Artikel 118: Intrekken voorstel

117
Artikel 118
119

Zoolang de Eerste kamer nog niet heeft beslist, blijft de Koning bevoegd het door hem gedaan voorstel weder in te trekken.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

De Eerste Kamer neemt, in het raadpleegen over eenig voorstel harer Leden of Commissiën, de volgende form in acht:

  • a. 
    Bij ieder voorstel, of rapport, moet worden voorgedragen het Ontwerp van de Wet, of van het Besluit, waartoe Hetzelve strekt.
  • b. 
    Er geschieden drie lezingen van elk zoodanig voorstel, alvoorens daarop te besluiten. De tusschenstand van de eene lezing tot de andere is, telkens, ten minsten van drie dagen.
  • c. 
    Na de eerste of tweede lezing, kan een voorstel verworpen, of de raadpleging daarover uitgesteld worden. Het besluit kan niet eerder, dan na de derde lezing, plaats hebben.
  • d. 
    De tweede lezing heeft geene plaats, dan wanneer in de eerste lezing, vijf Leden dezelve vorderen; wordende, in dat geval, de dag tot die tweede lezing, bepaald. Ditzelfde word, bij eene tweede lezing in acht genomen omtrend de derde lezing.
  • e. 
    De bijvoegselen, of bepaalingen van eenig voorstel kunnen wel, bij de eerste of tweede lezing, voorgedragen, doch niet, dan na de derde lezing, in overweging worden genomen.
1801

Twaalf uit dezelven discutiëeren de voorgedragen Wetten, en worden hier toe by meerderheid van stemmen voor den tyd van elke gewone of buitengewone Byëenkomst verkozen. De discussiën over alle voorstellen, welke in de eerste week van elke gewone Byëenkomst zyn ingekomen, moeten zyn afgelopen en de zaken tot conclusie gebracht, uiterlyk op den laatsten dag van elke Byëenkomst, dat is den 30 Mey of den 15 December respectivelyk. In buitengewone Byëenkomsten moeten de voorstellen, waarom die zyn samengeroepen, vóór het scheiden van dezelve en uiterlyk binnen den tyd van eene Maand worden afgedaan.

Tot de stemming overgegaan zynde, brengen alle vyf en dertig Leden hunne stem uit by ja en neen. Het voorstel kan altoos geduurende de discussiën terug genomen worden.

1887

Zoolang de Eerste kamer nog niet heeft beslist, blijft de Koning bevoegd het door hem gedaan voorstel weder in te trekken.

1917: art 115, 1922: art 116, 1938: art 118, 1948: art 118, 1953: art 125, 1956: art 125, 1963: art 125, 1972: art 125
1983
  • 1. 
    Zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, kan het door of vanwege de indiener worden ingetrokken.
  • 2. 
    Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden ingetrokken.
1987: art 86, 1995: art 86, 1999: art 86, 2000: art 86, 2002: art 86, 2005: art 86, 2006: art 86, 2008: art 86, 2017: art 86, 2018: art 86