Jeugdcrimina­li­teit

In paragraaf 1.4 Self-reportenquêtes staan percentages vermeld van jongeren, die zelf aangeven in het afgelopen schooljaar delicten te hebben gepleegd. Dit type onderzoek wordt door het CBS sinds 1988 om de twee jaar gehouden. Ten opzichte van 1994 is over de hele linie een lichte stijging te zien. Self-report gegevens zeggen uiteraard weinig over de (vormen van) jeugdcriminaliteit waarmee politie en justitie worden geconfronteerd. Deze geregistreerde criminaliteit is qua omvang altijd beduidend minder dan uit self-report of slachtofferonderzoek naar voren komt. Bij de geregistreerde criminaliteit kan men in de periode 1985 tot en met 1997 over de gehele linie een lichte stijging constateren van het aantal door de politie en de marechaussee gehoorde jongens en meisjes per 1000 minderjarigen. Per delictgroep bezien, treedt een daling op bij vermogensdelicten (die overigens het merendeel uitmaken van de geregistreerde jeugdcriminaliteit). Het aantal geweldsdelicten daarentegen neemt toe, hetgeen eveneens geldt voor vernielingen en delicten tegen de openbare orde. Zie figuur 3.

Figuur 3.

Per 1000 minderjarige inwoners van Nederland werden in 1997 ruim 43 jongeren van de strafrechtelijk minderjarige leeftijd van 12 tot en met 17 jaar door politie en marechaussee gehoord in verband met verdenking van crimineel gedrag. In 1985 bedroeg dit aantal ruim 32 jongeren per 1000 minderjarigen. Het aandeel van meisjes neemt toe. Maar het merendeel van de gehoorde verdachten zijn jongens. De verschillen tussen jongens en meisjes zijn groot, maar de kloof lijkt kleiner te worden (zie figuur 4).

Figuur 4.

Op grond van de registratie van politie en marechaussee kan een sterke stijging van geweldsmisdrijven worden geconstateerd, waarvan men vermoedt dat zij door minderjarigen zijn gepleegd. Dit geldt over de gehele linie: levensdelicten, mishandeling, diefstal met geweld en seksueel geweld. Zie figuur 5.

Figuur 5.

Sinds 1981 bestaat in Nederland de zogenaamde Halt-afdoening. Halt is een afkorting van ”Het alternatief”. Doel van de Halt-organisatie is het terugdringen van criminaliteit onder jeugdigen. Deze doelstelling wordt nagestreefd door een Halt-afdoening op te leggen: een corrigerend optreden tegen jongeren die wegens het plegen van een strafbaar feit door de politie zijn aangehouden. De Halt-afdoening is een buiten-justitiële afhandeling van een politiecontact; delict en afdoening worden niet opgenomen in de justitiële documentatie. Deze weg buiten justitie om staat slechts open wanneer het gaat om expliciet als Halt-waardig omschreven delicten, indien de jeugdige bekent en indien hij of zij instemt met afdoening via Halt. In andere gevallen volgt de gangbare justitiële afdoening. De Halt-afdoening is een alternatief voor een strafrechtelijke en/of civielrechtelijk reactie op strafbare gedragingen van jongeren van 12 tot 18 jaar. Een Halt-bureau organiseert een alternatieve ”straf”, waarbij in principe het aangerichte onheil ter plekke moet worden hersteld. Indien noodzakelijk organiseert het Halt-bureau ook het betalen van schadevergoedingen door de jeugdige daders. Halt-bureaus boeken succes: de politie verwijst steeds vaker naar Halt-bureaus. Zie figuur 6.

Figuur 6.

Zie verder over de jeugdcriminaliteit:

  • M.M. Schreuders, F.W.M.Huls, W.M. Garnier en K.E. Swiersta (red.), Criminaliteit en rechtshandhaving 1999. Ontwikkelingen en samenhangen, Den Haag, 1999.

  • W.J.M de Haan, E.F.A.E de Bie e.a., Jeugd en geweld: een interdisciplinair perspectief, Assen, 1999;

  • E. Spaans, P. van der Laan, A. Essers en G. Huijbregts, Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit; periode 1980–1996 (interim-rapportage), Den Haag, 1998;

  • N.M. Mertens, M. Grapendaal en B.J.W. Docter-Schamhardt, Meisjescriminaliteit in Nederland, Den Haag, 1998;

  • T. Dijkman en L. Gunther Moor, Kwaliteit en effectiviteit van de Halt-afdoening, Nijmegen, 1998;

  • M.W. Bol, G.J. Terlouw, L.W. Blees en C. Verwers, Jong en gewelddadig; ontwikkeling en achtergronden van de geweldscriminaliteit onder jeugdigen, Den Haag, 1998;

  • J. van Acker, Jeugdcriminaliteit. Feiten en mythen over een bepaald probleem, Houten/Diegem, 1998;

  • B. Rovers, De buurt een broeinest? Een onderzoek naar de invloed van woonomgeving op jeugdcriminaliteit, Nijmegen, 1997;

  • L. Gunther Moor, R. van der Veen en J. Terpstra, Halt als lerende organisatie, Nijmegen, 1992;

  • Huub Angenent, Achtergronden van jeugdcriminaliteit, Houten/Antwerpen, 1991;

  • M. Kruissink en C. Verwers, Halt: een alternatieve aanpak van vandalisme. Eindrapport van een evaluatie-onderzoek naar Halt-projecten, Arnhem, 1989;