grafiek

Voor het goed functioneren van een representatieve democratie zijn politieke partijen erg belangrijk. Omdat de partijen zelf maar een beperkte bron van inkomsten hebben ontvangen ze subsidie van de overheid. De subsidie wordt berekend aan de hand van het aantal Kamerzetels en leden van een partij. In geval van discriminatie kan de partij zijn recht op subsidie door de rechter worden ontnomen.

Alleen partijen die aan de laatst gehouden Tweede en Eerste Kamerverkiezingen hebben deelgenomen en die daarbij één of meer zetels hebben behaald, komen voor subsidie in aanmerking.

1.

Waarom worden politieke partijen gesubsidieerd?

Politieke partijen zijn essentieel voor het goed functioneren van een democratie. Politieke partijen fungeren namelijk als verbinding tussen de burger en de politiek. De politieke partijen hebben geld nodig om deze functie goed te vervullen. Politieke partijen hebben een beperkt aantal financieringsbronnen, namelijk contributiegelden, salarisafdrachten van volksvertegenwoordigers, fondsenwervende activiteiten, giften en sponsoring.

Giften en sponsoring zijn vaak niet of beperkt gewenst, omdat het de schijn van belangenverstrengeling met zich mee kan brengen. De afgelopen tientallen jaren is het ledenaantal sterk teruggelopen en daarmee ook de contributiebijdragen aan de partij. De eigen bronnen van een partij zijn niet genoeg en overheidssubsidiering is nodig. Bij overheidssubsidiëring is het belangrijk dat voorkomen wordt dat de politieke partijen erdoor te afhankelijk worden van de staat.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het scheppen van gunstige omstandigheden waarbinnen de in de Staten-Generaal vertegenwoordigde partijen goed kunnen functioneren, hieronder valt ook de subsidiëring van politieke partijen.

2.

Wat wordt er gesubsidieerd?

Bijna alle activiteiten van een politieke partij vallen onder subsidiabele activiteiten, bijvoorbeeld politiekwetenschappelijke activiteiten, politieke vormings- en scholingsactiviteiten, informatievoorziening aan leden, en het onderhouden van contacten met zusterpartijen in het buitenland. Met de laatste wijzing van de wet is het ook toegestaan om de subsidie te gebruiken voor activiteiten in het kader van de verkiezingscampagne. Voorheen was dit niet het geval.

Het subsidiëringssysteem voorkomt dat de staat zich ook inhoudelijk met de politiek partijen bemoeit. Er wordt alleen gekeken of de activiteit onder de subsidie valt en niet of de activiteit inhoudelijk ook gewenst is. De politiek partijen mogen hun subsidies zeer vrij besteden. Het moet voor de overheid te controleren zijn dat de subsidie ook echt naar subsidiabele activiteiten is gegaan.

3.

Hoe wordt de hoogte van de subsidie bepaald?

De totale uitgaven van de overheid aan subsidies aan politiek partijen bedraagt ongeveer 15 miljoen per jaar. De subsidie bestaat uit een algemeen deel en een bijzonder deel. Het algemene deel is voor elke partij gelijk. Het bijzondere deel daar bovenop hangt af van het aantal Kamerzetels en het ledenaantal. Het aantal kamerzetels bepaalt 80 procent van het bedrag en het ledenaantal 20 procent.

Voor het aantal Kamerzetels wordt gekeken naar de Tweede Kamer, behalve als een partij enkel in de Eerste Kamer vertegenwoordigt is, maar dat komt zeer weinig voor. Voor het aantal leden tellen enkel de leden met volwaardig lidmaatschap mee, wat inhoudt dat diegene ook vergader- en stemrechten in de partij moet hebben. Verder is een voorwaarde dat het lid ook contributie betaalt.

Vanaf 1 januari 2008 bedraagt het basisbedrag per partij € 182.886 en het bedrag per zetel € 53.046. Het subsidiebedrag per lid kan men berekenen door het budget van € 2.002.505 euro te delen door het aantal leden van de politieke partijen gezamenlijk. De partij is verplicht om een bepaald minimumbedrag te besteden aan het wetenschappelijk instituut en de jongerenorganisatie. Voor wetenschappelijke instituten bedraagt het basisbedrag €128.450 en het bedrag per zetel €13.202 euro.

4.

Stopzetting van subsidieverlening bij discriminatie

Het recht op subsidie van de overheid kan door de rechter worden stopgezet. Als een politieke partij zich schuldig maakt aan discriminatie verliest de partij het recht op subsidie. Dit kan alleen als een politieke partij als rechtspersoon wordt veroordeeld en niet op basis van het gedrag van personen uit de partij.

In 2005 heeft de Staat de subsidie aan de SGP stopgezet, naar aanleiding van de weigering om vrouwen op te nemen als volwaardig lid in de partij. Dat werd in 2007 teruggedraaid toen de partij besloot wel vrouwen toe te laten.

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home