Het wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke Organisaties doet afbreuk aan de rechtsstaat in plaats van deze te bevorderen

vrijdag 27 november 2020, analyse van Prof. dr. Tom Zwart

Regelmatig krijgen Hongarije en Polen van andere EU staten en de instellingen het verwijt dat zij de rechtsstaat ondermijnen. Een belangrijke steen des aanstoots is de Hongaarse 'Wet op de transparantie van organisaties die buitenlandse ondersteuning ontvangen' uit 2017. Organisaties die onder het bereik van deze wet vallen hebben de plicht om buitenlandse donaties boven een bepaald bedrag aan de bevoegde instanties en op hun website te melden. Op die manier werd geprobeerd een stokje te steken voor de financiering van oppositionele organisaties door de Amerikaans/Hongaarse filantroop George Soros.

In juni van dit jaar vernietigde het Hof van Justitie van de EU de wet omdat deze inbreuk maakt op het vrij verkeer van kapitaal tussen Lidstaten en tussen Lidstaten en derde landen.1 Volgens het Hof perkt de wet de ontvangst van buitenlands kapitaal door Hongaarse maatschappelijke organisaties en de ter beschikkingstelling van dat kapitaal door buitenlandse donoren op een onaanvaardbare manier in. Daarnaast levert het onderscheid op basis van nationaliteit indirecte discriminatie op. Tenslotte achtte het Hof de wet in strijd met de verenigingsvrijheid en het recht op privacy, die worden beschermd door het Handvest van de grondrechten van de EU.

Maar begin deze week presenteerde de Nederlandse regering, die volgens premier Viktor Orbán de belangrijkste criticaster van Hongarije is,2 een wetsvoorstel dat als twee druppels water lijkt op de onrechtmatige Hongaarse wet.3 Volgens het 'Wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties' zijn maatschappelijke organisaties verplicht aan de burgemeester op diens verzoek inzicht te verschaffen in donaties afkomstig van buiten de EU. Met deze wet stevent Nederland niet alleen af op een confrontatie met de Commissie en het Hof en andere EU staten, maar doorkruist het tevens de campagne om de rechtsstaat in Polen en Hongarije te bevorderen.

Minister van Rechtsbescherming Sander Dekker meent dat het zo'n vaart niet zal lopen omdat zijn voorstel uitsluitend betrekking heeft op kapitaal van buiten de EU. Maar volgens constante jurisprudentie van het Hof is het vrij verkeer ook van toepassing op kapitaal afkomstig uit derde landen, waarbij alleen fiscale en monetaire afwijkingen tot een verschil in behandeling mogen leiden.4 Viktor Orbán zal dan ook niet kunnen wachten om het voorstel Dekker in EU verband aan te kaarten.

Het toezicht op de buitenlandse financiering van maatschappelijke organisaties wordt opgedragen aan de burgemeester in het kader van diens openbare orde taak. Die kan bij een organisatie die de openbare orde verstoort informatie opvragen over buitenlandse giften. Als jongeren bij voorbeeld vrouwen uitschelden omdat zij bij een stichting leren dat zij andersdenkenden moeten verketteren, kan de burgemeester nagaan of dat gedrag door een donateur van de stichting wordt uitgelokt.5 Maar die kennis heeft de burgemeester helemaal niet nodig om die gedragingen aan te pakken, hij of zij kan dat doen ongeacht of zij voortkomen uit de stereotiepen van de jongeren of die van derden.

Daarnaast voegt het wetsvoorstel aan de twee typen gedragingen die onze rechtsorde kent, te weten strafbare en toegestane handelingen, een derde categorie toe, namelijk 'problematische gedragingen'. Daarbij gaat het om gedragingen die 'maatschappelijk onacceptabel' zijn vanwege hun 'antidemocratische en anti-integratieve' karakter.6 Dit levert strijd op met het lex certa beginsel, omdat niet duidelijk is wat daaronder moet worden verstaan, maar er wel sancties op worden gesteld.

Voorts wil minister Dekker onze overlegdemocratie met één pennenstreek vervangen door een strijdbare democratie. Het wetsvoorstel beoogt een muur rond onze democratie op te trekken, zoals dat na WO II in de Duitse Bondsrepubliek gebeurde. Daar zijn toen ook partijverboden en beroepsverboden voor ambtenaren en docenten ingevoerd. Dit democratiemodel wordt als één van de oorzaken gezien van de escalatie van het conflict met de Rote Armee Fraktion, dat de Bondsrepubliek in de tweede helft van de jaren zeventig op de rand van burgeroorlog bracht.7 Nog afgezien van de wenselijkheid, kan zo'n fundamentele wijziging van het stelsel alleen door grondwetsherziening worden ingevoerd.

Hoewel het wetsvoorstel in neutrale termen is geformuleerd, is het doel daarvan greep te krijgen op de buitenlandse financiering van moskeeën. Door de neutrale formulering probeert de minister kennelijk het verwijt te voorkomen dat hij de islam discrimineert. Mocht blijken dat de wet alleen op islamitische organisaties wordt toegepast, dan rijst er alsnog een discriminatieprobleem in de uitvoering dat de wet op losse schroeven zal zetten.

Het is helemaal niet nodig om dit paardenmiddel in te zetten omdat in de praktijk blijkt dat moskeeën en islamitische verenigingen een constructieve rol spelen en willen spelen binnen de democratische rechtsstaat. Zo hebben diverse moskeekoepels, daartoe gesteund door een door de Tweede Kamer aangenomen motie Becker,8 de minister van SZW in 2018 voorgesteld om een coachtingstraject voor bestuurders op te zetten. Afgelopen zomer is vanuit de moslimgemeenschap een uitgewerkt voorstel aan de overheid gedaan om bestuurders op dit punt te professionaliseren. Als dit voorstel zal worden gevolgd hoeft ons constitutionele bestel niet op de schop te worden genomen en lopen pogingen om de rechtsstaat binnen de EU te versterken geen gevaar.

Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht en

directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre aan de Vrije Universiteit.

 

  • (1) 
    HvJEU 18 juni 2020, C-78/18, Commissie/Hongarije.
  • (2) 
    https://www.politico.eu/article/viktor-orban-i-dont-know-why-mark-rutte-hates-me-and-hungary/
  • (3) 
    https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/privacy-en-persoonsgegevens/documenten/rapporten/2020/11/17/tk-bijlage-wetsvoorstel-wet-op-de-economische-delicten-in-verband-met-het-deponeren-van-de-balans-en-de-staat-van-baten-en-lasten-door-stichtingen
  • (4) 
    Zie de Opinie van AG Geelhoed in zaak C-446/04, Test Claimants in the FII Group Litigation, para. 121, die de grondslag vormt van deze jurisprudentie.
  • (5) 
    https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/privacy-en-persoonsgegevens/documenten/rapporten/2020/11/17/tk-bijlage-mvt-wet-op-de-economische-delicten-in-verband-met-het-deponeren-van-de-balans-en-de-staat-van-baten-en-lasten-door-stichtingen, p. 24.
  • (6) 
    Ibid., p. 3.
  • (7) 
    Hans-Gerd Jaschke, Streitbare Demokratie und Innere Sicherheit: Grundlagen, Praxis und Kritik, Opladen, 1991, pp. 243-245.
  • (8) 
    Kamerstukken II, 2017/18, 29754, nr. 451.