Artikel 1: Gelijke behande­ling en discriminatie­verbod

XXX
Artikel 1
2

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.


In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Artikel 1 gaat over het gelijkheidsbeginsel. Dit beginsel geeft aan wetgever, bestuur en rechters de opdracht om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen mensen in gelijke gevallen op een gelijke manier te behandelen.

Er behoeft echter geen sprake te zijn van een gelijk geval als er sprake is van een gerechtvaardigd verschil. Zo mogen er best eisen worden gesteld aan het opleidingsniveau van mensen om een bepaald beroep te mogen uitoefenen. Maar er mag geen onderscheid worden gemaakt op grond van bijvoorbeeld godsdienst of geslacht. Zo moeten mannen en vrouwen bijvoorbeeld wel evenveel verdienen als ze hetzelfde werk doen of werk dat heel erg vergelijkbaar is.

Discriminatie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke andere grond dan ook, is verboden. De woorden of op welke grond dan ook breiden het verbod van discriminatie tot andere dan de in dit artikel genoemde discriminatiegronden uit.

In de wet Algemene wet gelijke behandeling is dit artikel nader uitgewerkt. In artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht staan bepalingen waarmee discriminatie kan worden bestraft.

2.

Formele toelichting

In de eerste zin van artikel 1 is het gelijkheidsbeginsel opgenomen. In het gelijkheidsbeginsel ligt een opdracht besloten aan de wetgever, het bestuur en de rechter om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen in concrete gevallen alleen ter zake doende en gerechtvaardigde verschillen van de zich voordoende gevallen in aanmerking te nemen.

De tweede zin bepaalt dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. De woorden of op welke grond dan ook breiden het verbod van discriminatie tot andere dan de in deze volzin genoemde discriminatiegronden uit.

Ter uitwerking van artikel 1 is de Algemene wet gelijke behandeling tot stand gebracht. In artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht staan bepalingen over de stafbaarstelling van discriminatie.

3.

In eenvoudig Nederlands

In Nederland behandelen we iedereen op dezelfde manier. Natuurlijk alleen als de situaties hetzelfde zijn of heel veel op elkaar lijken. Discriminatie mag niet.

Uitleg

We behandelen iedereen op dezelfde manier. Dat is waar en ook weer niet helemaal. Het is bijvoorbeeld niet zo dat iedereen in Nederland hetzelfde salaris of pensioen moet krijgen. Maar mannen en vrouwen moeten bijvoorbeeld wel evenveel verdienen als ze hetzelfde werk doen of werk dat heel erg vergelijkbaar is. Daarom staat er in artikel 1 ook dat we wel gelijk behandelen, maar alleen als de situaties heel veel op elkaar lijken.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

lid 1. Nederland is een democratische rechtsstaat

lid 2. Nederland respecteert en waarborgt de menselijke waardigheid, de gelijkheid van allen voor de wet, de rechtszekerheid en de overige fundamentele rechtsbeginselen.

5.

Praktijkvragen

Bij de rijksoverheid komen een aantal vragen over discriminatie en ongelijke behandeling binnen, zoals

Heeft u een andere vraag? Klik dan hier om deze online aan de rijksoverheid te stellen. Of bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

6.

Ontwikkeling artikel

1798

Alle Leden der Maatschappij hebben, zonder onderscheiding van geboorte, bezitting, stand, of rang, eene gelijke aanspraak op derzelver voordeelen.

1801

Alle Leden der Maatschappij zijn gelijk voor de Wet zonder eenig onderscheid van rang of geboorte.

1805

Het groote beginsel der Maatschappelijke Vrijheid bestaat daarin, dat de Wet gelijke Regten verzekere en gelijke Pligten oplegge aan alle Burgers, zonder onderscheid van rang of geboorte.

1806

Het groot beginzel der Maatschappelijke Vrijheid bestaat daarin, dat de Wet gelijke Regten verzekere en gelijke Pligten oplegge aan alle Burgers, zonder onderscheid van rang of geboorte.

Alle Privilegiën in het Stuk van Belastingen blijven vernietigd.

1815

Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen.

1840: art 4
1848

Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen.

De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen, en de algemeene voorwaarden, op welke ten aanzien van hunne uitlevering verdragen met vreemde Mogendheden kunnen worden gesloten.

1887: art 4, 1917: art 4, 1922: art 4, 1938: art 4, 1948: art 4, 1953: art 4, 1956: art 4, 1963: art 4, 1972: art 4
1983

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

1987: art 1, 1995: art 1, 1999: art 1, 2000: art 1, 2002: art 1, 2005: art 1, 2006: art 1, 2008: art 1, 2017: art 1