Artikel 132: Wettelijke regeling provincies en gemeenten; toezicht; belastingen

131
Artikel 132
132a
  • 1. 
    De wet regelt de inrichting van provincies en gemeenten, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen.
  • 2. 
    De wet regelt het toezicht op deze besturen.
  • 3. 
    Besluiten van deze besturen kunnen slechts aan voorafgaand toezicht worden onderworpen in bij of krachtens de wet te bepalen gevallen.
  • 4. 
    Vernietiging van besluiten van deze besturen kan alleen geschieden bij koninklijk besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
  • 5. 
    De wet regelt de voorzieningen bij in gebreke blijven ten aanzien van regeling en bestuur, gevorderd krachtens artikel 124, tweede lid. Bij de wet kunnen met afwijking van de artikelen 125 en 127 voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.
  • 6. 
    De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het rijk.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

In de wet is geregeld hoe

  • hoe provincies en gemeenten zijn georganiseerd
  • hoe de samenstelling en bevoegdheden van de besturen van de provincies en gemeenten is geregeld
  • hoe het toezicht op het bestuur is geregeld
  • welke voorzorgsmaatregelen en dwingende maatregelen genomen kunnen worden als het bestuur in gebreke blijft. Ook kan de centrale overheid maatregelen treffen wanneer de besturen van provincies en gemeenten hun taken ernstig verwaarlozen

Een en ander is vastgelegd in de Provinciewet en de Gemeentewet.

De centrale overheid is alleen bevoegd om besluiten van de besturen van provincies en gemeenten te vernietigen als deze in strijd zijn met het recht of het algemeen belang. .

De financiële verhouding van de provincies en gemeenten tot het Rijk is geregeld in de Financiële-verhoudingswet.

2.

Formele toelichting

In het eerste lid van artikel 132 is de bevoegdheid van de wetgever neergelegd om de inrichting van provincies en gemeenten te regelen, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen. Op deze bepaling zijn de Provinciewet en de Gemeentewet gebaseerd.

Het tweede tot en met het vierde lid houden bepalingen in betreffende het preventieve en het repressieve toezicht. Vernietiging door de centrale overheid van de besluiten van de besturen van provincies en gemeenten kan geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Op grond van het vijfde lid kunnen maatregelen worden getroffen indien de besturen van provincies en gemeenten hun taken verwaarlozen.

Het zesde lid bevat enkele financiële bepalingen. Ingevolge dit lid is voor de financiële verhouding tot het Rijk een wettelijke basis vereist. Voor de provincies is dit onderwerp in de Provinciewet geregeld, voor de gemeenten in de Financiële-verhoudingswet.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    In de wet staat de organisatie van provincies en gemeenten. Daarin staat ook wie er in het bestuur zit en wat het bestuur mag. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover mag beslissen.
  • 2. 
    In de wet staat wie controleert of de provincies en gemeenten hun werk goed doen. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit mag beslissen.
  • 3. 
    De regering mag beslissingen van provincies en gemeenten alleen vooraf controleren als dat in de wet staat. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit mag doen.
  • 4. 
    De regering kan beslissen dat beslissingen van provincies en gemeenten niet meer gelden. De regering mag dit alleen doen als de beslissing niet past in ons recht. Of als de regering vindt dat de beslissing een slechte beslissing is voor ons land.
  • 5. 
    Als een provincie of een gemeente zijn werk slecht doet, kan de regering ervoor zorgen dat de provincie of de gemeente zijn werk beter gaat doen. In de wet staat hoe de regering dat kan doen. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit doet.
  • 6. 
    In de wet staat welke belastingen provincies en gemeenten kunnen heffen. Ook staat in de wet hoeveel belastinggeld provincies en gemeenten krijgen van de regering. In de wet kan staan dat ook iemand anders dit kan beslissen.

Uitleg

Provincies en gemeenten zijn grote organisaties. Bij gemeenten als Amsterdam en Rotterdam werken bijvoorbeeld tussen de 15.000 en 20.000 ambtenaren. In dit artikel staat dat in de wet moet staan hoe provincies en gemeenten georganiseerd zijn. En wat ze mogen doen.

In dit artikel staat ook dat de regering moet controleren of de provincies en gemeenten hun werk wel goed doen. De regering mag niet elke beslissing vooraf controleren. Wel mag de regering elke beslissing achteraf vernietigen. Dat mag de regering, als zij vindt dat de beslissing niet past in ons recht, of als de beslissing slecht is voor ons land. Een voorbeeld is de beslissing van de gemeente Amsterdam om Schiphol niet te privatiseren. De regering vond dat een slechte beslissing en heeft die beslissing daarom vernietigd.

Als een provincie of een gemeente zijn werk erg slecht doet, dan mag de regering ingrijpen. In de wet staat wat de regering dan mag doen.

Ten slotte staat in dit artikel welke belastingen provincies en gemeenten mogen heffen. De bekendste belasting van gemeenten is de onroerendezaakbelasting. Provincies en gemeenten krijgen niet genoeg geld uit de belastingen die zij heffen. Daarom is er ook een wet waarin staat hoeveel geld provincies en gemeenten krijgen van de regering.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1815

De wijze waarop het gezag en de magt, aan de provinciale Staten bij en ten gevolge van deze Grondwet gegeven, wordt geoefend wordt geregeld bij zoodanige reglementen, als door de Staten der Provinciën gemaakt en door den Koning goedgekeurd worden.

1840: art 150, 1848: art 135
1887

Het gezag en de magt van de Staten worden door de wet geregeld met inachtneming van de voorschriften in de volgende artikelen dezer afdeeling vervat.

1917: art 133, 1922: art 133, 1938: art 135, 1948: art 135, 1953: art 142, 1956: art 142, 1963: art 142, 1972: art 142
1983
  • 1. 
    De wet regelt de inrichting van provincies en gemeenten, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen.
  • 2. 
    De wet regelt het toezicht op deze besturen.
  • 3. 
    Besluiten van deze besturen kunnen slechts aan voorafgaand toezicht worden onderworpen in bij of krachtens de wet te bepalen gevallen.
  • 4. 
    Vernietiging van besluiten van deze besturen kan alleen geschieden bij koninklijk besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
  • 5. 
    De wet regelt de voorzieningen bij in gebreke blijven ten aanzien van regeling en bestuur, gevorderd krachtens artikel 124, tweede lid. Bij de wet kunnen met afwijking van de artikelen 125 en 127 voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.
  • 6. 
    De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het rijk.
1987: art 132, 1995: art 132, 1999: art 132, 2000: art 132, 2002: art 132, 2005: art 132, 2006: art 132, 2008: art 132, 2017: art 132