Artikel 59: Oppergezag over zee- en landmacht; benoeming en ontslag officieren; pensioenen

58
Artikel 59
60

De Koning heeft het oppergezag over zee- en landmacht.

De militaire officieren worden door hem benoemd. Zij worden door hem bevorderd, ontslagen of op pensioen gesteld, volgens de regels door de wet te bepalen.

De pensioenen worden door de wet geregeld.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Het beschikt over de Krijgsmagt te Water en te Lande, en bepaalt derzelver bijzondere bestemmingen.

1801

Het Staats-Bewind beschikt over de Vloten en Legers der Republiek, doch aan geen van deszelfs Leden vermag immer in Persoon het Opperbevel over dezelve worden toevertrouwd.

1805

De Raadpensionaris beschikt over de Vloten en Legers van het Bataafsch Gemeenebest. De Militaire Rangen worden door hem bepaald en toegewezen.

1806

De Koning is het Opperhoofd van de Vloten en Legers. De militaire rangen worden door Hem bepaald en toegewezen.

1814

De Souvereine Vorst beschikt over de Vloten en Legers. Alle militaire Officieren worden door Hem benoemd en, daartoe termen zijnde, op pensioen gesteld of, des noods, ontslagen.

1815: art 59, 1840: art 58
1848

De Koning heeft het oppergezag over zee- en landmagt.

De militaire officieren worden door hem benoemd. Zij worden door hem bevorderd, ontslagen of op pensioen gesteld, volgens de regels door de wet te bepalen.

De pensioenen worden door de wet geregeld.

1887: art 60, 1917: art 60, 1922: art 59, 1938: art 61, 1948: art 61, 1953: art 68
1956

De Koning heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

De militaire officieren worden door hem benoemd. Zij worden door hem bevorderd, ontslagen of op pensioen gesteld, volgens de regels door de wet te bepalen.

De pensioenen worden door de wet geregeld.

1963: art 68, 1972: art 68