Artikel 39: Tractaten

38
Artikel 39
40

Het Staats-Bewind sluit alle Tractaten, het zy van Vrede, Alliantie, Neutraliteit, Koophandel of andere, doch niet dan onder opvolgende bekrachtiging van het Wetgevend Lichaam, met uitzondering echter van zodanige geheime Articulen, als by dezelve Tractaten gevoegd zouden mogen worden, mits dezelve niet strydig zyn, met de openbare Articulen of plaatshebbende Tractaten, en niet strekken tot afstand van eenig Grondgebied der Republiek. Ten aanzien van het verklaren van Oorlog mag hetzelve geen Besluit nemen, zonder Decreet van het Wetgevend Lichaam.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Aan dit Lichaam behoort, uitsluitender wijze:

  • a. 
    De Magt van Wetgeving, benevens het verklaren, verbeteren, opschorten en afschaffen der Wetten, alles naar en behoudens het voorschrift der Staatsregeling.
  • e. 
    Het toestaan van verblijf of doortogt aan vreemde Troepen op of over het grondgebied der Republiek, benevens de toelating van vreemde Zeemagt of gewaapende Scheepen in derzelver Havens, beiden op voordragt van het Uitvoerend Bewind.
  • h. 
    Het beëordeelen en vaststellen der jaarlijksche begrootingen van Staatsuitgaven, zoo gewoone als buitengewoone, en het aan zig doen verändwoorden van zoodanige sommen, als het Uitvoerend Bewind, geduurende het afgelopen jaar uit 's Lands Kas ontvangen en uitgegeven heeft.
  • k. 
    Het bepaalen der Tractementen, Defroijementen, en andere toelagen van alle Ambtenaren, zoo Burgerlijke als Militaire, op voordragt van het Uitvoerend Bewind, voor zoo veel dezelven bij de Staatsregeling niet bepaald zijn.
  • m. 
    Het, des nodig, maaken van nieuwe Ambten, zoo Burgerlijke als Militaire, met bepaaling van derzelver Tractementen en Voordeelen, op voordragt van het Uitvoerend Bewind.
  • p. 
    Het vaststellen van eenen algemeenen voet op het werk der Posterijen, door de geheele Republiek, en het bepaalen van algemeene voorzieningen dien aangaande.
  • q. 
    Het verleenen van gratie, na ingenomen consideratiën, en op gunstig bericht van den Regter, aan wien de zaak behoort.
  • r. 
    Het toestaan van remissie van gratie aan Schuldenaaren van den Staat.
  • s. 
    Het toeleggen van belooningen, en verleenen van van Pensioenen, op voordragt van het Uitvoerend Bewind, mids volgende het voorschrift art. 57 en 58 der Burgerlijke en Staatkundige Grondregelen.
  • t. 
    Eindelijk, het bepaalen en regelen van alles, waarin door de Staatsregeling, en de voorhanden zijnde Wetten, niet mogt voorzien zijn.
1801

Het Staats-Bewind sluit alle Tractaten, het zy van Vrede, Alliantie, Neutraliteit, Koophandel of andere, doch niet dan onder opvolgende bekrachtiging van het Wetgevend Lichaam, met uitzondering echter van zodanige geheime Articulen, als by dezelve Tractaten gevoegd zouden mogen worden, mits dezelve niet strydig zyn, met de openbare Articulen of plaatshebbende Tractaten, en niet strekken tot afstand van eenig Grondgebied der Republiek. Ten aanzien van het verklaren van Oorlog mag hetzelve geen Besluit nemen, zonder Decreet van het Wetgevend Lichaam.

1805

Het regt van bekrachtiging van Tractaten van Vrede, Alliantie en Koophandel, behoort bij uitsluiting aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden. De geheime Artikelen, tot zoodanig een tractaat behoorende, zijn aan deze bekrachtiging niet onderworpen. Deze geheime Artikelen mogen echter niet strijdig zijn met de openbare Artikelen, niet strekken tot afstand van eenig grondgebied van het Bataafsch Gemeenebest.

1806

De Koning bekrachtigt alle Tractaten en Overeenkomsten met vreemde Mogendheden. Dezelve worden als Wetten afgekondigd, na door den Koning aan de Vergadering van Hun Hoog Mogenden te zijn mede gedeeld.

De geheime artikelen zijn onder deze mededeeling niet begrepen: zij mogen echter niet strijdig zijn met de openbare Artikelen.

1814

Aan Hem alleen is, behoudens de kennisgeving daarvan aan de Staten Generaal, opgedragen het regt, om alle verbonden en verdragen te doen sluiten en te bekrachtigen; aan Hem behoort dienvolgens het bestuur der buitenlandsche betrekkingen mitsgaders het benoemen en herroepen van Gezanten en Consuls.

1815

De Koning heeft het bestuur der buitenlandsche betrekkingen. Hij benoemt en herroept de Gezanten en Consuls.

1840: art 55
1848

De Koning heeft het opperbestuur der buitenlandsche betrekkingen.

1887: art 57, 1917: art 57, 1922: art 56, 1938: art 58, 1948: art 58
1953

De Koning heeft het opperbestuur der buitenlandse betrekkingen.

Hij bevordert de ontwikkeling der internationale rechtsorde.

1956: art 58, 1963: art 58, 1972: art 58
1983

De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

1987: art 90, 1995: art 90, 1999: art 90, 2000: art 90, 2002: art 90, 2005: art 90, 2006: art 90, 2008: art 90, 2017: art 90