Artikel 105: Begroting; budgetrecht; rekening en verantwoording; comptabiliteit

104
Artikel 105
106
  • 1. 
    De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.
  • 2. 
    Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.
  • 3. 
    De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.
  • 4. 
    De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

De begroting wordt met een wet vastgesteld. Dus eerst de Tweede Kamer en dan de Eerste Kamer moeten de begroting goedkeuren. De regering dient jaarlijks op Prinsjesdag de wetsvoorstellen voor de begroting van het volgend jaar in. Dan hebben de Kamers nog tijd genoeg om voor het einde van het jaar de voorstellen te behandelen. Omdat het om een wet gaat kan alleen de Tweede Kamer de begroting wijzigen door middel van het recht van amendement.

De regering moet aan de Staten-Generaal ook verantwoording afleggen over de inkomsten en uitgaven. Dat is geregeld in de Comptabiliteitswet. In deze wet staan ook de regels voor het beheer van de financiën van het Rijk. De Algemene Rekenkamer dient de rekening van het Rijk goed te keuren.

2.

Formele toelichting

Artikel 105 bevat voorschriften over de jaarlijkse indiening van voorstellen voor algemene begrotingswetten, en over de verantwoording aan de Staten-Generaal van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk.

De Algemene Rekenkamer dient de rekening van het Rijk goed te keuren. In het vierde lid wordt opgedragen regels te stellen omtrent het beheer van de financiën van het Rijk. Die regeling is getroffen in de Comptabiliteitswet.

Het tijdstip waarop de algemene begrotingswetten moeten worden ingediend is gesteld op het tijdstip, waarop de troonrede wordt uitgesproken. Door deze koppeling is tevens gewaarborgd dat de begrotingsvoorstellen tijdig worden ingediend.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    De regering en de Eerste en Tweede Kamer maken wetten waarin staat hoeveel geld de regering uitgeeft en hoeveel geld de regering krijgt. Dit is de begroting.
  • 2. 
    De regering stuurt ieder jaar op Prinsjesdag een voorstel voor deze begrotingswetten aan de Tweede Kamer.
  • 3. 
    In de wet staat dat de regering aan het einde van het jaar de Eerste en Tweede Kamer uitlegt hoeveel geld de overheid heeft gekregen en uitgegeven. De regering mag dat pas doen als de Algemene Rekenkamer de rekening heeft goedgekeurd.
  • 4. 
    In de wet staan regels over hoe de overheid met haar geld omgaat.

Uitleg

De regering en de Eerste en Tweede Kamer beslissen samen over het geld dat de overheid krijgt en uitgeeft. Daarom moet de regering voor elke begroting een wet maken. Zo hebben de Eerste en Tweede Kamer veel invloed op de plannen van de regering.

Tussen 1922 en 1983 stond in de Grondwet dat de regering ook mocht kiezen voor een begroting voor twee jaar. Dit is nooit gebeurd. Dat komt omdat de regering het heel belangrijk vond om elk jaar met de Eerste en Tweede Kamer te praten over de plannen van de regering. Vanaf 1983 staat niet meer in de Grondwet dat een begroting ook voor twee jaar kan gelden.

In de Grondwet staat dat de Algemene Rekenkamer en de Eerste en Tweede Kamer mogen controleren hoeveel geld de regering krijgt en uitgeeft. De Algemene Rekenkamer onderzoekt of de regering het geld goed en volgens de regels van de wet heeft uitgegeven. En de Eerste en Tweede Kamer onderzoeken dat niet alleen, zij geven ook toestemming om de belastingen te heffen en het geld uit te geven.

De regering mag niet zomaar ergens geld aan uitgeven. In de wet staat aan welke regels de regering zich moet houden. Dit is de Comptabiliteitswet. Hierin staat bijvoorbeeld dat iedere minister verantwoordelijk is voor zijn eigen begroting.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1798

In den aanvang der Maand October van ieder jaar, zend het Uitvoerend Bewind, aan het Vertegenwoordigend Lichaam, eene algemeene begrooting van alle zoodanige sommen, als hetzelve oordeelt, dat, voor het volgend jaar ten dienste der Republiek zullen vereischt worden, met bijvoeging der bijzondere begrootingen van de Departementaale Bestuuren, daartoe betrekkelijk, en van zijde consideratiën, zoo noodig, op dezelven.

1805

Op den eersten dag der Najaarszitting van Hun Hoog Mogenden, levert de Raadpensionaris aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden in, eene algemeene gedetailleerde Begrooting van Staats-behoeften over het volgende jaar. De Vergadering van Hun Hoog Mogenden kan daarin geene verandering maken. Dezelve bewilligt daarin, of verwerpt deze Algemeene Begrooting.

1806

In het begin van elke gewone Zitting, levert de Koning aan het Wetgevend Ligchaam in, eene algemeene en uitgewerkte Begrooting van Staatsbehoeften over het volgend Jaar.

De Vergadering van Hun Hoog Mogenden kan daarin geene verandering maken; dezelve bewilligt daar in, of verwerpt deze algemeene Begrooting.

1814

De inwilliging der Staten Generaal wordt vereischt op de jaarlijksche begrooting der uitgaven van den Staat, welke hun door den Souvereinen Vorst wordt ingezonden. Zij raadplegen vervolgens over de voorgeslagen middelen tot vinding van dezelve.

1815: art 121
1840

De inwilliging der Staten-Generaal wordt vereischt op de begrooting van de uitgaven van het Rijk, welke aan de Tweede Kamer door den Koning in de gewone vergadering wordt ingezonden.

1848

Door de wet worden de begrootingen van alle uitgaven des Rijks vastgesteld, en de middelen tot dekking aangewezen.

1887: art 123, 1917: art 123, 1922: art 124, 1938: art 126, 1948: art 126, 1953: art 133, 1956: art 133, 1963: art 133, 1972: art 133
1983
  • 1. 
    De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.
  • 2. 
    Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.
  • 3. 
    De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.
  • 4. 
    De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.
1987: art 105, 1995: art 105, 1999: art 105, 2000: art 105, 2002: art 105, 2005: art 105, 2006: art 105, 2008: art 105, 2017: art 105, 2018: art 105