Artikel 229: Grondwetswijziging wordt per wet verklaard

228
Artikel 229
230

In geval in het vervolg eenige verandering of bijvoeging in de Grondwet noodig mogte zijn, moet deze noodzakelijkheid bij eene wet verklaard, en de verandering of bijvoeging zelve, duidelijk aangewezen en uitgedrukt worden.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Staatsblad

Wij hebben reeds aangemerkt, Sire! dat naar ons inzien eene staatsregeling, welke alle wettige regten verzekert, welker gronden geheel in de zeden en in de geaardheid der natie liggen, op eene grootere duurzaamheid hopen mag, dan wanneer zij op loutere bespiegelingen gebouwd is: maar de tijd verandert en wijzigt alles, en het is ons toegeschenen, dat er groote nuttigheid was in het behouden van een middel om die veranderingen niet op een te voren geregeld en bepaald tijdstip, maar in geval van gebiedende noodzakelijkheid te kunnen verkrijgen, zonder gevaar te loopen, tot alle verkeerde nieuwigheden te vervallen (art. 199-233 [229-234]).

De grondwet voor de Vereenigde Nederlanden, had aan de commissie, die dezelve ontworpen had, opgedragen de bevoegdheid om derzelver bepalingen, ingeval van twijfeling, gedurende de drie eerste jaren na derzelver invoering, uit te leggen: wij hebben gedacht dat de wet, die het gemeen overleg van den Koning en de Staten-Generaal uitdrukt, de meeste bevoegdheid tot zulk eene uitlegging had, daar dezelve in waarheid niets is, dan eene juiste toepassing van de grondwet zelve.

Ten einde met behoedzaamheid en zonder schokken de veranderingen daar te stellen welke de nieuwe grondwet noodig maakt, heeft zij bij eenige afzonderlijke artikelen aan Uwe Majesteit opgedragen, om geleidelijk alle de onderscheiden bepalingen in werking te brengen, welke zij inhoudt, en om voor de eerste reis de leden der tweede kamer van de Staten-Generaal, en alle andere magistraatspersonen en ambtenaren aan te stellen, al ware hunne benoeming voor het vervolg op eene andere wijze geregeld (art. add. 1).

Volgens die artikelen blijven ook in volle kracht de wetten, welke de onderscheiden gedeelten van het Rijk bestieren, tot op het oogenblik dat zij met den wenschelijken spoed, maar tevens zonder overhaasting, door andere rijpelijk doordachte wetten zullen zijn vervangen, en aldus heeft de grondwet zich de beste steun, de magtigste hulp verschaft, welke zij erlangen kan, dat is Uwe wijsheid en Uwe onbegrensde liefde voor het volk (art. add. 2).

Mogt Sire! deze grondwet door Uwe doorzigt gelouterd, door den tijd verbeterd, tot de welvaart van het rijk medewerken, het geluk der natie vermeerderen, en de onderlinge liefde en genegenheid van Vorst en onderdanen aankweeken, welke zoo vruchtbaar tot waar heil, alleenlijk het voorregt is van eenen goeden Vorst en onder Uw bestier ons de heerlijkste toekomst oplevert. '

2.

Ontwikkeling artikel

1798

Behalven op deze, bij de Staatsregeling vastgestelde, tijdstippen en wijze, en zonder den uitgedrukten wil des Volks, kan dezelve, nimmer, wettiglijk worden veränderd.

1814

Ingevalle, in het vervolg, eenige verandering of bijvoeging in de grondwet noodig zoude mogen zijn, zal deze noodzakelijkheid bij eene wet moeten verklaard en de verandering of bijvoeging zelve duidelijk aangewezen en uitgedrukt worden.

1815: art 229, 1840: art 227, 1848: art 196, 1887: art 194, 1917: art 194, 1922: art 197, 1938: art 202, 1948: art 203, 1953: art 210, 1956: art 210, 1963: art 210, 1972: art 210
1983
  • 1. 
    De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in overweging zal worden genomen.
  • 2. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, een voorstel voor zodanige wet splitsen.
  • 3. 
    Na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid worden de kamers der Staten-Generaal ontbonden.
  • 4. 
    De nieuwe kamers overwegen het voorstel en kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 5. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.
1987: art 137
1995
  • 1. 
    De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in overweging zal worden genomen.
  • 2. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, een voorstel voor zodanige wet splitsen.
  • 3. 
    Na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid wordt de Tweede Kamer ontbonden.
  • 4. 
    Nadat de nieuwe Tweede Kamer is samengekomen, overwegen beide kamers in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 5. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.
1999: art 137, 2000: art 137, 2002: art 137, 2005: art 137, 2006: art 137, 2008: art 137, 2017: art 137, 2018: art 137