Artikel 119: Ambtsmisdrijven

118
Artikel 119
120

De leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer.


In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Ambtsmisdrijven van Tweede en Eerste Kamerleden, ministers en staatssecretarissen worden, ook na hun aftreden, door de Hoge Raad berecht. De opdracht tot vervolging wordt met een koninklijk besluit of met een besluit van de Tweede Kamer gegeven. Een voorbeeld van een ambtsmisdrijf is het bekendmaken van een staatsgeheim of het aannemen van steekpenningen.

Bij de vervolging van ministers en staatssecretarissen is de Wet ministeriële verantwoordelijkheid uit 1855 van toepassing.

Dit artikel heeft één keer, op 9 januari 1868, toepassing gehad, maar dat was nog op basis van de bepalingen uit de Grondwet van 1814, die sprak over misdrijven 'in de waarneming hunner functiën begaan'. Minister Pels Rijcken van Marine werd door de Hoge Raad veroordeeld vanwege overtreding van een veterinaire wet. Hij had zijn hond los laten lopen in een gebied waar dat vanwege de veetyphus verboden was. Hij werd daarvoor (bij verstek) door de Hoge Raad tot een boete van tien gulden of een dag gevangenisstraf veroordeeld.

2.

Formele toelichting

De artikelen 118 en 119 van de Grondwet betreffen de wijze van benoeming van de leden van de Hoge Raad en de taken van dit college.

De leden van de Hoge Raad worden bij koninklijk besluit uit een voordracht van de Tweede Kamer benoemd. Van de taken van de Hoge Raad vermeldt de Grondwet er twee uitdrukkelijk: de Hoge Raad is belast met de cassatie van rechterlijke uitspraken wegens schending van het recht, en met de berechting in eerste en enige instantie van ambtsmisdrijven van Kamerleden, ministers en staatssecretarissen.

Wat de laatstgenoemde taak betreft: de opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij besluit van de Tweede Kamer.

3.

In eenvoudig Nederlands

De Hoge Raad berecht leden van de Eerste en Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen die een misdaad hebben gepleegd die met hun werk te maken heeft. Ook als ze dit werk niet meer doen. Alleen de regering of de Tweede Kamer kan beslissen hen te laten berechten.

Uitleg

Als leden van de Eerste en Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen een misdrijf plegen, zoals diefstal of moord, worden ze net als andere mensen berecht door een gewone rechter. Maar als leden van de Eerste en Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen een misdrijf plegen dat te maken heeft met hun werk, dan moet de Hoge Raad hen berechten. Bijvoorbeeld als ze een staatsgeheim bekendmaken. Of een vriend een goedbetaalde baan geven.

Zij kunnen ook nog worden berecht als ze al geen lid meer zijn van de Eerste of Tweede Kamer, of geen minister of staatssecretaris meer zijn.

Wie mag beslissen dat zij moeten worden berecht door de Hoge Raad? Dat mag alleen de regering of de Tweede Kamer doen.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

Artikel 21

De organieke wet regelt welke ambtsdragers in welke gevallen wegens ambtsmisdrijven terecht staan voor de Hoge Raad. Zij regelt de procedure

5.

Achtergronden

Naar aanleiding van het lekken van stukken door een Tweede Kamerlid, voorafgaand aan Prinsjesdag 2009, concludeerde de commissie-De Wijkerslooth dat de weg van strafrechtelijke vervolging van een Kamerlid feitelijk 'onbegaanbaar is', omdat opsporingsbevoegdheden ontbreken en er een onderzoekstermijn van maximaal drie maanden geldt.

7.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Hoog Nationaal Geregtshof bestaat, alleenlijk, in de gevallen, bij de Wet bepaald, bijzonderlijk, om uitspraak te doen over misdrijven, door de Leden van het Vertegenwoordigend Lichaam, of van het Uitvoerend Bewind, deszelfs Agenten, Commissarissen der Nationaale Reekening, door de Ministers dezer Republiek en derzelver Secretarissen bij Buitenlandsche Mogendheden, of door de Secretarissen van Ambassade, in de waarneming hunner Posten begaan.

Deszelfs zamenroeping geschied door het Uitvoerend Bewind, op last van het Vertegenwoordigend Lichaam.

1801

Hetzelve neemt cognitie van, en oordeelt over alle misdryven door de Leden van het Wetgevend Lichaam, van het Staats-Bewind en alle hooge Nationale Amptenaren, begaan in de waarneming hunner bedieningen, zelfs na het eindigen derzelve; en voorts van alle andere misdaden, door dezelve gedurende den tyd hunner bediening bedreven wordende.

1805

Het Nationaal Geregtshof neemt kennis van, en oordeelt over alle misdrijven, door de Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden en de Hooge Ambtenaren van Staat begaan. De Leden der Vergadering van Hun Hoog Mogenden en de Hooge Ambtenaren van Staat zullen ten allen tijde voor het Gemelde Geregtshof te regt staan wegens de misdrijven, welke met betrekking tot de waarneming hunner functiën aan hun worden te laste gelegd. Het zelfde zal plaats hebben wegens gewone misdaden, in den loop hunner functiën begaan; doch, tot het burgerlijk leven terug gekeerd, zullen zij, wegens alle commune delicten, voor den gewonen burgerlijken Regter te regt gesteld worden.

1814

De leden van de vergadering der Staten Generaal, de Hoofden der ministeriële departementen, de leden van den Raad van State, de Commissarissen van den Souvereinen Vorst in de Provinciën of Landschappen staan te regt voor den Hoogen Raad, wegens alle misdrijven in de waarneming hunner functiën begaan. Zij mogen echter deswege nimmer in regten betrokken worden, dan na dat door de vergadering van de Staten Generaal daartoe uitdrukkelijk verlof verleend zal zijn.

1815: art 177, 1840: art 175
1848

De leden der Staten-Generaal, de hoofden der ministeriële departementen, de gouverneurs-generaal of de hooge ambtenaren onder een anderen naam met gelijke magt bekleed in de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen, de leden van den Raad van State en de commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven, ter vervolging hetzij van Koningswege, hetzij van wege de Tweede Kamer, te regt voor den Hogen Raad.

1887

De leden der Staten-Generaal, de hoofden der ministeriële departementen, de gouverneurs-generaal en de hooge ambtenaren onder een anderen naam met gelijke magt bekleed in de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen, de leden van den Raad van State en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hunne aftreden, te regt voor den Hoogen Raad ter vervolging hetzij van 's Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer.

De wet kan bepalen, dat nog andere ambtenaren en leden van hooge collegiën wegens ambtsmisdrijven voor den Hoogen Raad te regt staan.

1917: art 164
1922

De leden der Staten-Generaal, de hoofden der ministerieele departementen, de Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië en de Gouverneurs van Suriname en van Curaçao, de leden van den Raad van State, en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hunne aftreding, terecht voor den Hoogen Raad ter vervolging hetzij van 's Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer.

De wet kan bepalen, dat nog andere ambtenaren en leden van hooge colleges wegens ambtsmisdrijven voor den Hoogen Raad terecht staan.

1938

De leden der Staten-Generaal, de ministers, de Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië en de Gouverneurs van Suriname en van Curaçao, de leden van den Raad van State, en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hunne aftreding, terecht voor den Hoogen Raad ter vervolging hetzij van 's Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer.

De wet kan bepalen, dat nog andere ambtenaren en leden van hooge colleges wegens ambtsmisdrijven voor den Hoogen Raad terecht staan.

1948: art 171, 1953: art 178
1956

De leden der Staten-Generaal, de ministers, de Gouverneurs van Suriname, van de Nederlandse Antillen en van Nederlands Nieuw Guinea, de leden van de Raad van State, en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreding, terecht voor de Hoge Raad ter vervolging hetzij van 's Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer.

De wet kan bepalen, dat nog andere ambtenaren en leden van hoge colleges wegens ambtsmisdrijven voor de Hoge Raad terecht staan.

1963

De leden der Staten-Generaal, de ministers, de Gouverneurs van Suriname en van de Nederlandse Antillen, de leden van de Raad van State, en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan, wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreding, terecht voor de Hoge Raad ter vervolging hetzij van 's Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer.

De wet kan bepalen, dat nog andere ambtenaren en leden van hoge colleges wegens ambtsmisdrijven voor de Hoge Raad terecht staan.

1972: art 178
1983

De leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer.

1987: art 119, 1995: art 119, 1999: art 119, 2000: art 119, 2002: art 119, 2005: art 119, 2006: art 119, 2008: art 119, 2017: art 119