Artikel 103: Uitzonderingstoestanden; noodwetten; oorlogstrafrecht

102
Artikel 103
104
  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten, openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede en derde lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

In bepaalde speciale omstandigheden kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen die de bevoegdheden van besturen van provincies, gemeenten en waterschappen regelen en van de enkele specifiek genoemde grondrechten:

Bovendien kan worden afgeweken van de bepaling in artikel 113 dat alleen rechters een straf tot vrijheidsontneming kunnen opleggen.

De wet moet vastleggen in welke gevallen het om zo'n uitzonderingssituatie gaat. Van de grondwettelijke bevoegdheden van regering en Staten-Generaal kan nooit worden afgeweken.

Na het afkondigen van een uitzonderingstoestand door de regering beslissen de Staten-Generaal in verenigde vergadering of de uitzonderingstoestand voortduurt. Ook daarna kunnen zij altijd een besluit nemen over het voortduren van een uitzonderingstoestand. De uitzonderingstoestand kan ook met een koninklijk besluit worden opgeheven.

In de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden zijn procedurevoorschriften opgenomen voor de afkondiging en beëindiging van een tweetal uitzonderingstoestanden: de beperkte en de algemene noodtoestand. De Oorlogswet voor Nederland regelt de afkondiging van een noodtoestand in geval van oorlog. De bevoegdheden voor het burgerlijk gezag in een noodtoestand zijn eveneens wettelijk geregeld.

2.

Formele toelichting

Zoals uit artikel 103 blijkt, worden in de Grondwet de verschillende uitzonderingstoestanden niet met name genoemd.

Aan de wetgever wordt overgelaten te bepalen in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid door de regering een uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd. Daarbij heeft de wetgever niet de mogelijkheid af te wijken van alle grondrechten, maar alleen van bepaalde, door de Grondwet aangewezen, grondrechten.

Verder kan de wet die een uitzonderingstoestand regelt afwijken van de grondwettelijke bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen, maar niet van de grondwettelijke bevoegdheden van de centrale overheid (regering en Staten-Generaal).

Het derde lid van artikel 103 bevat een waarborg dat niet lichtvaardig een uitzonderingstoestand in het leven zal worden geroepen. Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand beslissen de Staten-Generaal in verenigde vergadering over het voortduren daarvan, terwijl zij ook te allen tijde kunnen besluiten over het voortduren van een van kracht zijnde uitzonderingstoestand.

In de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden zijn procedurevoorschriften opgenomen voor de afkondiging en beëindiging van een tweetal uitzonderingstoestanden: de beperkte en de algemene noodtoestand.

De wet bevat voorts procedureregels voor de inwerkingstelling en buitenwerkingstelling van noodwetgeving tijdens een noodtoestand. In de bij de wet behorende lijsten A en B zijn de noodwettelijke bepalingen opgesomd, die in de beide noodtoestanden in werking kunnen worden gesteld.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    In de wet staat wanneer de regering een uitzonderingstoestand kan bekendmaken. De regering mag dat alleen doen als het nodig is voor de veiligheid van ons land. In de wet staat wat een uitzonderingstoestand betekent. In de wet kan ook staan dat iemand anders beslist wat een uitzonderingstoestand betekent.
  • 2. 
    In een uitzonderingstoestand mag de regering een aantal zaken anders doen dan in de Grondwet staat:
    • a. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand de bevoegdheid van provincies, gemeenten en waterschappen veranderen;
    • b. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand de vrijheid van godsdienst verminderen (artikel 6). De regering mag dit alleen doen als iemand de vrijheid van godsdienst gebruikt op een plaats waar iedereen mag komen;
    • c. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand de vrijheid van meningsuiting verminderen (artikel 7);
    • d. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand het recht om samen met anderen een groep te vormen verminderen (artikel 8);
    • e. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand het recht om te vergaderen en te betogen verminderen (artikel 9);
    • f. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand een woning ingaan zonder uitleg te geven (artikel 12, punt 2 en 3);
    • g. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand brieven van burgers openmaken en de telefoon afluisteren (artikel 13);
    • h. 
      de regering mag in een uitzonderingstoestand zelf mensen berechten en opsluiten (artikel 113, punt 1 en 3). In de wet kan ook staan dat een andere overheidsorganisatie dit mag.
  • 3. 
    De Eerste en Tweede Kamer beslissen samen hoe lang de uitzonderingstoestand duurt. De regering kan een uitzonderingstoestand ook zelf stoppen.

Uitleg

In een noodsituatie kan het nodig zijn dat de regering snel beslissingen neemt. Soms kun je niet wachten met beslissen totdat de Eerste en Tweede Kamer hebben vergaderd. Met andere woorden, in sommige situaties kan de regering beslissingen niet nemen zoals dat volgens de wet moet. Daarom staat in de Grondwet dat de regering een uitzonderingstoestand bekend kan maken.

Als de regering een uitzonderingstoestand bekend wil maken, moet de regering zich houden aan twee regels. De uitzonderingstoestand moet in de wet staan. En het moet nodig zijn voor de veiligheid van het land. In de Grondwet staat niet wat een uitzonderingstoestand precies is. Maar we moeten bijvoorbeeld denken aan een overstroming. Of een terroristische aanslag.

In een uitzonderingstoestand mag de regering belangrijke grondrechten voor een korte tijd verminderen, zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Ook mag de regering in een uitzonderingstoestand mensen in de gevangenis opsluiten zonder rechtszaak.

Alleen de regering mag een uitzonderingstoestand bekendmaken. Ook beslist de regering wanneer een uitzonderingstoestand stopt. Dit staat zo in de Grondwet omdat het in een situatie van nood belangrijk is dat de regering snel kan werken.

Wel moeten de Eerste en Tweede Kamer altijd kunnen kijken of de regering wel een goede beslissing neemt. Daarom praten de Eerste en Tweede Kamer zo vaak ze willen over hoe lang de uitzonderingstoestand mag duren. De Eerste en Tweede Kamer kunnen beslissen dat een uitzonderingstoestand moet stoppen. De regering moet dat dan ook doen.

4.

Ontwikkeling artikel

1798

Het draagt, overeenkomstig de Wetten, zorg voor de inwendige en uitwendige veiligheid van den Staat, en doet, in geval van aanslag tegen denzelven, de verdagte Persoonen in verzekering nemen, en onverwijld ondervragen: doch levert dezelven, binnen vier en twintig Uuren daarna, aan den Regter over.

1887

Ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid kan door of vanwege den Koning elk gedeelte van het grondgebied des Rijks in staat van oorlog of in staat van beleg verklaard worden. De wet bepaalt de wijze waarop en de gevallen waarin zulks geschieden kan en regelt de gevolgen.

Bij die regeling kan worden bepaald, dat de grondwettelijke bevoegdheden van het burgerlijk gezag ten opzichte van de openbare orde en de politie geheel of ten deele op het militair gezag overgaan, en dat de burgerlijke overheden aan de militaire ondergeschikt worden.

Daarbij kan wijders afgeweken worden van de artikelen 7, 9, 158 en 159 der Grondwet.

Voor het geval van oorlog kan ook van artikel 156, eerste lid, worden afgeweken.

1917: art 187, 1922: art 189, 1938: art 195, 1948: art 195, 1953: art 202, 1956: art 202, 1963: art 202, 1972: art 202
1983
  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
1987: art 103, 1995: art 103, 1999: art 103, 2000: art 103
2002
  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8 , 9, 12, tweede en derde lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
2005: art 103, 2006: art 103, 2008: art 103
2017
  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten, openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede en derde lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
2018
  • 1. 
    De wet bepaalt in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij koninklijk besluit een door de wet als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
  • 2. 
    Daarbij kan worden afgeweken van de grondwetsbepalingen inzake de bevoegdheden van de besturen van provincies, gemeenten, openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a en waterschappen, van de grondrechten geregeld in de artikelen 6, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, 7, 8, 9, 12, tweede en derde lid, en 13, alsmede van artikel 113, eerste en derde lid.
  • 3. 
    Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij koninklijk besluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen beslissen de Staten-Generaal omtrent het voortduren daarvan; zij beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.