Artikel 203: Grondwetswijziging wordt per wet verklaard

202
Artikel 203
204

Elk voorstel tot verandering in de Grondwet wijst de voorgestelde verandering uitdrukkelijk aan. De wet verklaart dat er grond bestaat om het voorstel, zo als zij het vaststelt, in overweging te nemen.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Behalven op deze, bij de Staatsregeling vastgestelde, tijdstippen en wijze, en zonder den uitgedrukten wil des Volks, kan dezelve, nimmer, wettiglijk worden veränderd.

1814

Ingevalle, in het vervolg, eenige verandering of bijvoeging in de grondwet noodig zoude mogen zijn, zal deze noodzakelijkheid bij eene wet moeten verklaard en de verandering of bijvoeging zelve duidelijk aangewezen en uitgedrukt worden.

1815: art 229, 1840: art 227, 1848: art 196, 1887: art 194, 1917: art 194, 1922: art 197, 1938: art 202, 1948: art 203, 1953: art 210, 1956: art 210, 1963: art 210, 1972: art 210
1983
  • 1. 
    De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in overweging zal worden genomen.
  • 2. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, een voorstel voor zodanige wet splitsen.
  • 3. 
    Na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid worden de kamers der Staten-Generaal ontbonden.
  • 4. 
    De nieuwe kamers overwegen het voorstel en kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 5. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.
1987: art 137
1995
  • 1. 
    De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in overweging zal worden genomen.
  • 2. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, een voorstel voor zodanige wet splitsen.
  • 3. 
    Na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid wordt de Tweede Kamer ontbonden.
  • 4. 
    Nadat de nieuwe Tweede Kamer is samengekomen, overwegen beide kamers in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Zij kunnen dit alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 5. 
    De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.
1999: art 137, 2000: art 137, 2002: art 137, 2005: art 137, 2006: art 137, 2008: art 137, 2017: art 137, 2018: art 137