Buitenlandse betrekkingen

Inhoudsopgave van deze pagina:

67.

Oorlog en vrede

Het Bataafsche Volk vat nimmer de waapenen op, dan ter handhavinge zijner vrijheid, ter bewaaringe van zijn grondgebied, en ter verdediging zijner Bondgenooten. Het beveelt, tot dat einde, eene zorgvuldige inrigting zijner Krijgsmagt, bovenal ter Zee, als het bolwerk van den nationaalen voorspoed.

Het gelast de stipste onzijdigheid van het Bestuur ten aanzien der mogendheden. Het bewaart, zooveel mooglijk, den vrede met alle Volken, en koomt zijne verbindtenissen met denzelven heiliglijk na. Het eerbiedigt derzelver regten, en wil, dat, in tijd van Oorlog, de rampen der menschheid, bij wederzijdsch verdrag, zoo veel doenlijk, verzagt worden.

68.

Verbondenheid met de Fransche Republiek

Het Bataafsche Volk, overtuigd, dat de belangen der vereenigde Fransche en Bataafsche Republieken, door derzelver onderlinge zamenstemming, altijd, het gelukkigst zullen bevorderd worden, wil, van zijne zijde, nimmer eenige afzonderlijke verbindtenis met die Volken, wier staatkundig belang in tweestrijd is met den voorspoed der beide Natiën.

69.

Onderteekening Verdragen of Overeenkomsten

Alle overeenkomst, of verdrag, met andere Volken, of Mogendheden, geschied alleenlijk in naam des Bataafschen Volks.