Artikel 91: Voorzitter

90
Artikel 91
92

De voorzitter wordt door den Koning benoemd voor het tijdperk eener zitting, uit eene door de Kamer aangeboden opgave van drie leden.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

De Voorzitters, en de Secretarissen, der beide Kamers, zijn altijd in de Residentie -Plaats tegenwoordig.

1805

Dadelijk nadat de zitting der Vergaderingen van Hun Hoog Mogenden zal geopend zijn, het geen door den Raadpensionaris verrigt wordt, gaat dezelve Vergadering over tot benoeming van een President voor de zitting, welke uit haar midden gekozen wordt.

1806

Dadelijk na de opening van elke Zitting, zal de Vergadering van Hun Hoog Mogenden overgaan tot de benoeming van een President, gekozen uit de Leden der Vergadering.

1814

Het beleid van de vergadering der Staten Generaal wordt opgedragen aan eenen President, die door den Souvereinen Vorst benoemd wordt uit eene nominatie van drie leden, door hen te maken, en zulks gedurende den tijd van het openen tot het sluiten dier vergadering.

De Staten Generaal hebben de aanstelling van hunnen Griffier.

1815

De Koning benoemt uit eene opgave van drie leden, Hem door de Kamer aangeboden, één om het Voorzitterschap, gedurende den tijd van het openen tot het sluiten der zitting, waar te nemen.

1840: art 87
1848

De voorzitter wordt door den Koning benoemd voor het tijdperk eener zitting, uit eene door de Kamer aangeboden opgave van drie leden.

1887: art 88, 1917: art 88, 1922: art 89, 1938: art 91, 1948: art 91, 1953: art 98, 1956: art 98, 1963: art 98, 1972: art 98
1983
  • 1. 
    Elk der kamers benoemt uit de leden een voorzitter.
  • 2. 
    Elk der kamers benoemt een griffier. Deze en de overige ambtenaren van de kamers kunnen niet tevens lid van de Staten-Generaal zijn.
1987: art 61, 1995: art 61, 1999: art 61, 2000: art 61, 2002: art 61, 2005: art 61, 2006: art 61, 2008: art 61, 2017: art 61, 2018: art 61