Studiegroep "Begrotingsprocedure" van de Europese Conventie

Deze studiegroep van de Europese Conventie werd ingesteld om om aanvullingen te geven op de conclusies van de Werkgroep vereenvoudiging inzake de begrotingsprocedure. Zonder de aanbevelingen van de werkgroep over te nemen, tekende zich binnen de Conventie een consensus af wat betreft het beginsel van gezamenlijke aanneming van de begroting door de twee takken van de begrotingsautoriteit: het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Binnen de Conventie bestaat consensus over opname van de regels hieromtrent in het Constitutioneel verdrag.

De studiegroep boog zich over de volgende vragen:

  • Hoe kunnen de financiële vooruitzichten in het constitutioneel verdrag worden opgenomen. Dit impliceert dat antwoord moet worden gegeven op de vraag welke draagwijdte de desbetreffende bepalingen moeten hebben en hoe gedetailleerd deze bijgevolg moeten zijn. De groep moet zich tevens buigen over de procedure voor de aanneming van de meerjarenvooruitzichten.
  • Hoe moeten de concrete uitvoeringsbepalingen voor de vereenvoudigde begrotingsprocedure luiden. Dit houdt met name in dat het onderscheid tussen de verplichte en de niet-verplichte uitgaven en de gevolgen daarvan moeten worden besproken.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

De begrotingsprocedure

Voor goedkeuring van de financiële vooruitzichten van de Europese Unie (de begroting voor het komende jaar) is thans een interinstitutioneel akkoord nodig tussen het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. De Europese Conventie is voorstander van vastlegging van deze procedure in de grondwet. Voor vele Conventieleden is de vereenvoudiging van de jaarlijkse begrotingsprocedure onlosmakelijk verbonden met de verankering van de financiële vooruitzichten in het constitutionele verdrag waardoor deze juridisch bindend worden.

2.

Samenstelling studiegroep

Voorzitter: Henning Christopersen

Nederlands lid: Gijs de Vries