Artikel 91: Hoofden der Departementen van Algemeen Bestuur hebben zitting in beide Kamers

90
Artikel 91
92

De Hoofden der Departementen van Algemeen Bestuur hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleenlijk eene raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn.

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting Staatsblad

De Koning zendt de voorstellen, welke Hij in den Raad van State heeft doen overwegen, aan de Kamer, welke door de provinciale Staten verkozen is, (art 106); deze onderzoekt dezelve, en brengt ze bij aanneming in de eerste kamer, welke op gelijke wijze de zaak onderzoekt (art. 109); deze kamer ontvangt en overweegt mede de voorstellen door de tweede kamer aan den Koning gedaan; nimmer stelt zij zelve iets voor (art. 114 en 115).

Zoo zij zulk een voorstel aanneemt, zendt zij het aan den Koning die hetzelve aanneemt, of verwerpt (art. 116).

Veelal zal deze kamer bij het afslaan van eenig voorstel der andere, aan den Koning besparen de oefening Van een heilzaam en hoogstnoodzakelijk regt, maar hetwelk toch door eene te veelvuldige herhaling het onderling vertrouwen zou kunnen deeren, welks behoud zoo nuttig voor de Vorsten, zoo heilzaam voor de volkeren is. Overigens is de wet steeds het uitvloeisel van het gemeen overleg des Konings en der beide kamers van de Staten-Generaal (art. 119).

In vele onzer provinciën, bijzonder in de noordelijken, hadden de gezamenlijke burgers een niet onbeduidend aandeel in de bestiering der zaken, door de wijze zelve op welke de verschillende regerings-kollegiën op zich zelve en onderling waren gewijzigd - deze deelneming bevorderde den publieken geest, dien grooten springveer van alle besturen, die eene vertegenwoordiging ten grondslag hebben. 's Lands regering bekomt meer kracht, en wordt beter gehoorzaamd, wanneer zij de beweegredenen van hare wetten en bepalingen open legt, en het doel der opofferingen welke zij vorderd, en der krachten welker inspanning zij begeert doet kennen. - Verscheide voorbeelden strekken ten bewijze, welk groot vermogen het Gouvernement verkrijgt, wanneer de hechtheid des volks aan de bevolen maatregelen voortvloeit uit beredeneerde overtuiging.

Wij hebben gemeend, dat deze belangrijke voordeelen best verkregen en bewaard wierden in het openlijk vergaderen der tweede kamer, onder zoodanige bepalingen nogtans als geschikt zijn ter wering van alle misbruik en het tegengaan van eene verkeerde strekking (art. 108.)

Om de ware reden Van eenig voorstel met kracht te doen ontwikkelen en de heilzame inzigten van het Gouvernement naar waarde te doen kennen en beoordeelen, om gelegenheid te geven tot het daarstellen van doelmatige wijzigingen, zoo zullen de hoofden der departementen van algemeen bestuur tot beide kamers der Staten-Generaal toegang hebben; de bevoegheid echter om de vergadering voortelichten geeft hun geen regt van stem (art. 91.)

Er zijn bij de grondwet eenige bepalingen gemaakt omtrent de wijze van raadplegen, welke in den eersten opslag beter bij een reglement van orde schijnen te kunnen worden geregeld - dan wij hebben aan dezelven een des te grooter gewigt gehecht, naar mate wij overtuigd wierden van het nut van eene gestadige en onderlinge verhouding tusschen de leden der vergadering uit de verschillende oorden van het Rijk te zamen gevloeid, en tevens van het daarstellen eener gemakkelijke wijze om aan allen de ware gronden en de tederste bedenkingen te doen kennen welke ter aanneming of verwerping van eenig voorstel leiden kunnen (art. 107.)

Het is ter behouding van de volmaaktste eensgezindheid, dat wij de onderscheiden formulieren hebben voorgeschreven, welke in de stadige wisseling der kamers en onderling en met het Gouvernement moeten worden gebezigd.

Wij achten het voor onnoodig, Sire! de redenen optegeven die ons bewogen hebben tot het voorschrijven van de onderscheiden eeds formulieren. Uwe Majesteit heerscht over een volk, dat voor den eed eenen heiligen eerbied voedt, denzelven nimmer ligtvaardig aflegt, maar getrouwelijk nakomt.

2.

Ontwikkeling artikel

1798

Hetzelve dient, aan beide de Kamers van het Vertegenwoordigend Lichaam, van consideratiën en advies, of ook van berigt, in alle gevallen, waarin zulks van hetzelve gevorderd word.

1815

De Hoofden der Departementen van Algemeen Bestuur hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleenlijk eene raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn.

1840: art 93
1848

De hoofden der ministeriële departementen hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleen eene raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn.

Zij geven aan de Kamers, het zij mondeling, het zij schriftelijk, de verlangde inlichtingen, waarvan het verleenen niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang en de zekerheid van het Rijk, de koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen.

Zij kunnen door elke der Kamers worden uitgenoodigd om te dien einde ter vergadering tegenwoordig te zijn.

1887: art 94, 1917: art 94
1922

De hoofden der ministerieele departementen hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleen eene raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn. Zij kunnen zich in de vergadering doen bijstaan door de ambtenaren, daartoe door hen aangewezen.

Zij geven aan de Kamers, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, de verlangde inlichtingen, waarvan het verleenen niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van den Staat.

Zij kunnen door elke der Kamers worden uitgenoodigd om te dien einde ter vergadering tegenwoordig te zijn.

1938: art 97, 1948: art 97, 1953: art 104, 1956: art 104, 1963: art 104, 1972: art 104
1983

De ministers en de staatssecretarissen geven aan de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, de verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet strijdig kan worden geoordeeld met het belang van de staat.

1987

De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

1995: art 68, 1999: art 68, 2000: art 68, 2002: art 68, 2005: art 68, 2006: art 68, 2008: art 68, 2017: art 68, 2018: art 68