Artikel 72: Verantwoording uitgaven van ingewilligde penningen

71
Artikel 72
73

Alle de ingewilligde penningen worden gebruikt tot de vastgestelde posten, en geene anderen. De Souvereine Vorst doet van dat gebruik, gedurende het vorige jaar, aan de Staten Generaal een uitvoerig verslag geven.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Het zend, jaarlijks, aan het Vertegenwoordigend Lichaam de gewoone, of ook buitengewoone, begrootingen van Staats-Uitgaven, gelijk ook eene verändwoording der Penningen, geduurende het voorig jaar door hetzelve uit de Nationaale Kas ontvangen en uitgegeven; beiden op den tijd en wijze, in TITUL VI, Afd. II, bepaald.

1801

Het Staats-Bewind heeft het Bestuur der Nationaale Geldmiddelen; hetzelve regelt de vaste Jaarwedden der Nationaale Amptenaren, en onderzoekt het gene ieder Jaar voor den dienst der republiek gewoon of buitengewoon gevorderd wordt. Hetzelve legt de kosten van dien in Algemeene begrootingen aan het Wetgevend Lichaam voor, en vraagt de inwilliging der daartoe benodigde Geldmiddelen.

Ingevalle de gewone inkomsten niet toereikende zyn tot goedmaking der gewone kosten, draagt het Staats-Bewind nieuwe Algemeene Belastingen aan het Wetgevend Lichaam voor; doch tot goedmaking der buitengewone kosten, draagt hetzelve of buitengewone belastingen voor den tyd van één Jaar, of vrywillige of onvrywillige Negotiatien aan het Wetgevend Lichaam voor, en ingeval van het laatste tevens het fonds tot betaling van de Interessen en aflossing der genegotieerde Capitalen.

1814

Alle de ingewilligde penningen worden gebruikt tot de vastgestelde posten, en geene anderen. De Souvereine Vorst doet van dat gebruik, gedurende het vorige jaar, aan de Staten Generaal een uitvoerig verslag geven.

1815

De uitgaven voor ieder departement van algemeen bestuur, maken een afzonderlijk hoofdstuk der algemeene begroting uit.

De penningen voor een Departement toegestaan kunnen alleenlijk en bij uitsluiting worden gebruikt voor uitgaven tot dat Departement behoorende, zoodat geene som kan worden overgeschreven van het eene hoofdstuk van algemeen bestuur op een ander, dan met gemeen overleg der Staten-Generaal.

1840

De uitgaven voor ieder Departement van Algemeen Bestuur maken een afzonderlijk hoofdstuk der algemeene begroting uit.

Elk dezer hoofdstukken wordt bij eene afzonderlijke wet voorgedragen en vastgesteld.

De penningen voor een Departement toegestaan, kunnen alleenlijk en bij uitsluiting worden gebruikt voor uitgaven, tot dat Departement behoorende, zoo dat geene som kan worden overgeschreven van het eene hoofdstuk van algemeen bestuur op een ander, dan met gemeen overleg der Staten-Generaal.

1848

Geen hoofdstuk der begrooting van uitgaven kan meer dan die voor één departement van algemeen bestuur behelzen.

Ieder hoofdstuk wordt in een of meer ontwerpen van wet vervat. Door zoodanige wet kan overschrijving worden toegestaan.

1887: art 125, 1917: art 125, 1922: art 126, 1938: art 128, 1948: art 128, 1953: art 135, 1956: art 135, 1963: art 135, 1972: art 135