Artikel 64: Geen bevoegdheid tot heffen van Departementale Belastingen

63
Artikel 64
65

De Departementale Besturen zijn niet bevoegd tot het heffen van Departementale Belastingen, dan na alvorens daartoe te zijn geautoriseerd door een Besluit van Hun Hoog Mogenden, genomen op eene stellige en uitdrukkelijke Voordragt van den Raadpensionaris.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Ten dien einde, zend elk Departementaal Bestuur, jaarlijks, met den aanvang der Maand September, aan het Uitvoerend Bewind eene specifieke begrooting der kosten voor het volgend Jaar.

1801

Tot goedmaking der bovengemelde gewone kosten, zal ten spoedigsten door ieder Departementaal Bestuur eene begrooting derzelve aan het Staats-Bewind worden voorgedragen, alsmede welke Artikelen der thans in hetzelve Departement gelieven wordende Belastingen voortaan tot styving van dezelve kosten in de Kas van het zelve zouden behoren te worden gestort, en in het vervolg als Departementale Belastingen aangemerkt. Ingevalle deze in vervolg van tijd niet toereikende gevonden mogten worden, draagt het Departement, achtervolgens Art. 58, nieuwe Departementale Belastingen voor, welke echter niet zullen mogen gelegd worden op den doorvoer door, den uitvoer naar, of den invoer uit eenig Departement. Zullende mede de voortbrengzelen van den grond of de nyverheid van andere Departementen nimmer mogen worden bezwaard, boven-die van het Departement zelve, alwaar de belasting geheven wordt.

1805

De Departementale Besturen zijn niet bevoegd tot het heffen van Departementale Belastingen, dan na alvorens daartoe te zijn geautoriseerd door een Besluit van Hun Hoog Mogenden, genomen op eene stellige en uitdrukkelijke Voordragt van den Raadpensionaris.