Artikel 112: Competentie rechterlijke macht; administratieve rechtspraak

111
Artikel 112
113
  • 1. 
    Aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen.
  • 2. 
    De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Als iemand vindt dat iemand anders hem onrecht heeft aangedaan kan hij de rechter om een uitspraak vragen. Er bestaan verschillende rechterlijke instellingen: rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. Bij welke rechter iemand waarom moet zijn is verder uitgewerkt in de Wet op de Rechterlijke Organisatie.

De wetgever kan bepalen dat een burger die een meningsverschil heeft met een bestuursorgaan, bijvoorbeeld de gemeente, dat aan een andere instantie dan de rechter moet voorleggen. Deze geschillen worden in eerste instantie wel aan de bestuursrechter van de rechtbank voorgelegd, maar in hoger beroep aan de Raad van State of een ander niet tot de rechterlijke macht behorend college.

2.

Formele toelichting

Aan de rechterlijke macht worden diverse taken opgedragen. Eén ervan is de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en schuldvorderingen. Daardoor wordt grondwettelijk verzekerd, dat er altijd een rechter zal zijn voor geschillen omtrent burgerlijke rechten en schuldvorderingen, ongeacht de aard van de rechtsbetrekking waaraan de schuldvordering is ontsproten (artikel 112, eerste lid).

Het tweede lid van artikel 112 geeft de wetgever de bevoegdheid geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, ook te doen beslechten door rechterlijke instanties die niet tot de rechterlijke macht behoren.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    Wanneer er een verschil van mening is over burgerlijke rechten, moet een rechter van de rechterlijke macht een beslissing nemen. Ook wanneer er een verschil van mening is over hoeveel geld iemand aan een ander moet betalen, moet een rechter van de rechterlijke macht een beslissing nemen.
  • 2. 
    Wanneer er een verschil van mening is dat niet te maken heeft met burgerlijke rechten, kan de wet bepalen dat een rechter van de rechterlijke macht of een andere rechter een beslissing moet nemen. In de wet kan staan dat deze rechters ook over andere verschillen van mening mogen beslissen. En in de wet kan ook staan dat een andere organisatie dan een rechter een beslissing moet nemen. In de wet staat hoe rechters de beslissing moeten nemen. En wat de gevolgen van de beslissing kunnen zijn.

Uitleg

Wanneer burgers of organisaties een verschil van mening of ruzie hebben over een wet, moet een rechter van de rechterlijke macht beslissen wie er gelijk heeft. Ook wanneer burgers of organisaties een verschil van mening of ruzie hebben over hoeveel geld iemand aan een ander moet betalen, moet een rechter van de rechterlijke macht beslissen wie er gelijk heeft.

Er zijn verschillende soorten rechters. Er zijn rechters die bij de rechterlijke macht horen. En er zijn rechters die daar niet bij horen. In artikel 116 van de Grondwet en in de wet op de Rechterlijke Organisatie staat dat de Hoge Raad, de gerechtshoven, de arrondissementsrechtbanken en de kantongerechten samen de rechterlijke macht zijn. Dit zijn de gewone rechters die de 'gewone' problemen behandelen, zoals burenruzies. Ook geven zij bijvoorbeeld straffen aan dieven en moordenaars.

Daarnaast zijn er ook bijzondere rechters. Zij behandelen andere problemen. Meestal gaat het dan om problemen die de burger met de overheid heeft, bijvoorbeeld over een sociale uitkering of over de bouw van een woning. Zo'n bijzondere rechter is bijvoorbeeld de Raad van State.

Ook staat er in de wet op welke manier de rechter de beslissing moet nemen. Waarmee de rechter rekening moet houden, bijvoorbeeld. In de wet staat tenslotte wat de gevolgen van de beslissing kunnen zijn. Bijvoorbeeld hoe hoog de boete of de straf kan zijn.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

Artikel 17

Iedereen die zich in Nederland bevindt heeft toegang tot een onafhankelijke en onpartijdige rechter.

Artikel 18

1 De rechter is onafhankelijk.

  • 2. 
    Rechters worden bij regeringsbesluit voor het leven benoemd.
  • 3. 
    Rechters kunnen alleen in de gevallen bij de wet bepaald door een rechterlijke instelling uit hun ambt worden ontzet.

Artikel 19

De organieke wet regelt de bevoegdheid van de rechter en de inrichting en samenstelling van de rechterlijke instellingen.

5.

Achtergronden

  • Rechtspraak in Nederland (uitleg)

    Rechtspraak is het, door middel van een geautoriseerde instantie, beslechten van geschillen. Het is hierbij belangrijk dat de instantie (de rechter) volledig onafhankelijk is. Daarnaast mag een rechter geen recht weigeren. Elke burger of instelling die een oordeel wil hebben, moet dit kunnen ontvangen. Het is de taak van de overheid om zorg te dragen voor de rechtspraak.

6.

Ontwikkeling artikel

1798

Derzelver aantal en werkzaamheden, zoodanig, als het gerief der Ingezetenen, ter bekominge van goed regt, vordert, gelijk mede het aantal van Leden, en de wijze van keus door de Grond-Vergaderingen, worden door de Wet bepaald.

1815

Alle twistgedingen over eigendom of daaruit voortspruitende regten, over schuldvordering of burgerlijke regten, behooren bij uitsluiting tot de kennis van de regterlijke magt.

1840: art 163
1848

Alle twistgedingen over eigendom of daaruit voortspruitende regten, over schuldvordering en andere burgerlijke regten, behooren bij uitsluiting tot de kennis van de regterlijke magt.

Aan haar behoort insgelijks, behoudens de uitzonderingen door de wet te bepalen, de beslissing over burgerschapsregten.

1887: art 153, 1917: art 153, 1922: art 154, 1938: art 160, 1948: art 160, 1953: art 167, 1956: art 167, 1963: art 167, 1972: art 167
1983
  • 1. 
    Aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen.
  • 2. 
    De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.
1987: art 112, 1995: art 112, 1999: art 112, 2000: art 112, 2002: art 112, 2005: art 112, 2006: art 112, 2008: art 112, 2017: art 112