Overige bronnen

Voor het onderzoek van urbanisatie en regionale spreiding zijn administratieve tellingen en populatieonderzoeken van het Centraal Bureau voor de Statistiek van groot gewicht. Steekproeven zijn meestal niet groot genoeg om het gewenste regionale detail op te leveren. Volkstellingen zijn in Nederland met enige regelmaat tussen 1795 en 1971 gehouden. Sedertdien worden, weliswaar met wat grotere frequentie, nog slechts omvangrijke steekproefonderzoeken verricht bijvoorbeeld gericht op het wonen (Woningbehoefteonderzoek WBO sedert 1977; thans ruim 50 000 respondenten). In de omvangrijke vragenlijsten komen ook andere onderwerpen aan de orde.

Al voor de tweede wereldoorlog gaf het CBS belangrijke dataoverzichten uit.

Recentelijk heeft het CBS een overzicht van alle publicaties in de periode 1899–1998 samengebracht in „Honderd jaar cijfers in drieduizend publicaties”. Deze is ook te gebruiken via de CBS website. Dit geldt ook voor de uitgebreide CBS-bibliotheek. Een van de onderdelen van de website is statline. Daar kunnen de gangbare door het CBS geproduceerde tabellen worden aangemaakt en afgedrukt met de meest recente data en met tijdreeksen die in de regel teruggaan tot 1996. Op de website is ook na te gaan welke indelingen van Nederland het CBS hanteert. EUROSTAT, het Statistische Bureau van de Europese Unie, betrekt de meeste data betreffende Nederland van het CBS. Voorzover er sprake is van een opdeling van Nederland volgt die de Europese indeling op NUTS-niveau 1, 2 of 3.

Op de website van het CEBUCO, het bureau dat ten behoeve van de media en de reclame basisgegevens voor het marktonderzoek bijhoudt, zijn spreidingscijfers van de dagbladen te vinden en een keur van onderzoeksgegevens betreffende lopend en recent afgesloten marktonderzoek.

Een continu en toenemend punt van zorg betreft de datakwaliteit van het onderzoek binnen steden. Weigerachtigheid van respondenten in survey-onderzoek en omvangrijke informele arrangementen bemoeilijken de taak van dataverzamelaars.

Zie:

  • S. Musterd en H. van der Wusten (red.), Datakwaliteit in het stedelijk onderzoek, Stedelijke Netwerken Werkstukken, 24, Amsterdam, 1990.

  • CEBUCO, Het marktanalytisch vademecum van Nederland, Amsterdam, z.j., losbladige uitgave met steeds vernieuwd cijfermateriaal;

  • CBS, Marktanalytisch handboek voor Nederland, Den Haag, 1937;

Als bron kan ook worden gewezen op de Nota’s Ruimtelijke Ordening die van regeringswege zijn verschenen. In de nota’s zelf en in de achtergrondstudies die door de Rijks Planologische Dienst zijn verricht, treft men tal van gegevens inzake urbanisatie en regionale spreiding aan. Dit laat uiteraard onverlet dat de nota’s politieke documenten zijn en als zodanig gelezen dienen te worden. Per 1 januari 2002 zal het Ruimtelijk Planbureau van start gaan dat op grotere afstand van de minister zal opereren dan de RPD deed. Het is de bedoeling dat het bureau eenmaal per twee jaar een „Balans van de Ruimtelijke Kwaliteit” zal uitbrengen waarin veel recent onderzoek is verwerkt. In 2000 is al een dergelijke publicatie verschenen. Er wordt sedert 2000 ook gewerkt aan de voorbereiding van een geheel nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Er is ten slotte nog een aantal bronnen van verscheiden aard zoals, bibliografieën, atlassen en databanken (ook internationaal), die bij het onderzoek van urbanisatie en regionale spreiding hun nut hebben.

Zie:

  • M. W. Heslinga e.a., Nederland in kaarten, Ede, 1985.

  • Stichting Wetenschappelijke Atlas van Nederland, Atlas van Nederland, Den Haag, 1984-1990 (tweede uitgave in 20 delen).

  • Stichting Wetenschappelijke Atlas van Nederland, Atlas van Nederland, Den Haag, 1963-1977 (eerste uitgave);

  • A.C. de Vooys en J.M.G. Kleinpenning, Bronnen van regionaal onderzoek in Nederland, Groningen, 1963;

  • P.H.Pellenbarg en P.J.M. van Steen, Making space, sharing space: the new memorandum on spatial planning in the Netherlands, Tijdschrift voor Sociale en Economische Geografie, 92, ( 2001), pp.503-511.

  • Ruimte maken, ruimte delen. Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening 2000/2020, Den Haag, 2001;

  • Vierde Nota (EXTRA) over de ruimtelijke ordening: op weg naar 2015 , Den Haag, 1993;

  • Derde Nota over de ruimtelijke ordening, Den Haag, 1974-1978; Vierde Nota over de ruimtelijke ordening, Den Haag, 1988-1990; A. Faludi (red.), Fifty years of Dutch national physical planning, in: Built Environment, 17(1991);

  • Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening in Nederland, Den Haag, 1966;

  • Nota inzake de ruimtelijke ordening in Nederland, Den Haag, 1960;

De voornaamste databanken zijn:

  • Globalization and World Cities Network (www.lboro.ac.uk/gawc), een project uitgevoerd binnen het Geography Department van de University of Loughborough onder leiding van Prof. Peter Taylor. Het hart ervan is een dataset met gegevens over de aanwezigheid van internationaal opererende bedrijven op het gebied van de „advanced producer services” (accountancy, advertising, banking/finance, law). Voor Nederland heeft dit betrekking op Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Er verschijnen regelmatig nieuwe researchbulletins en uitbreidingen en aanvullingen van de dataset.

  • Chr. Vandermotten, F. Vermoesen, W. De Lannoy, S. De Corte, Europese steden. Vergelijkende cartografie, in: Het tijdschrift van het gemeentekrediet 1999, 1-2, 408 pagina’s. Geeft naast kaarten een groot aantal vergelijkende beschouwingen voor veel Europese grote steden. Voor Nederland hebben de gegevens betrekking op de Randstad, Amsterdam en Rotterdam;

  • NUREC (Network on Urban Research in the European Union, administrative directorate: Ambt für Statistik, Stadtforschung und Europa-angelegenheiten, Bismarckstrasse 150-158, 47049 Duisburg) (www.uni-duisburg.de/duisburg/nurec) beheert drie projecten waarin gegevens over Nederlandse steden in Europees of wereldwijd perspectief een rol spelen: de Atlas of agglomerations (in drie delen uitgegeven in 1994), het International Yearbook of Large Cities Statistics en het Large Cities Statistics Project;

  • De rubrieken Window on the Netherlands (verzorgd door diverse meest Nederlandse geografen) en The Netherlands in maps (verzorgd door Groningse geografen, aanvankelijk prof. Tamsma, meer recentelijk Prof. Pellenbarg en Dr. Van Steen) , die al tientallen jaren in elk nummer van het Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie verschijnen en in kort bestek presentaties geven van recent beschikbaar gekomen statistisch materiaal;

  • Historisch-ecologische databank. Sociaal-geografisch Instituut UvA (elektronisch databestand per gemeente met gegevens over de negentiende en de twintigste eeuw van allerlei aard met handleiding door H. Knippenberg, R. Deurloo en J. Hartman);

  • NEXPRI Databank (Overzicht elektronische databestanden met ruimtelijke coördinaten betreffende Nederland van Nederlands Expertise Centrum voor Ruimtelijke Informatieverwer-king, Geografisch Instituut Universiteit van Utrecht) (www.nexpri.geog.uu.nl);

  • EXPLOKART: „Exploration and accessibility of Dutch cartographic documents of the 16th 18th century”. Het is een gids voor oud cartografisch materiaal. Het maakt deel uit van een onderzoekprogramma binnen de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht en is te bereiken via (www.explokart.geog.uu.nl);