Artikel 155: Staten oordelen over nieuwe plaatselijke belastingen

154
Artikel 155
156

Voor zoo verre tot goedmaking der plaatselijke uitgaven eenige belastingen mogten noodig zijn, gedragen dezelve Besturen zich stiptelijk naar het geen deswege bij de algemeene financiële wetten, ordonnantiën en bepalingen is vastgesteld.

Alvorens deze belastingen in te voeren, zenden zij de daaromtrent gemaakte ontwerpen, ter goedkeuring aan de Staten der Provinciën, met overlegging tevens van eenen juisten staat hunner behoeften.

Bij het onderzoek daarvan, houden de Staten ook bijzonderlijk in het oog, dat de voorgedragene belastingen nimmer bezwaren den vrijen invoer en doorvoer van producten vanden grond of voortbrengsels van nijverheid van andere Provinciën, steden of plaatsen, boven die van de plaats zelve waar de belasting gelegd wordt.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Geen Gemeente-Bestuur mag eenige nieuwe plaatslijke Belasting vaststellen, dan na alvorens daaromtrend te hebben gehandeld, en te zijn overeengekomen met gevolmagtigden uit de Stembevoegde Burgeren binnen deszelfs Gemeente, tot dat einde, op de wijze, bij het Reglement voorgeschreven, door dezelven benoemd, en onder opvolgende goedkeuring van het Vertegenwoordigend Lichaam.

1801

Hetzelve legt geene Plaatselyke Belastingen op, dan met overleg van de Gecommitteerden uit de Gemeenten, gekozen volgens een Reglement, goed te keuren door het Departementaal Bestuur, aan het welke mede alle plaatselyke Belastingen ter goed- of af keuring zullen moeten gezonden worden. Ten aanzien deezer Belastingen moet worden in acht genomen, dat noch de doorvoer, noch de uit- of de invoer, naar of van andere Steden of Plaatsen worde belast, noch ook de voortbrengselen van den grond of nyverheid van andere Steden of Plaatsen bezwaard boven die van de Plaats zelve, waar de Belasting gelegd wordt.

1814

Voor zoo verre, tot goedmaking der plaatselijke uitgaven, boven de gewone inkomsten, eenige belastingen mogten noodig zijn, gedragen dezelve besturen zich stiptelijk naar hetgeen deswege bij de algemeene financiële wetten, ordonnantiën en bepalingen is vastgesteld.

Alvorens dezelve belastingen intevoeren, zenden zij de daaromtrent gemaakte ontwerpen ter goedkeuring aan de Staten der Provinciën of Landschappen, met overlegging tevens van eenen juisten staat hunner behoefte.

Bij het onderzoek daarvan houden de Staten ook bijzonderlijk in het oog, dat de voorgedragen belastingen nimmer bezwaren den vrijen invoer en doorvoer van producten van den grond of voortbrengsels van industrie van andere Provinciën, Steden of Plaatsen boven die van de Plaats zelve, waar de belasting gelegd wordt.

1815: art 157, 1840: art 155
1848

Het besluit van een gemeentebestuur tot het invoeren, wijzigen of afschaffen eener plaatselijke belasting, wordt voorgedragen aan de Staten zijner provincie, die daarvan verslag doen aan den Koning, zonder wiens goedkeuring daaraan geen gevolg mag worden gegeven.

De wet geeft algemeene regels ten aanzien der plaatselijke belastingen.

Zij mogen den doorvoer, en den uitvoer naar en invoer uit andere gemeenten niet belemmeren.

1887: art 147, 1917: art 147
1922

De besluiten der gemeentebesturen rakende het invoeren, wijzigen of afschaffen van eene plaatselijke belasting behoeven de goedkeuring des Konings.

De wet geeft algemeene regels ten aanzien der plaatselijke belastingen.

Deze belastingen mogen den doorvoer, den uitvoer naar en den invoer uit andere gemeenten niet belemmeren.

1938: art 149, 1948: art 149, 1953: art 156, 1956: art 156, 1963: art 156, 1972: art 156