Hoofdstuk 3 in eenvoudig Nederlands: Staten-Generaal
Let op: dit is niet de officiële wettekst
Dit is een versie van de Grondwet in eenvoudig Nederlands, geen officiële wettekst. Taaldeskundigen van BureauTaal hebben de artikelen herschreven in eenvoudig Nederlands, geholpen door staatsrechtdeskundigen (gebaseerd op Karen Heij en Wessel Visser, De Grondwet in eenvoudig Nederlands, SDU Uitgevers, Den Haag 2007).
Inhoud
Paragraaf 1: Inrichting en samenstelling
Artikel 50: Volksvertegenwoordiging
De leden van de Eerste en Tweede Kamer vertegenwoordigen gezamenlijk het gehele Nederlandse volk.
Artikel 51: Tweekamerstelsel
- Ons parlement heeft twee kamers: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
- De Tweede Kamer heeft honderdvijftig leden.
- De Eerste Kamer heeft vijfenzeventig leden.
- Als de Eerste Kamer en de Tweede Kamer samen vergaderen, zijn ze één kamer.
Artikel 52: Zittingsduur Eerste en Tweede Kamer
- De kiezers kiezen de leden van beide kamers voor vier jaar.
- De kiezers kiezen de provinciale staten ook voor vier jaar. De wet kan veranderen, waardoor de kiezers de provinciale staten voor een kortere of een langere tijd kiezen. De leden van de Eerste Kamer blijven dan net zo lang zitten als de provinciale staten.
Artikel 53: Evenredige vertegenwoordiging; geheime stemming
- Het deel van het aantal Kamerzetels dat een politieke partij krijgt, is net zo groot als het deel van alle stemmen dat een politieke partij bij verkiezingen heeft gekregen. In de wet staat de precieze berekening.
- De verkiezingen zijn geheim.
Artikel 54: Verkiezing Tweede Kamer; uitsluiting kiesrecht
- Nederlanders van achttien jaar en ouder mogen stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer. In de wet staat welke Nederlanders die in het buitenland wonen niet mogen stemmen.
- De rechter kan beslissen dat mensen niet mogen stemmen als zij voor een misdaad een gevangenisstraf hebben gekregen van meer dan een jaar. In de wet staat voor welke misdaden dit geldt.
Artikel 55: Verkiezing Eerste Kamer
- De leden van provinciale staten, de leden van de kiescolleges van de drie eilanden in Caribisch Nederland en de leden van het kiescollege voor niet-ingezetenen Nederlanders kiezen de leden van de Eerste Kamer. De verkiezingen zijn binnen drie maanden na de verkiezingen van provinciale staten. Dit hoeft niet als de regering wil dat er eerder verkiezingen zijn.
- De in het eerste lid genoemde kiescolleges worden gekozen door Nederlanders die voldoen aan de vereisten die gelden voor de verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Artikel 56: Vereisten lidmaatschap Staten-Generaal
Nederlanders van achttien jaar en ouder kunnen lid zijn van de Eerste en Tweede Kamer als ze ook mogen stemmen bij verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Artikel 57: Incompatibiliteiten parlementsleden
- Niemand mag tegelijk lid zijn van de Eerste en de Tweede Kamer.
- Een lid van de Eerste of de Tweede Kamer mag niet tegelijk:
- minister of staatssecretaris zijn;
- lid van de Raad van State zijn;
- lid van de Algemene Rekenkamer zijn;
- Nationale ombudsman of zijn plaatsvervanger zijn;
- lid van de Hoge Raad, procureur-generaal of advocaat-generaal bij de Hoge Raad zijn.
- Een minister of een staatssecretaris mag wel lid zijn van de Eerste of de Tweede Kamer als hij ontslag heeft genomen. Maar dat kan dan alleen zolang de regering over dat ontslag nog geen beslissing heeft genomen.
- In de wet kunnen andere banen staan die een lid van de Eerste of de Tweede Kamer niet mag hebben.
Artikel 57a: Tijdelijke vervanging lid Staten-Generaal wegens zwangerschap, bevalling en ziekte
In de wet staat wie een lid van de Eerste en Tweede Kamer vervangt dat zwanger is, een kind krijgt of ziek is. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit kan beslissen.
Artikel 58: Geloofsbrieven
De Eerste en de Tweede Kamer onderzoeken bij hun nieuwe leden of zij wel lid mogen worden van de kamer. Ze nemen hierover ook de beslissingen. Ze moeten daarbij rekening houden met de regels die in de wet staan.
Artikel 59: Wettelijke regeling kiesrecht, verkiezingen
Alle andere zaken van het kiesrecht en van verkiezingen staan in de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Artikel 60: Ambtsaanvaarding parlementsleden
In de wet staat hoe de leden van de Eerste en Tweede Kamer beloven of zweren dat zij:
- zich niet hebben laten omkopen en zich niet zullen laten omkopen;
- zich aan de Grondwet zullen houden;
- hun werk goed zullen doen.
Artikel 61: Voorzitterschap Kamers, ambtenaren
- De Eerste en de Tweede Kamer kiezen allebei één van hun leden tot voorzitter.
- De Eerste en de Tweede Kamer benoemen allebei een griffier. De griffier en de andere ambtenaren van de beide kamers kunnen geen lid zijn van de beide kamers.
Artikel 62: Voorzitterschap verenigde vergadering
De voorzitter van de Eerste Kamer is de voorzitter als de Eerste en de Tweede Kamer samen vergaderen (de verenigde vergadering).
Artikel 63: Geldelijke voorzieningen parlementsleden
In de wet staat hoe hoog de uitkeringen, de kostenvergoedingen en de pensioenen zijn die de leden van de Eerste en Tweede Kamer, ex-leden en hun nabestaanden krijgen. De Eerste en de Tweede Kamer kunnen deze wet alleen maken als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
Artikel 64: Kamerontbinding
- De regering kan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer ontslaan.
- Als de regering dat beslist, moeten er verkiezingen komen. De nieuw gekozen kamer moet binnen drie maanden de eerste vergadering houden.
- Het ontslag begint op de dag dat de nieuw gekozen kamer haar eerste vergadering houdt.
- In de wet staat hoe lang de Tweede Kamer die na het ontslag is gekozen, mag blijven. De Tweede Kamer mag niet langer dan vijf jaar blijven. De Eerste Kamer mag na het ontslag blijven tot het moment van de volgende verkiezingen door de provinciale staten.
Paragraaf 2: Werkwijze
Artikel 65: Troonrede; Prinsjesdag
Op de derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. Dan leest de Koning of een plaatsvervanger de troonrede voor. Dat gebeurt in een vergadering van de Eerste en Tweede Kamer samen. In de troonrede staat in het kort het beleid van de regering voor het volgende jaar. In de wet kan staan dat Prinsjesdag eerder is dan de derde dinsdag van september.
Artikel 66: Openbaarheid vergaderingen
- Iedereen mag naar de vergaderingen van de Eerste en Tweede Kamer komen kijken en luisteren.
- Dit mag niet als een tiende deel van de aanwezige leden of de voorzitter dat niet wil.
- Als een tiende van de aanwezige leden of de voorzitter dit vindt, dan moet de Kamer beslissen of ze in het geheim verder zal vergaderen en beslissingen nemen. Als de Kamer beslist van niet, dan mag iedereen weer komen kijken en luisteren.
Artikel 67: Quorum; stemming
- De Eerste Kamer, de Tweede Kamer en de vergadering van de beide kamers samen mogen alleen vergaderen en beslissingen nemen, als meer dan de helft van de Kamerleden aanwezig is.
- De twee Kamers nemen beslissingen met een meerderheid van stemmen.
- Kamerleden beslissen zelf wat ze stemmen.
- Als een lid van een Kamer dat wil, moeten de Kamerleden één voor één zeggen wat ze stemmen.
Artikel 68: Inlichtingenplicht ministers, staatssecretarissen; interpellatie
Ministers en staatssecretarissen moeten de Eerste en Tweede Kamer alles vertellen of schrijven wat Kamerleden willen weten. Dit hoeft alleen niet als het tegen het belang van de staat is.
Artikel 69: Aanwezigheid ministers, staatssecretarissen
- Ministers en staatssecretarissen mogen bij de vergaderingen van de Eerste en Tweede Kamer zijn.
- De Eerste en Tweede Kamer kunnen ministers en staatssecretarissen bij een vergadering roepen. De ministers en staatssecretarissen moeten dan naar de kamer komen.
- Ambtenaren en anderen mogen de ministers en staatssecretarissen helpen in de vergadering.
Artikel 70: Parlementaire enquête
De Eerste Kamer en de Tweede Kamer kunnen onderzoek doen. Het onderzoek waarbij de kamer aan mensen vragen stelt en waarbij die mensen verplicht antwoord moeten geven, heet parlementaire enquête. In de wet staat hoe de kamers dit onderzoek doen.
Artikel 71: Parlementaire onschendbaarheid
Iedereen die meedoet aan een vergadering in de Eerste Kamer of de Tweede Kamer mag zeggen wat hij wil. Ook mag hij aan de Eerste of Tweede Kamer schrijven wat hij wil. De rechter kan hen niet straffen voor wat zij zeggen in de Eerste of de Tweede Kamer of wat zij daaraan schrijven.
Artikel 72: Reglementen van orde
De Eerste Kamer, de Tweede Kamer en de beide Kamers samen maken ieder hun reglement. In het reglement staan de regels voor hun vergaderingen.