Artikel 14: Onteigening

13
Artikel 14
15
  • 1. 
    Onteigening kan alleen geschieden in het algemeen belang en tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander naar bij of krachtens de wet te stellen voorschriften.
  • 2. 
    De schadeloosstelling behoeft niet vooraf verzekerd te zijn, wanneer in geval van nood onverwijld onteigening geboden is.
  • 3. 
    In de gevallen bij of krachtens de wet bepaald bestaat recht op schadeloosstelling of tegemoetkoming in de schade, indien in het algemeen belang eigendom door het bevoegd gezag wordt vernietigd of onbruikbaar gemaakt of de uitoefening van het eigendomsrecht wordt beperkt.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Artikel 14 regelt de onteigening. Het is in het algemeen belang soms nodig dat de overheid iemands eigendom ontneemt. Van te voren moet dan zijn vastgesteld hoeveel de schadeloosstelling is. De procedure die voor de onteigening en het vaststellen van de schadeloosstelling geldt, moet in een wet zijn geregeld.

In noodsituaties kan worden afgeweken van het vereiste de schadeloosstelling van te voren vast te stellen.

Als sprake is van vernietiging of onbruikbaarmaking van eigendom, of bij de beperking van iemands eigendomsrecht, bestaat er een recht op schadevergoeding of tegemoetkoming in de schade, maar alleen voor in de wet genoemde gevallen.

2.

Formele toelichting

Artikel 14 omringt het ontnemen of beperken van eigendom met de nodige grondwettelijke waarborgen. Onteigening kan alleen geschieden indien het algemeen belang dit vordert. Verder is een wettelijke procedure vereist, die zowel de vaststelling van de schadeloosstelling als de onteigening zelf moet betreffen.

Het tweede lid van dit artikel bevat voor noodsituaties de mogelijkheid van afwijking van het vereiste, dat de schadeloosstelling vooraf verzekerd moet zijn.

Het derde lid schrijft schadevergoeding of tegemoetkoming voor in geval van vernietiging of onbruikbaarmaking van eigendom en bij beperking in de uitoefening van het eigendomsrecht, maar uitsluitend in de bij of krachtens de wet bepaalde gevallen.

3.

In eenvoudig Nederlands

De overheid mag soms eigendommen van burgers en organisaties afnemen. De overheid mag dit alleen doen als dit goed is voor het land of de gemeente. Ook moet de overheid de waarde van het eigendom terugbetalen. Dit moet de overheid vooraf regelen. In de wet staan de regels voor het afnemen van eigendommen. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover regels mag maken.

In noodsituaties mag de overheid achteraf regelen hoe iemand de waarde van zijn eigendom terugkrijgt.

Soms vernietigt de overheid eigendommen. En soms verbiedt de overheid de burgers en organisaties om hun eigendom te gebruiken. Als dat gebeurt dan krijgen de eigenaren de waarde daarvan helemaal of voor een deel terug.

Uitleg

De overheid mag niet zomaar spullen van burgers, bedrijven of andere organisaties afpakken. De overheid moet hun eigendommen juist beschermen. Maar in sommige situaties mag de overheid dat wel. Die situaties staan onder andere in de Onteigeningswet. De overheid moet dan van tevoren regelen dat ze de waarde van deze spullen terugbetaalt. Soms hoeft de overheid maar een deel van de waarde terug te betalen.

In noodsituaties hoeft de overheid niet vooraf te regelen wat ze terugbetaalt. Noodsituaties zijn bijvoorbeeld brand, overstromingen, of oorlog. De overheid moet er dan achteraf voor zorgen dat ze terugbetaalt.

4.

Ontwikkeling artikel

1798

Niemand kan van het geringst gedeelte van zijn Eigendom, buiten zijne toestemming, beroofd worden, dan alleen, wanneer de openbaare noodzaaklijkheid, door de Vertegenwoordigende Magt erkend, zulks vordert, en alleenlijk op voorwaarde eener billijke schaêvergoeding.

1801

Ieder Ingezeten word gehandhaafd by de vreedzame bezitting en het genot zyner eigendommen. Niemand kan van eenig gedeelte derzelven worden ontzet, dan wanneer het algemeen welzyn zulks volstrekt vordert, en in zodanig geval niet anders, dan tegen eene billyke schadevergoeding.

1815

Ieder ingezeten wordt gehandhaafd bij het vreedzaam bezit en genot zijner eigendommen. Niemand kan van eenig gedeelte derzelven worden ontzet, dan ten algemeenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet te bepalen, en tegen behoorlijke schadeloosstelling.

1840: art 162
1848

Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet, dan ten algemeenen nutte en tegen voorafgaande schadeloosstelling.

De wet verklaart vooraf dat het algemeen nut de onteigening vordert.

Een algemeene wet regelt de uitzondering op het vereischte van zoodanige verklaring ten behoeve van vestingbouw en den aanleg, het herstel of onderhoud van dijken, bij besmetting en andere dringende omstandigheden.

De bovengenoemde vereischten van voorafgaande verklaring door eene wet, en van voorafgaande schadeloosstelling kunnen niet worden ingeroepen, wanneer oorlog, brand of watersnood eene onverwijlde inbezitneming vorderen. Het regt van den onteigende op schadeloosstelling wordt hierdoor echter niet verkort.

1887

Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan na voorafgaande verklaring bij de wet dat het algemeen nut de onteigening vordert en tegen vooraf genoten of vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander volgens de voorschriften van eene algemeene wet.

Deze algemeene wet bepaalt ook de gevallen in welke de voorafgaande verklaring bij de wet niet wordt vereischt.

Het vereischte, dat de verschuldigde schadeloosstelling vooraf betaald of verzekerd zij, geldt niet, wanneer oorlog, oorlogsgevaar, oproer, brand of watersnood eene onverwijlde inbezitneming vordert.

1917: art 151, 1922: art 152
1938

Onteigening ten algemeenen nutte kan niet plaats hebben dan na voorafgaande verklaring bij de wet, dat het algemeen nut onteigening vordert en tegen vooraf genoten of vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander volgens de voorschriften der wet.

De wet bepaalt de gevallen in welke de voorafgaande verklaring bij de wet niet wordt vereischt.

Het vereischte, dat de verschuldigde schadeloosstelling vooraf betaald of verzekerd zij, geldt niet, wanneer oorlog, oorlogsgevaar, oproer, brand of watersnood eene onverwijlde inbezitneming vordert.

Dit artikel is niet van toepassing op aardhaling, waartoe het recht in 1886 bestond.

1948: art 158, 1953: art 165, 1956: art 165, 1963: art 165, 1972: art 165
1983
  • 1. 
    Onteigening kan alleen geschieden in het algemeen belang en tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander naar bij of krachtens de wet te stellen voorschriften.
  • 2. 
    De schadeloosstelling behoeft niet vooraf verzekerd te zijn, wanneer in geval van nood onverwijld onteigening geboden is.
  • 3. 
    In de gevallen bij of krachtens de wet bepaald bestaat recht op schadeloosstelling of tegemoetkoming in de schade, indien in het algemeen belang eigendom door het bevoegd gezag wordt vernietigd of onbruikbaar gemaakt of de uitoefening van het eigendomsrecht wordt beperkt.
1987: art 14, 1995: art 14, 1999: art 14, 2000: art 14, 2002: art 14, 2005: art 14, 2006: art 14, 2008: art 14, 2017: art 14