Artikel 76: Speciaal toezigt over Geregtshoven

75
Artikel 76
77

Het Nationaal Geregtshof heeft speciaal toezigt over de Geregtshoven en Regtbanken in het Koningrijk; het kan derzelver Vonnissen en Handelingen, voor zoo verre deze met de Wetten, aangaande de administratie der Justitie, en de form van Regtspleging strijdig zijn, schorsen en vernietigen; hetzelve zal echter nimmer bevoegd zijn, zich in de heoordeeling der zaak zelve intelaten.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

In geval van misdrijf, schorst de voornoemde Agent het Vonnis, en draagt zijne aanklagt voor aan het Vertegenwoordigend Lichaam, met eisch van regtsvervolging.

1801

Hetzelve heeft het speciaal toezigt over de Gerechtshoven en Rechtbanken in de Bataafsche Republiek. Het kan derzelver Vonnissen en handelingen voorzooverre deze met de Wetten aangaande de administratie van Justitie en de form van Rechtspleging strydig zyn, schorsen en vernietigen; en reden tot aanklagt vindende, den publieken Aanklager gelasten, het recht van het Bataafsche Volk waar te nemen; hetzelve zal echter nimmer bevoegd zyn, zich in de beëordeeling der zaak zelve in te laten.

1805

Het Nationaal Geregtshof heeft het speciaal toezigt over de Geregtshoven en Regtbanken in het Bataafsch Gemeenebest. Het kan derzelver vonnissen en handelingen, voor zoo verre deze met de Wetten aangaande de administratie der Justitie, en de form van Regtspleging strijdig zijn, schorsen en vernietigen; hetzelve zal echter nimmer bevoegd zijn zich in de beoordeeling der zaak zelve intelaten.

1806

Het Nationaal Geregtshof heeft speciaal toezigt over de Geregtshoven en Regtbanken in het Koningrijk; het kan derzelver Vonnissen en Handelingen, voor zoo verre deze met de Wetten, aangaande de administratie der Justitie, en de form van Regtspleging strijdig zijn, schorsen en vernietigen; hetzelve zal echter nimmer bevoegd zijn, zich in de heoordeeling der zaak zelve intelaten.

1814

De Hooge Raad heeft het toezigt op den geregelden loop en de afdoening der regtsgedingen; op de nakoming van de wetten, betreffende de administratie der Justitie en den vorm van regtspleging bij alle Hoven, Regtbanken en Regters, en kan derzelver handelingen, dispositiën en vonnissen, daarmede openlijk strijdig, vernietigen en buiten effect stellen, zonder zich nogtans in de beoordeeling der zaken intelaten.

1815

De Hooge Raad heeft het toezigt op den geregelden loop en de afdoening van regtsgedingen, mitsgaders op de nakoming der wetten bij alle hoven en regtbanken, en kan derzelver handelingen, dispositiën en vonnissen, daarmede strijdig, vernietigen en buiten effect stellen, volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken.

1840: art 178, 1848: art 162
1887

De Hooge Raad heeft het toezigt op den geregelden loop en de afdoening van regtsgedingen, alsmede op het nakomen der wetten door de leden der regterlijke magt.

Hij kan hunne handelingen, beschikkingen en vonnissen, wanneer die met de wetten strijdig zijn, vernietigen en buiten werking stellen volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken, en behoudens de door de wet te stellen uitzonderingen.

De overige bevoegdheden van den Hoogen Raad worden geregeld bij de wet.

1917: art 165
1922

De Hooge Raad heeft het toezicht op den geregelden loop en de afdoening van rechtsgedingen, alsmede op het nakomen der wetten door de leden der rechterlijke macht en door de personen, bedoeld aan het slot van artikel 156.

Hij kan hunne handelingen, beschikkingen en vonnissen, wanneer die met de wetten strijdig zijn, vernietigen en buiten werking stellen volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken, en behoudens de door de wet te stellen uitzonderingen.

De overige bevoegdheden van den Hoogen Raad worden geregeld bij de wet.

1938: art 172, 1948: art 172, 1953: art 179, 1956: art 179, 1963: art 179, 1972: art 179