Zaken was (1946-1947) viel ook het overheidsvoorlichtingsbeleid onder Binnenlandse Zaken.

In 1945 werd het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw ingesteld, dat speciale verantwoordelijkheid had voor onder meer herstel en nieuwbouw van woningen en gebouwen. In 1947 werd het woonruimtebeleid overgeheveld van Binnenlandse Zaken naar dit departement, dat toen de naam 'Wederopbouw en Volkshuisvesting' kreeg. In 1959 werd de naam gewijzigd in 'Volkshuisvesting en Bouwnijverheid' en in 1965 in 'Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)'. In 1982 werd Milieu toegevoegd, waardoor het ministerie van VROM werd gevormd.

In 1952 kwam er een nieuw departement van Maatschappelijk Werk, waaronder onder meer het 'armenbeleid' (bijstand) kwam te vallen.

Tijdens de kabinetten-Drees IV en -Beel II (1956-1959) was de minister van Binnenlandse Zaken tevens belast met bezitsvorming en publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Tijdens het kabinet-De Quay (1959-1963) behoorde tot de taken tevens de zorg voor Nederlands Nieuw-Guinea.

In 1998 kwamen de taken die voorheen behoorden tot het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en kreeg het departement de naam 'Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties'.

 

                                                                                                                                                                         

 
 

Inhoud

  • Contact
  • Home