Artikel 30: Benoeming troonopvolger

29
Artikel 30
31
  • 1. 
    Wanneer vooruitzicht bestaat dat een opvolger zal ontbreken, kan deze worden benoemd bij een wet. Het voorstel wordt door of vanwege de Koning ingediend. Na de indiening van het voorstel worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 2. 
    Indien bij overlijden van de Koning of bij afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt, worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers komen binnen vier maanden na het overlijden of de afstand in verenigde vergadering bijeen ten einde te besluiten omtrent de benoeming van een Koning. Zij kunnen een opvolger alleen benoemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Als het er naar uit ziet, dat de Koning bij overlijden geen troonopvolger achterlaat, of als de Koning inderdaad doodgaat zonder dat er een troonopvolger is, benoemen de Staten-Generaal in verenigde vergadering een koning. De procedure is als volgt

  • bij het vooruitzicht dat er geen troonopvolger is, dient de regering een wetsvoorstel in. Na het indienen worden beide Kamers ontbonden. Een initiatiefvoorstel is uitgesloten.
  • als bij het overlijden van de Koning geen troonopvolger beschikbaar is moeten de Kamers binnen vier maanden worden ontbonden. De nieuwe Kamers nemen een besluit over de benoeming van een opvolger, maar dat hoeft niet per wet.

De nieuwe Kamers nemen dan in beide gevallen, met twee derden van de uitgebrachte stemmen een besluit.

Door de Kamerontbinding en nieuwe verkiezingen worden ook de kiezers bij de benoeming betrokken. Een nieuwe koning wordt in beide gevallen benoemd met twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

2.

Formele toelichting

Als een wettige troonopvolger ontbreekt, kan de regering een troonopvolger of Koning voorstellen door het indienen van een wetsvoorstel.

De Eerste en Tweede Kamer worden in dat geval ontbonden en er worden verkiezingen uitgeschreven. Na verkiezingen moet een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer zich over de opvolger uitspreken. De opvolger kan alleen benoemd worden als de gezamenlijke vergadering met een meerderheid van ten minste twee derden van de stemmen goedkeuring verleent.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    Als er geen troonopvolger is, dan mag de regering een voorstel doen voor een wet om een troonopvolger te benoemen. Daarna komen er verkiezingen voor de Eerste en Tweede Kamer. De nieuwe Eerste en Tweede Kamer vergaderen samen over deze wet. Daarna stemmen ze over deze wet. Zij kunnen de wet alleen aannemen als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
  • 2. 
    Als er geen troonopvolger is als de Koning doodgaat of als de Koning geen Koning meer wil zijn, dan komen er verkiezingen voor de Eerste en Tweede Kamer. De nieuwe Eerste en Tweede Kamer vergaderen binnen vier maanden samen over de benoeming van een nieuwe Koning. Daarna stemmen ze over de benoeming. Zij kunnen de troonopvolger alleen benoemen als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.

Uitleg

Als er geen wettige opvolger is voor de Koning, dan moet er toch een nieuwe Koning of troonopvolger komen. Dan moet de regering een troonopvolger of een Koning benoemen. Maar dan moeten wel zoveel mogelijk mensen in het land het ermee eens zijn.

Daarom komen er in dit geval verkiezingen. Politieke partijen kunnen dan zeggen wat ze vinden van de troonopvolger. Na de verkiezingen benoemen de leden van de nieuwe Eerste en Tweede Kamer de troonopvolger of de nieuwe Koning. Op deze manier hebben de burgers invloed op wie dan de troonopvolger of de nieuwe Koning wordt.

De Eerste en Tweede Kamer moeten samen beslissen wie de troonopvolger of de nieuwe Koning wordt. Zo zorgt de wet dat de Eerste en Tweede Kamer niet allebei een andere troonopvolger of Koning willen.

De Eerste en Tweede Kamer mógen een troonopvolger of nieuwe Koning kiezen. Ze moeten dat niet. Ze kunnen er ook voor kiezen om verder te gaan met een president. Daarvoor moeten ze wel de Grondwet veranderen.

4.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

(Artikel 4)

(...)

  • 2. 
    Het koningschap vererft of gaat in buitengewone omstandigheden anders over volgens regels te stellen bij organieke wet.

(...)

5.

Achtergronden

Van dit artikel is nog nooit gebruik gemaakt. Overigens is niet geregeld wat er moet gebeuren als het niet lukt een koning te benoemen.

6.

Literatuur

Wetenschappelijk

  • Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Van der Pot (bewerkt door D.J. Elzinga, R. de Lange), 15e druk, De Regering, het koningschap, blz 479 t/m 495.

7.

Ontwikkeling artikel

1814

Wanneer bijzondere omstandigheden eenige verandering in de Erfopvolging mogten noodzakelijk maken, is de Souvereine Vorst bevoegd daaromtrent eene wet aan de Staten Generaal voor te dragen.

1815

Wanneer bijzondere omstandigheden eenige verandering in de opvolging van den Troon mogten noodzakelijk maken, is de Koning bevoegd, daaromtrent eene voordragt te doen aan de Staten-Generaal in eene vereenigde zitting van de beide Kamers. In dat geval wordt de Tweede Kamer opgeroepen in dubbelen getale.

1840: art 23
1848

Wanneer bijzondere omstandigheden eenige veranderingen in de opvolging van den troon noodzakelijk maken, is de Koning bevoegd daaromtrent eene voordragt te doen, te behandelen op de wijze, ten aanzien van verandering in de Grondwet, in art. 196, 197 en 199 voorgeschreven.

1887

Wanneer bijzondere omstandigheden eenige verandering in of eenige voorziening omtrent de orde van erfopvolging raadzaam maken, is de Koning bevoegd daaromtrent een voorstel te doen.

De Staten-Generaal, daartoe in dubbelen getale bijeengeroepen, beraadslagen en besluiten daarover in vereenigde vergadering.

1917: art 19
1922

Wanneer vooruitzicht bestaat, dat geen bevoegde opvolger naar de Grondwet aanwezig zal zijn, kan deze worden benoemd bij eene wet, waarvan het ontwerp door den Koning wordt voorgedragen.

De Staten-Generaal, daartoe in dubbelen getale bijeengeroepen, beraadslagen en besluiten daarover in vereenigde vergadering.

1938: art 18, 1948: art 18, 1953: art 18, 1956: art 18, 1963: art 18, 1972: art 18
1983
  • 1. 
    Wanneer vooruitzicht bestaat dat een opvolger zal ontbreken, kan deze worden benoemd bij een wet. Het voorstel wordt door of vanwege de Koning ingediend. Na de indiening van het voorstel worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
  • 2. 
    Indien bij overlijden van de Koning of bij afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt, worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers komen binnen vier maanden na het overlijden of de afstand in verenigde vergadering bijeen ten einde te besluiten omtrent de benoeming van een Koning. Zij kunnen een opvolger alleen benoemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
1987: art 30, 1995: art 30, 1999: art 30, 2000: art 30, 2002: art 30, 2005: art 30, 2006: art 30, 2008: art 30, 2017: art 30, 2018: art 30