Artikel 46: Staatssecretarissen

45
Artikel 46
47
  • 1. 
    Bij koninklijk besluit kunnen staatssecretarissen worden benoemd en ontslagen.
  • 2. 
    Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"
 

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Staatssecretarissen worden op dezelfde manier als ministers tijdens een kabinetsformatie aangezocht en vervolgens benoemd. Staatssecretarissen hebben een eigen politieke verantwoordelijkheid voor het beleidsterrein dat hun formeel door hun minister is aangewezen, maar dat in de praktijk al globaal tijdens de kabinetsformatie wordt bepaald.

De staatssecretaris legt zelfstandig verantwoording af in het parlement. Als het parlement het vertrouwen in een staatssecretaris verliest, zal deze moeten vertrekken. De minister kan dan blijven zitten, hoewel de minister medeverantwoordelijk is.

Omgekeerd biedt een staatssecretaris wel zijn ontslag aan als de minister om welke reden dan ook ontslag neemt. Dit volgt uit het principe dat een minister zelf zou moeten moet kunnen beslissen of en wie hij als staatssecretaris wil hebben.

2.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    De minister-president en de Koning benoemen en ontslaan de staatssecretarissen.
  • 2. 
    Een staatssecretaris kan een minister vervangen, als de minister dat nodig vindt. De minister mag de staatssecretaris dan vertellen wat hij moet doen. De staatssecretaris is zelf verantwoordelijk voor wat hij doet. En de minister is ook verantwoordelijk voor wat de staatssecretaris doet.

Uitleg

In artikel 43 staat dat de formateur beslist wie na de verkiezingen de nieuwe minister-president en de nieuwe ministers worden. Samen met de fractievoorzitters in de Tweede Kamer van de politieke partijen die samen het nieuwe kabinet maken, beslist hij wie de nieuwe staatssecretarissen worden.

Net als de minister-president en de ministers krijgen ze geen arbeidscontract. Dat zij staatssecretaris worden, staat in een koninklijk besluit. De Koning zet zijn handtekening onder het koninklijk besluit. Ook de minister-president zet zijn handtekening. Ook als de staatssecretarissen ontslag krijgen staat dat in een koninklijk besluit.

Een staatssecretaris kan de plaatsvervanger zijn van de minister. Een staatssecretaris vervangt een minister alleen als de minister dat nodig vindt. De minister blijft dan de baas van de staatssecretaris: hij vertelt de staatssecretaris wat hij moet doen.

Meestal verdelen de minister en de staatssecretaris het werk van het ministerie. De staatssecretaris is verantwoordelijk voor zijn eigen werk. Maar de minister blijft de baas. Hij blijft dus ook verantwoordelijk voor wat de staatssecretaris doet.

3.

Achtergronden

Wie waren de jongste en oudste staatssecretarissen, hoeveel vrouwelijke staatssecretarissen waren er en wat waren hun maatschappelijke en bestuurlijke achtergronden? Rondom welke staatssecretarissen speelde er een crisis? De interessante wetenswaardigheden op een rijtje.

4.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Uitvoerend Bewind bedient zig, ter volbrenging zijner verschillende werkzaamheden, van de volgende agt Agenten, als:

Eén van Buitenlandsche Betrekkingen;

Eén van Marine;

Eén van Oorlog;

Eén van Financie;

Eén van Justitie;

Eén van inwendige Policie en toezigt op den staat, van Dijken, Wegen en Wateren;

Eén van Nationaale Opvoeding, waaronder begrepen is de Geneeskundige Staatsregeling, de vorming der Nationaale Zeden, en de bevordering van het openbaar Onderwijs, en van Konsten en Wetenschappen;

Eén van Nationaale Oeconomie, zig uitstrekkende tot Koophandel, Zeevaart, Visscherijen, Fabrieken, Trafieken, Landbouw, en alle andere middelen van bestaan.

1801

Behalven eenen Algemeenen Secretarie, worden aan het Staats-Bewind toegevoegd een Secretaris van Staat voor de Buitenlandsche zaken, drie Secretarissen van Staat voor de zaken van de Marine, van den Oorlog te Lande, en voor de Binnenlandsche, oftewel voor ieder der drie laatstgemelden, ter keuze van het Staats-Bewind, een Raad, uit niet meer dan drie Leden bestaande, en eindelyk een Raad van Finantie van drie Leden met een Thesaurier Generaal.

1805

De Raadpensionaris benoemt voorts een Secretaris van Staat voor de Buitenlandsche Zaken; een Secretaris van Staat voor de Zaken der Marine; een Secretaris van Staat voor de Zaken van Oorlog; een Secretaris van Staat voor de Binnenlandsche Zaken, en een Secretaris van Staat voor de Financiën, met een Raad van Financiën, bestaande uit drie adviserende Leden.

1806

Het Generaal Bestuur des Koningrijks is onder het onmiddelijk toevoorzigt van Ministers van Staat; de Koning benoemt dezelve, en bepaalt hun getal en werkzaamheden.

1814

De Souvereine Vorst stelt ministeriële departementen in, benoemt derzelver hoofden en ontslaat die naar goedvinden.

Hij roept, zulks geraden oordeelende, een of meer derzelver tot bijwoning der deliberatiën van den Raad van State.

Hij vermag wijders eenen Raad van koophandel en van koloniën in te stellen.

1815

De Koning stelt Ministeriële Departementen in, benoemt derzelver Hoofden, en ontslaat die naar welgevallen.

Hij roept, zulks geraden oordeelende, een of meer derzelven, tot bijwoning der deliberatiën in den Raad van State.

1840: art 74
1848

De Koning stelt ministeriële departementen in, benoemt er de hoofden van, en ontslaat die naar welgevallen.

De hoofden der ministeriële departementen zorgen voor de uitvoering der Grondwet en der andere wetten, voor zooverre die van de Kroon afhangt.

Hunne verantwoordelijkheid wordt geregeld door de wet. Alle Koninklijke besluiten en beschikkingen worden door een der hoofden van de ministeriële departementen mede onderteekend.

1887: art 77, 1917: art 77
1922

De Koning stelt ministeriële departementen in, benoemt er de hoofden van, en ontslaat die naar welgevallen.

De hoofden der ministeriële departementen zorgen voor de uitvoering der Grondwet en der andere wetten, voor zooverre die van de Kroon afhangt.

Hunne verantwoordelijkheid wordt geregeld door de wet.

Bij het aanvaarden van hunne betrekking leggen zij in handen van den Koning den volgenden eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan den Koning en aan de Grondwet; ik zweer (beloof) al de plichten, welke het ministerambt mij oplegt, getrouw te zullen vervullen."

"Zoo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat beloof ik!)"

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af :

"Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot Minister te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb."

"Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk."

"Zoo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"

Alle koninklijke besluiten en beschikkingen worden door een der hoofden van de ministerieele departementen medeonderteekend.

1938

De Koning stelt ministerieele departementen in.

Hij benoemt Ministers en ontslaat hen naar welgevallen. Hij kan Ministers benoemen, die niet belast zijn met de leiding van een ministerieel departement.

De Ministers zorgen voor de uitvoering der Grondwet en der andere wetten, voor zooverre die van de Kroon afhangt.

Hunne verantwoordelijkheid wordt geregeld door de wet.

Bij het aanvaarden van hunne betrekking leggen zij in handen van den Koning den volgenden eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan den Koning en aan de Grondwet; ik zweer (beloof) al de plichten, welke het ministerambt mij oplegt, getrouw te zullen vervullen."

"Zoo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat beloof ik!)"

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af :

"Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot Minister te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb."

"Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk."

"Zoo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"

Alle koninklijke besluiten en beschikkingen worden door een der hoofden van de ministerieele departementen medeonderteekend.

1948

De Koning stelt ministeriële departementen in.

Hij benoemt Ministers en ontslaat hen naar welgevallen. Hij kan Ministers benoemen, die niet belast zijn met de leiding van een ministerieel departement. Hij kan voor een departement een of meer Staatssecretarissen benoemen, die in alle gevallen waarin de Minister, hoofd van het departement, zulks nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen in diens plaats als Minister optreden. De Staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de Minister, hoofd van het departement. Op hem is van overeenkomstige toepassing hetgeen omtrent Ministers is bepaald in dit artikel en in de artikelen 55, 97, 99, 100, 113 en 171.

De Ministers zorgen voor de uitvoering der Grondwet en der andere wetten, voor zoverre die van de Kroon afhangt.

Hun verantwoordelijkheid wordt geregeld door de wet.

Bij het aanvaarden van hun betrekking leggen zij in handen van de Koning de volgende eed of belofte af:

"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning en aan de Grondwet; ik zweer (beloof) al de plichten, welke het ministerambt mij oplegt, getrouw te zullen vervullen."

"Zo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat beloof ik!)"

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij de volgende eed (verklaring en belofte) van zuivering af :

"Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot Minister te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of gegeven heb."

"Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk."

"Zo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)"

Alle koninklijke besluiten en beschikkingen worden door één of meer van de Ministers medeondertekend.

1953: art 86, 1956: art 86, 1963: art 86, 1972: art 86
1983
  • 1. 
    Bij koninklijk besluit kunnen staatssecretarissen worden benoemd en ontslagen.
  • 2. 
    Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.
1987: art 46, 1995: art 46, 1999: art 46, 2000: art 46, 2002: art 46, 2005: art 46, 2006: art 46, 2008: art 46, 2017: art 46