Artikel 98: Samenstelling krijgsmacht; militaire dienst

97
Artikel 98
99
  • 1. 
    De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.
  • 2. 
    De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst.
 

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan eventueel ook uit dienstplichtigen bestaan. In 1997 werd de opkomstplicht van dienstplichtigen opgeschort. Sindsdien bestaat het leger dus alleen uit personen die zelf voor een baan bij het leger kiezen.

De opkomstplicht en het opschorten van de opkomstplicht is verder geregeld in de Kaderwet dienstplicht.

2.

Formele toelichting

De bestaande artikelen inzake de verdediging zijn in 2000 vervangen door gemoderniseerde bepalingen. Behalve in redactioneel opzicht zijn de verdedigingsbepalingen ook inhoudelijk aangepast. Zo is een bepaling opgenomen over het opleggen van plichten ten behoeve van de civiele verdediging (artikel 99a).

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    Het leger bestaat uit mensen die vrijwillig in het leger gaan. Maar het leger kan ook bestaan uit mensen die er verplicht in moeten.
  • 2. 
    In de wet staat wanneer iemand verplicht in het leger moet gaan. In de wet staat ook wanneer iemand niet verplicht in het leger hoeft te gaan. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist.

Uitleg

Tot 1887 had het Nederlandse leger drie onderdelen. Het eerste deel was de zeemacht en de landmacht. Dit deel bestond helemaal uit vrijwilligers. Het tweede deel was een nationale militie. Dit deel bestond uit vrijwilligers en uit mensen die verplicht in het leger moesten. Het derde deel bestond uit plaatselijke schutterijen. Dat waren gewapende groepen van vrijwillige burgers.

Vanaf 1887 had Nederland alleen nog een zeemacht en een landmacht. Dit leger bestond uit vrijwilligers en dienstplichtigen. Nu heeft Nederland een landmacht, een luchtmacht en een marine.

Vanaf 1998 heeft Nederland geen dienstplicht meer. Misschien is dat niet voor altijd. Daarom staat nog altijd in de Grondwet dat het leger ook kan bestaan uit mensen die erin moeten. In de Kaderwet dienstplicht staat wanneer Nederland de dienstplicht weer kan laten beginnen.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1798

Ieder Bataafsch Burger is verpligt, tot dat einde de Waapenen te dragen, en zich op de rol van Waapen-voerende Burgeren te doen inschrijven.

1814

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's Lands oude gewoonte en het grondbeginsel bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle Ingezetenen dezer landen.

1815

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's Lands oude gewoonte, den geest van de Pacificatie van Gent, en de grondbeginselen bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle ingezetenen van het Rijk.

1840: art 201
1848

Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en tot beveiliging van zijn grondgebied, blijft een der eerste plichten van alle ingezetenen.

1887

Alle Nederlanders daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van zijn grondgebied.

Ook aan ingezetenen die geen Nederlanders zijn, kan die plicht worden opgelegd.

1917: art 180, 1922: art 181, 1938: art 187, 1948: art 187, 1953: art 194, 1956: art 194, 1963: art 194, 1972: art 194, 1983: art 97, 1987: art 97, 1995: art 97, 1999: art 97
2000
  • 1. 
    De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.
  • 2. 
    De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst.
2002: art 98, 2005: art 98, 2006: art 98, 2008: art 98, 2017: art 98, 2018: art 98