Anders dan in veel landen van de EU (onder meer Finland, Frankrijk, Oostenrijk, TsjechiŽ en Zweden) bevat de Nederlandse Grondwet geen artikel waarin de positie van de taal is vastgelegd. In september 2010 diende de regering een voorstel in dat dit moet regelen. Aan dit artikel wordt ook een bepaling over het Fries toegevoegd.

Doel van het wetsvoorstel is waarborgen dat burgers altijd met de Nederlandse taal terecht kunnen bij de overheid. Verder krijgt de overheid een zorgplicht voor de taal opgelegd. Vastgelegd wordt dat Nederlands de hoofdtaal is en dat daarnaast andere talen, zoals het Fries, een gewaarborgde positie kunnen hebben. In voorbereiding is een soortgelijke regeling voor het gebruik van het Papiaments op Bonaire en het Engels op Sint Eustatius en Saba.

Het wetsvoorstel is op 27 septemer 2010 ingediend. Behalve opneming van de Nederlandse taal wordt ook de intrekking van vervallen additionele artikelen in dit wetsvoorstel geregeld.

1.

Voorgeschiedenis

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van het rapport van de Bijzondere Commissie Vraagpunten inzake staatkundige, bestuurlijke en staatsrechtelijke vernieuwing (Commissie-Deetman) in 1991 werd een motie-Van Middelkoop/Mateman aangenomen, waarin de Commissie werd gevraagd ook te onderzoeken of vastlegging van de Nederlandse taal in de Grondwet wenselijk was.

Staatssecretaris De Graaff-Nauta bracht in oktober 1991 notities uit over de grondwettelijke positie van de Nederlandse taal als taal van bestuur en rechtspraak (21.427, nr. 20 en 21.427, 24). De notities waren inventariserend. Er werd geen uitspraak gedaan over de wenselijkheid van een apart grondwetsartikel.

2.

Voorstel-Koekkoek/Van Middelkoop

Op 3 oktober 1995 dienden de Tweede Kamerleden Alis Koekkoek (CDA) en Eimert van Middelkoop (GPV) een overwegingsvoorstel in over het opnemen in de Grondwet van een bepaling over de Nederlandse taal.

Zij stelden voor een nieuw artikel (22a) in te voegen in het hoofdstuk sociale grondrechten, dat luidde:

"De bevordering van het gebruik van de Nederlandse taal is voorwerp van zorg van de overheid."

Op grond van dit nieuwe artikel zou de overheid actief het gebruik van de Nederlandse taal moeten bevorderen. Het artikel beoogde ook de tot dusver ongeschreven regel vast te leggen dat Nederlandse de officiŽle voertaal. Overweging was dat in de Europese Unie het Nederlands steeds meer onder druk leek te komen.

De Raad van State toonde vond het voorstel onvoldoende gemotiveerd. Zij vond dat vastlegging van het Nederlands in de Grondwet weinig toevoegde aan de reeds bestaande verplichtingen ten aanzien van het gebruik van het Nederlands overheid en burgers. Die verplichtingen vloeien voort uit de Algemene wet bestuursrecht, uit bepalingen in het Wetboek van Strafvordering en de Wet op het Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

De Raad wees er voorts op dat ook het Verdrag over de Nederlandse Taalunie verplichtingen oplegt aan de overheid bij het gebruik van de Nederlandse taal.

Ook stelde de Raad van State dat (mogelijke) aantasting van het Nederlands in de Europese Unie niet kon worden voorkomen door vastlegging in de Nederlandse Grondwet. Anders dan in veel andere EU-landen wordt in Nederland bovendien slechts ťťn taal gesproken en is de positie van de (Nederlandse) taal in die zin dus niet omstreden. De positie van minderheidstalen (zoals het Fries) is reeds wettelijk verankerd, onder meer via een internationaal verdrag.

De Tweede Kamer verwierp het wetsvoorstel op op 2 mei 1997. Tegen stemden de fracties van PvdA, VVD, D66, GroenLinks en CD.

3.

Het nieuwe voorstel

In september 2010 diende het demissionaire kabinet-Balkenende IV een nieuw overwegingsvoorstel in. Opmerkelijk is dat het initiatief daarmee opnieuw afkomstig is van CDA en de 'opvolger' van het GPV, de ChristenUnie.

Het thans ingediende voorstel heeft een iets bredere strekking dan het voorstel uit 1995.

Behalve vastlegging in een nieuw artikel 23a dat de taal van Nederland het Nederlands is, wordt ook opgenomen dat de overheid een zorgplicht heeft voor bevordering van het gebruik van het Nederlands. In het eerste hoofdstuk van de Grondwet wordt opgenomen wordt dat iedere burger in het verkeer met de overheid het Nederlands moet kunnen gebruiken. Ten slotte krijgt de wetgever de opdracht om regels te stellen ten aanzien van het Fries.

4.

Advies Raad van State

De Raad van State zet wederom vraagtekens bij de noodzaak van een grondwettelijke bepaling, maar ziet ook geen klemmende redenen om zich daartegen te verzetten. Regeling van het gebruik van de officiŽle taal kan volgens de Raad net zo goed geschieden via een gewone wet. Als toch voor een grondwettelijke bepaling wordt gekozen, zou kunnen worden volstaan met een regelingsopdracht voor de formele wetgever. Zij wijst grondwettelijke regeling van de zorgplicht van de overheid voor de Nederlandse taal af.

Verder beval de Raad aan niet alleen een bepaling over het Fries op te nemen, maar ook de positie van de talen op de Antillen (Papiaments en Engels) te regelen. De regering heeft die suggestie overgenomen.

bron: kamerstuk 32522

                                                                                                                                                                         

 

Inhoud

  • Contact
  • Home