Artikel 43: Eed regent

42
Artikel 43
44

Bij het aanvaarden van het Regentschap legt de Regent in eene vereenigde vergadering van de Staten-Generaal in handen van den Voorzitter den volgenden eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) trouw aan den Koning; ik zweer (beloof), dat ik in de waarneming van het koninklijk gezag, zoo lang de Koning minderjarig is (zoo lang de Koning buiten staat blijft de regering waar te nemen), de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven."

"Ik zweer (beloof), dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid, en de regten van alle des Konings onderdanen, en van elk hunner zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen aanwenden, welke de wetten te mijner beschikking stellen, gelijk een goed en getrouw Regent schuldig is te doen."

"Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!" ("Dat beloof ik!")

1.

Ontwikkeling artikel

1815

De Regent legt in eene vereenigde zitting van de beide Kamers der Staten-Generaal, in handen van den Voorzitter den navolgenden eed af:

"Ik zweer trouw aan den Koning; dat ik voorts in de waarneming van het Koninklijk gezag, zoo lange de Koning minderjarig is (zoo lange de Koning buiten staat blijft de regering waar te nemen), de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven, en dat ik daarvan bij geene gelegenheid, of onder geen voorwendsel hoegenaamd, zal afwijken of gedoogen dat daarvan afgeweken worde.

Ik zweer wijders, dat ik de onafhankelijkheid van het Rijk, en de algeheele uitgestrektheid van deszelfs grondgebied, met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid, en de regten van alle des Konings onderdanen, en van een ieder derzelven zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van den algemeene en bijzondere welvaart, alle middelen aanwenden, welke de wetten ter mijner beschikking stellen, gelijk een goed en getrouw Regent schuldig is en behoort te doen.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

1840: art 44
1848

De Regent legt, in eene vereenigde zitting van de beide Kamers, der Staten-Generaal, in handen van den voorzitter den volgenden eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) trouw aan den Koning; ik zweer (beloof), dat ik in de waarneming van het koninklijk gezag, zoo lang de Koning minderjarig is (zoo lang de Koning buiten staat blijft de regering waar te nemen), de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven."

"Ik zweer (beloof), dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid, en de regten van alle des Konings onderdanen, en van elk hunner zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen aanwenden, welke de wetten ter mijner beschikking stellen, gelijk een goed en getrouw Regent schuldig is te doen."

"Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!" ("Dat beloof ik!")

1887: art 43, 1917: art 43, 1922: art 42, 1938: art 44, 1948: art 44, 1953: art 44, 1956: art 44, 1963: art 44, 1972: art 44