Artikel 32: Vrijdom van personele lasten

31
Artikel 32
33

De Koning, mitsgaders de Prinsen en Prinsessen van zijn Huis, zijn vrij van alle personele lasten en beschreven middelen, met uitzondering van de verponding. De gebouwen tot hunne woning of gebruik bestemd, zijn van de verponding ontheven.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door hen genoten.

1.

Ontwikkeling artikel

1814

De Souvereine Vorst en de Prinsen en Prinsessen van den Huize genieten vrijdom van alle personele lasten en beschreven middelen, met uitzondering van de verponding.

De gebouwen echter tot Derzelver gebruik of woning bestemd, blijven ontheven van alle reële lasten. Geene exemptiën van consumtive middelen zullen door Hen noch Hunne hofhoudingen genoten worden.

1815: art 33, 1840: art 32
1848

De Koning en de Prins van Oranje zijn vrij van alle personele lasten.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door hen genoten.

1887: art 26, 1917: art 26
1922

De Koning, de Prins van Oranje, de dochter des Konings, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, zoomede de Koningin-Weduwe, gedurende haren weduwlijken staat, zijn vrij van alle personeele lasten.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door hen genoten.

1938

De koning en de leden van het Koninklijk Huis, genoemd in de artikelen 26, 28 en 29, zijn vrij van alle personeele lasten.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door hen genoten.

1948: art 24, 1953: art 24, 1956: art 24, 1963: art 24
1972