Nederlandse Grondwet:
Brief minister over laserpointers - Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 1999

1.

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 1998–1999

26 200 XVI

Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 1999

Nr. 71

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 1999

Op 24 februari jl. bracht de Gezondheidsraad zijn advies «Laserpointers tegen het licht gehouden» uit. Bij brief van 17 maart jl. liet ik u weten dat ik een standpunt op dit advies zou uitbrengen. Thans deel ik u graag dat standpunt mede.

Ik heb waardering voor het advies van de Gezondheidsraad en kan me op hoofdlijnen verenigen met de aanbeveling en de conclusies. De conclusies en adviezen van de Gezondheidsraad komen overeen met het beleid ter zake dat ik in het voorjaar van 1998 op basis van de Warenwet heb geformuleerd.

De belangrijkste conclusie die de Gezondheidsraad heeft getrokken namelijk «dat in het dagelijkse leven de kans op netvliesschade bij blootstelling aan rode lichtbundels van de thans gebruikelijke laserpointers van klasse 2 of klasse 3A zeer klein is», kan ik ondersteunen. Evenals de Gezondheidsraad acht ik echter de mogelijkheid aanwezig dat bij het in de praktijk geconstateerde oneigenlijk gebruik vooral door jeugdigen, blijvend oogletsel kan worden veroorzaakt. Deze mogelijkheid wordt vergroot doordat de hedendaagse laserpointers, naast het feit dat ze goedkoop en klein zijn en derhalve voor een ieder gemakkelijk aan te schaffen en mee te nemen, een krachtige lichtbundel leveren bij een gering energieverbruik. Zo blijkt uit de gegeven advieswaarden dat door de relatieve hoge vermogens, energiedichtheden kunnen worden bereikt die de drempelwaarde voor oogletsel overschrijden. Dit ondersteunt mijn visie dat niet alleen bij het oneigenlijk gebruik, maar ook bij het gebruik als het eigenlijke doel «als moderne aanwijsstok» de laserpointers van klasse 3A en hoger een bijzonder gevaar kunnen opleveren.

In zijn advies wijst de Gezondheidsraad in zijn algemeenheid op de hinder die door laserpointers ook van een lagere klasse bij oneigenlijk gebruik, teweeg kan worden gebracht. Bijvoorbeeld verblinding van chauffeurs van het openbaar vervoer, waardoor zelfs zeer gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Het advies beschouwt dan ook laserpointers van klasse 2 in beginsel niet geschikt als «gadgets» (balpen, sleutelhangers, relatiegeschenken, attributen die in handen van kinderen komen, etc.). Het gebruik van dergelijke laserpointers zal ten gevolge van uiterlijk, prijsstelling en gelet op de plaatsen van verkoop en doelgroepen van deze producten immers sterk variëren. Daartoe behoort ook zeker voorzienbaar oneigenlijk gebruik (ondermeer richten op ogen van derden of moedwillig zelf in de lichtstraal kijken). Een dergelijk gebruik maakt dat dergelijke producten indirect een gevaar voor de gezondheid en veiligheid van de mens kunnen opleveren.

Voor mij zijn de bovenstaande risico’s aanleiding geweest om in het voorjaar 1998, mede op basis van informatie uit andere landen, waar bedoelde risico’s waren onderkend, op grond van artikel 18 sub c van de Warenwet het verhandelen van laserpointers van klasse 2 in de vorm van gadgets en laserpointers van klasse 3A en hoger te verbieden. In die zin heb ik reeds invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad.

Evenals de Gezondheidsraad ben ik van mening dat het publiek dient te worden voorgelicht over de met het gebruik van laserpointers samenhangende veiligheidsproblemen. Bij ingaan van een handelsverbod voor laserpointers van klasse 2 in de vorm van gadgets en laserpointers van klasse 3 en hoger is dan ook via een persbericht op de gevaren gewezen. Gezamenlijk met het handelsverbod voor de onderhavige pointers dat nauwlettend blijft gehandhaafd door de Inspectie Gezondheidsbescherming, Waren en Veterinaire Zaken en de berichten in de media, heeft dit geleid tot het beëindigen van de laserhausse. Klachten of berichten over hinder of mogelijke oogschade door het oneigenlijk gebruik van laserpointers zijn dan ook niet meer ontvangen respectievelijk niet meer gesignaleerd.

Voor laserpointers die nog zijn toegestaan is van toepassing de binnen Europa geharmoniseerde norm NEN-EN60 825 «Veiligheid van laserproducten. Deel 1: Apparatuurclassificatie, eisen en gebruikershandleiding (IEC 825-1:1993)». In deze norm is opgenomen welke waarschuwingen op de laserpointer aanwezig dienen te zijn en welke instructies dienen te worden opgenomen in de gebruiksaanwijzing ten aanzien van een veilig gebruik. Mede in overweging nemende de aandacht die in de media is geschonken aan het oneigenlijke gebruik van laserpointers, acht ik dat in het algemeen de burger thans voldoende op de hoogte is van het gebruik van de laserpointer en de gevaren die hiermee samen hangen. Ik zie thans dan ook geen aanleiding voor verdere publieksvoorlichtingsactiviteiten van de zijde van mijn ministerie. Uiteraard dient alertheid in dezen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

26200 XVI - Vaststelling begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 1999
 
 

                                                                                                                                                                         

 
publicatiedatum 11-06-1999
nummer KST35719
kenmerk 26200 XVI, nr. 71
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
 

Inhoud

  • Contact
  • Home