Artikel 26: Recht ongeboren kind van koning

25
Artikel 26
27

Het kind, waarvan een vrouw zwanger is op het ogenblik van het overlijden van de Koning, wordt voor de erfopvolging als reeds geboren aangemerkt. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.


In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Een kind dat na de dood van de Koning geboren wordt, wordt Koning als het dat zou zijn geworden als het op het moment van het overlijden van de Koning al geboren zou zijn geweest. Maar als het kind dood geboren wordt, heeft het kind met het oog op de troonopvolging nooit bestaan.

2.

In eenvoudig Nederlands

Een kind van de Koning dat nog niet geboren is, kan toch al een wettige opvolger van de Koning zijn. Dat gebeurt als de Koning doodgaat op het moment dat zijn vrouw zwanger is. Maar als het kind dood wordt geboren, doen we alsof het er nooit is geweest.

Uitleg

Stel dat de Koning doodgaat en dat hij nog geen kinderen heeft. Maar dat zijn vrouw zwanger is van zijn eerste kind. En stel dat de overleden Koning ook een jongere broer had. Wie is er op dat moment dan Koning? Het kind dat nog in de buik zit of de jongere broer?

In artikel 26 staat dat het kind in de buik van zijn vrouw zijn opvolger is. Als het kind wordt geboren, is hij nog te jong om Koning te kunnen zijn. Er zal dan iemand in zijn plaats regeren tot hij achttien is.

Als het kind dood wordt geboren, gelden de regels van artikel 25 van de Grondwet. Dan wordt dus de jongere broer Koning

3.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

(Artikel 4)

  • 2. 
    Het koningschap vererft of gaat in buitengewone omstandigheden anders over volgens regels te stellen bij organieke wet.

4.

Ontwikkeling artikel

1887

Het kind, waarvan eene vrouw zwanger is op het oogenblik van het overlijden des Konings, wordt ten opzichte van het regt op de Kroon als reeds geboren aangemerkt. Dood ter wereld komende wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

1917: art 17
1922

Het kind, waarvan eene vrouw zwanger is op het oogenblik van het overlijden des Konings, wordt ten opzichte van het recht op de Kroon als reeds geboren aangemerkt. Dood ter wereld komende wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

1938: art 16
1948

Het kind, waarvan een vrouw zwanger is op het ogenblik van het overlijden des Konings, wordt ten opzichte van het recht op de Kroon als reeds geboren aangemerkt. Dood ter wereld komende wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

1953: art 16, 1956: art 16, 1963: art 16, 1972: art 16
1983

Het kind, waarvan een vrouw zwanger is op het ogenblik van het overlijden van de Koning, wordt voor de erfopvolging als reeds geboren aangemerkt. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

1987: art 26, 1995: art 26, 1999: art 26, 2000: art 26, 2002: art 26, 2005: art 26, 2006: art 26, 2008: art 26, 2017: art 26, 2018: art 26