Artikel 150: Uitoefening gezag en magt van provinciale Staten vastgelegd in reglementen

149
Artikel 150
151

De wijze waarop het gezag en de magt, aan de provinciale Staten bij en ten gevolge van deze Grondwet gegeven, wordt geoefend wordt geregeld bij zoodanige reglementen, als door de Staten der Provinciën gemaakt en door den Koning goedgekeurd worden.

1.

Ontwikkeling artikel

1815

De wijze waarop het gezag en de magt, aan de provinciale Staten bij en ten gevolge van deze Grondwet gegeven, wordt geoefend wordt geregeld bij zoodanige reglementen, als door de Staten der Provinciën gemaakt en door den Koning goedgekeurd worden.

1840: art 150, 1848: art 135
1887

Het gezag en de magt van de Staten worden door de wet geregeld met inachtneming van de voorschriften in de volgende artikelen dezer afdeeling vervat.

1917: art 133, 1922: art 133, 1938: art 135, 1948: art 135, 1953: art 142, 1956: art 142, 1963: art 142, 1972: art 142
1983
  • 1. 
    De wet regelt de inrichting van provincies en gemeenten, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen.
  • 2. 
    De wet regelt het toezicht op deze besturen.
  • 3. 
    Besluiten van deze besturen kunnen slechts aan voorafgaand toezicht worden onderworpen in bij of krachtens de wet te bepalen gevallen.
  • 4. 
    Vernietiging van besluiten van deze besturen kan alleen geschieden bij koninklijk besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
  • 5. 
    De wet regelt de voorzieningen bij in gebreke blijven ten aanzien van regeling en bestuur, gevorderd krachtens artikel 124, tweede lid. Bij de wet kunnen met afwijking van de artikelen 125 en 127 voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.
  • 6. 
    De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het rijk.
1987: art 132, 1995: art 132, 1999: art 132, 2000: art 132, 2002: art 132, 2005: art 132, 2006: art 132, 2008: art 132, 2017: art 132, 2018: art 132