Artikel 35: Toezicht bij onbekwaamheid Koning

34
Artikel 35
36

Ingeval de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen, wordt in het noodige toezicht over zijn persoon voorzien naar de voorschriften, omtrent de voogdij van een minderjarigen Koning in artikel 32 bepaald.

De wet bepaalt den eed of de belofte door de hiertoe benoemde voogd of voogden af te leggen.

1.

Ontwikkeling artikel

1814

Wanneer de Erfprins in zoodanig geval meerderjarig is, zoo is Hij van regtswege Regent.

Indien Hij als dan nog minderjarig is, zal het souverein gezag, in dit en de andere gevallen, bij artikel 11 en 24 omschreven, worden uitgeoefend door den Raad van State, zamengesteld op dezelfde wijze, als bij artikel 25 is vermeld, tot dat daaromtrent door de Staten Generaal zal zijn voorzien.

1815

Indien er eenig toezigt op den persoon des Konings, die zich in de omstandigheden, bij het vorig artikel bedoeld, bevindt, noodig is, wordt daarin voorzien, naar de beginselen omtrent de voogdij van eenen minderjarigen Koning, bij artikel 39 en 41 bepaald.

1840: art 46
1848

Ingeval de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen, wordt in het noodige toezigt over zijn persoon voorzien naar de voorschriften, omtrent de voogdij van een minderjarigen Koning in art. 36 en volgende bepaald.

1887: art 35, 1917: art 35, 1922: art 33, 1938: art 35, 1948: art 35, 1953: art 35, 1956: art 35, 1963: art 35, 1972: art 35