Zitting, zittingsduur, opening en sluiting: bij ons anders dan in het VK

woensdag 28 augustus 2019, analyse van Prof.Dr. Bert van den Braak

Bij de mogelijke sluiting van de zitting van het Britse Lagerhuis en latere opening van een nieuwe zitting, is het aardig om naar de Nederlandse regeling te kijken.

Anders dan in het Verenigd Koninkrijk kent ons land sinds de Grondwetswijziging van 1983 geen parlementaire zittingen meer die worden gesloten en geopend. Er is wel een zittingsduur bepaald voor beide Kamers. Die is voor beide Kamers vier jaar, maar kan korter zijn bij tussentijdse ontbinding.

Voor de Tweede Kamer geldt bovendien dat de zittingsduur zeker niet langer mag zijn dan vijf jaar. Dat hangt samen met de termijnen in de Kieswet voor het houden van verkiezingen. De Eerste Kamer kan een langere zittingsduur hebben dan vier jaar, als bij wet is bepaald dat de zittingsduur van Provinciale Staten is verlengd.

Beide Kamers kunnen worden ontbonden. Er moeten dan wel altijd direct verkiezingen worden uitgeschreven en de ontbinding gaat pas in op het moment dat de nieuw gekozen Kamer aantreedt.

Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, geeft de Koning (of eventueel een minister) een uiteenzetting van het regeringsbeleid (de troonrede). Via een wet kan worden bepaald dat dit op een ander tijdstip plaatsvindt.

Tot 1983 kenden we zittingen van het parlement, zoals het VK dus nog steeds kent. De gewone zitting werd (sinds 1888) op de derde dinsdag van september geopend en eindigde lange tijd op de zaterdag vóór Prinsjesdag. De sluiting ging met een rede en enig ceremonieel vertoon gepaard. Bij (reguliere) verkiezingen werd de zitting al eerder gesloten en werd een buitengewone zitting geopend. Tot 1922 gebeurde dat vaak door de Koning(in). Die buitengewone zitting werd ook kort voor Prinsjesdag gesloten.

Theoretisch kon er een parlementair vacuüm ontstaan, namelijk in de tijd tussen sluiting van de zitting en opening van een nieuwe. In juli 1904 ontbond het kabinet-Kuyper de Eerste Kamer en daarna moest de zitting (van beide Kamers) worden gesloten. Tussen juli en september 1904 waren er zodoende geen parlementaire vergaderingen.

In geval van nood kon na sluiting van een zitting wel een buitengewone zitting worden geopend. De wijziging van 1983 maakt aan dit mogelijke vacuüm een einde. Er is bij ons altijd een parlement, ook als besloten is tot ontbinding en nieuwe verkiezingen.