Nederlandse Grondwet:
Onrust in Libië
| Hoofdstukken Grondwet | |
|---|---|
| 1. | Grondrechten |
| 2. | Regering |
| 3. | Staten-Generaal |
| 4. | Overige instellingen |
| 5. | Wetgeving en bestuur |
| 6. | Rechtspraak |
| 7. | Andere overheden |
| 8. | Herziening Grondwet |
Submenu:
-
20-03Voortgangsrapportage EU-programma met Libië: veiligheid, stabiliteit en economisch herstel centraal (en)
-
06-03Project van EU en INTERPOL voor grensbewaking Libië (en)
-
08-02De Arabische lente: twee jaar later (en)
-
08-02EC over de stand van zaken twee jaar na Arabische Lente
-
31-01Steun voor beveiligen grenzen Libië (en)
-
10-01ICC eist opheldering van Libië over Kaddafi
-
20-12-2012EU-Libië: ondersteun overgang en hervormingen in belangrijke sectoren (en)
-
11-12-2012Maatregelen die getroffen worden naar aanleiding van de Raad Buitenlandse Zaken over de situaties in het Midden-Oosten en de Balkan (en)
-
10-12-2012EU-ministers van Buitenlandse Zaken bespreken situatie in het Midden-Oosten (en)
-
23-10-2012Hoge Vertegenwoordiger Ashton feliciteert Libië met 1-jarige bevrijding (en)
-
13-09-2012EU herziet veiligheid van diplomaten in Libië (en)
-
13-09-2012Barroso condoleert Obama met verlies Amerikaanse ambassadeur in Libië (en)
-
12-09-2012Hoge Vertegenwoordiger Ashton veroordeelt moord op Amerikanen in Libië (en)
-
12-09-2012EP-voorzitter Schulz veroordeelt moorden op VS-ambassadeur in Libië (en)
-
23-07-2012Raadsconclusies over politieke situatie in Libië (en)
-
19-07-2012Verklaring Hoge Vertegenwoordiger Ashton over de voorlopige verkiezingsuitslagen Libië (en)
-
09-07-2012EP-voorzitter Schulz over verkiezingen in Libië (en)
-
07-07-2012Hoge Vertegenwoordiger Ashton en Eurocommissaris Füle over de verkiezingen in Libië (en)
-
02-07-2012Hoge Vertegenwoordiger Ashton blij met vrijlating medewerkers van het Internationaal Strafhof in Libië (en)
-
19-06-2012Hoge Vertegenwoordiger Ashton bezorgd over arrestatie van vier medewerkers Internationaal Strafhof in Libië (en)
Onrust in Libië - Hoofdinhoud
In Libië richtten de demonstraties zich tegen Muammar Khaddafi, die al veertig jaar aan de macht was in het Noord-Afrikaanse land. Maandenlang verkeerde het land in staat van burgeroorlog, maar uiteindelijk werd ook hier de zittende macht van zijn troon gestoten door hervormingsgezinde demonstranten.
In juli 2012 hebben de eerste democratische verkiezingen sinds de val van Khaddafi plaatsgevonden. De seculiere Mahmoud Jibril heeft deze gewonnen.
Op 15 februari 2011 bleek dat ook Libië zich had aangesloten bij de kettingreactie van protesten tegen de zittende regimes in de Arabische wereld. In de Noord-Libische stad Benghazi gingen duizenden jongeren de straat op om te demonstreren tegen het regime van de Libische leider Muammar Khaddafi, die al veertig jaar de scepter zwaaide over het land. Hoewel in enkele andere Arabische landen de demonstranten betrekkelijk vreedzaam te werk gingen, verliepen de demonstraties in Libië vanaf het begin gewelddadig. Demonstranten gooiden met brandbommen en stenen naar de politie, die op haar beurt reageerde met waterkanonnen, traangas en rubberen kogels.
Het was snel duidelijk dat Khaddafi niet wilde toegeven. Zijn troepen zochten de confrontatie met de demonstranten, waardoor de situatie escaleerde. Khaddafi's troepen schoten met scherp op de menigte, met vele doden tot gevolg. In grote Libische steden als Benghazi, al-Baida, Ajdabiya, Brega en de hoofdstad Tripoli heerste een sfeer die het meeste leek op een ophanden zijnde burgeroorlog. Khaddafi liet via de nationale televisie en radio weten te zullen vechten tot de laatste man. Ook beschuldigde hij buitenlandse agenten, Arabische media (vooral al-Jazeera) en Osama bin-Laden ervan achter de opstanden te zitten.
Ondanks de zware verliezen in de beginperiode, wisten de demonstranten motivatie te putten uit de succesvolle revoluties in Egypte en Tunesië. Er werd een Nationale Overgangsraad (National Transition Council, NTC) opgericht, die het verzet vertegenwoordigde en dienst zou doen als overgangsregime.
De situatie veranderde drastisch toen Khaddafi besloot zijn luchtmacht in te zetten om de bevolking te bombarderen. De internationale gemeenschap, die zich tot op dit moment betrekkelijk afzijdig hield, voelde zich genoodzaakt te reageren. De VN-Veiligheidsraad nam op 17 maart 2011 een resolutie aan waarin opgeroepen werd de bevolking van Libië te beschermen. Twee dagen later begonnen Franse vliegtuigen onder de vlag van de NAVO aan hun eerste missie boven Libisch grondgebied. Later voegden ook andere NAVO-lidstaten (waaronder Nederland), Qatar, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten zich bij de coalitie.
Na een periode van strijd wisten de demonstranten op 22 augustus 2011 Tripoli binnen te vallen. Khaddafi zelf vluchtte naar zijn geboorteplaats Sirte, terwijl zijn vrouw en enkele kinderen onderdak vonden in Algerije. Op 20 oktober 2011 kwam Khaddafi om in de belegering van Sirte.
In februari 2011 begonnen de opstanden in Libië tegen de regering van Muammar Khaddafi. De eerste protesten vonden plaats op 17 februari 2011. Deze dag staat sindsdien ook wel bekend als 'De Dag van de Woede'. De Libische bevolking eiste het instellen van democratische verkiezingen en een einde aan het dictatuur van Khaddafi. Bovendien waren de opstanden in Libië ook geïnspireerd door de protesten in de Arabische wereld. De Libische kolonel had onmiddellijk zijn leger ingezet om de opstandelingen tegen te houden. Tijdens de schermutselingen tussen Khaddafi en de Libische opstandelingen vielen algauw de eerste doden.
In maart 2011 had de Nationale Raad de opstandelingen in Libië als enige legitieme macht in het land erkend. Khaddafi schuwde geen geweld te gebruiken tegen de opstandelingen. Steeds vaker zette hij het leger in om de oppositie tegen te houden.Veel Libiërs voelden zich niet veilig in eigen land en vluchtten naar buurlanden Algerije, Tunesië en het Italiaanse eiland Lampedusa. De VN-Veiligheidsraad en Europese landen stelden sancties in en de politieke druk op Khaddafi nam toe: een resolutie werd aangenomen en er kwam een vliegverbod boven Libië. De NAVO kon hierdoor de Libische luchtmacht uitschakelen, die werd ingezet op de Libische bevolking.
In juli 2011 hadden meerdere landen ter wereld de Overgangsraad als enige legitieme macht in Libië erkend en was de slag om Tripoli begonnen, met als doel het aftreden van Khaddafi.
In augustus 2011 was de slag om Tripoli gewonnen door de oppositie van Khaddafi, nadat hij naar Sirte, zijn geboortedorp, was gevlucht. Later in oktober is Khaddafi na zijn arrestatie overleden aan zijn verwondingen.
Met de dood van Khaddafi brak een tijd van grote onrust aan. Meer dan zestig onafhankelijke milities waren ontstaan gedurende de burgeroorlog. Inmiddels bevinden zich in het land meer dan 20 miljoen wapens (op een bevolking van 6 miljoen Libiërs) waarvan het merendeel in handen van de milities is. De NTC is er nog niet in geslaagd de milities te domesticeren of hen de wapens te ontnemen. Ook weigeren verscheidene steden - onder andere Benghazi - nog langer onder centraal gezag te functioneren en weigeren dus hun herwonnen autonomie aan de NTC af te staan. Groeperingen die loyaal waren aan Khaddafi hebben nog lang geprobeerd de strijd voort te zetten. En het zuiden van Libië is - net zoals de rest van de Sahel - veranderd in een veilige haven voor terroristen, piraten en bandieten, waar elke vorm van orde en centraal gezag ontbreekt.
In juli 2012 werden in Libië de eerste vrije verkiezingen gehouden in meer dan veertig jaar. Verscheidene milities probeerden deze te saboteren door middel van het blokkeren van stemlokalen of het stelen van stembiljetten. Ook hebben er meerdere schermutselingen plaatsgevonden waarbij gewonden en doden zijn gevallen. Maar ondanks deze problemen oordeelde de internationale gemeenschap dat de verkiezingen eerlijk en vrij waren verlopen en dat de resultaten dus legitiem zijn. Mahmoud Jibril - een voormalig minister-president van Libië - heeft met zijn National Forces Alliance (NFA) deze verkiezingen uiteindelijk gewonnen. Hij wenst een grote coalitie met de andere partijen te vormen. 'Wij roepen op tot een rationele dialoog en om samen te komen binnen één coalitie, onder één vlag. We moeten consensus bereiken over hoe de grondwet geschreven moet worden en hoe de nieuwe regering moet worden samengesteld,' aldus Jibril.
Op zondag 14 oktober 2012 is Ali Zeidan door het parlement gekozen tot premier van Libië. Mustafa Abushagur, de voormalige premier van Libië, moest kort daarvoor opstappen, omdat hij er niet in geslaagd was om een ministersploeg te vormen.
Vanaf het begin van de opstand heeft de Europese Unie via Hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton ervoor gepleit de vrijheid van meningsuiting te respecteren en te luisteren naar de eisen van de betogers.
Later, toen de situatie in het land verslechterde, deed het Europees Parlement de oproep om Libië het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad van de VN te ontnemen. In dezelfde periode trof de EU al een reeks andere sancties, waaronder het bevriezen van Libische tegoeden, het instellen van een vliegverbod van Libische toestellen in het Europese luchtruim en het instellen van een wapenembargo.
Na de oprichting van de Nationale Overgangsraad kwam vanuit het Europees Parlement het verzoek de NTC te erkennen als de enige legitieme regering van Libië. Hoge vertegenwoordiger Ashton was een andere mening toegedaan. Zij stelde dat het erkennen van de NTC een stap is die alleen lidstaten konden nemen. Alle EU-lidstaten hebben de NTC inmiddels erkend als legitieme vertegenwoordiger van Libië.
In het verslechterende klimaat rond de situatie in Libië voelden de Europese leiders zich geroepen internationaal in te grijpen. Dit gebeurde in maart 2011, toen onder leiding van de NAVO begonnen werd met luchtaanvallen. Ook besloot de EU humanitaire hulp op te zetten, om getroffen burgers te kunnen ondersteunen.
De eerder bevroren tegoeden zijn weer vrijgegeven om de Libische economie te helpen herstellen. Op 22 september 2011 werd er een eind gemaakt aan het vliegverbod van Libische toestellen naar Europa, en werd het wapenembargo gedeeltelijk opgeheven. In november 2011 opende de EU een delegatiekantoor in Tripoli om de band met het nieuwe regime te versterken.
Op 9 juli 2012 feliciteerde EP-voorzitter Martin Schulz Libië met de succesvol verlopen verkiezingen. 'Deze verkiezingen zullen een mijlpaal zijn in het democratiseringsproces van Libië.'
