Artikel 120: Formulieren waarmee Koning wetsvoorstel goed- of afkeurt

119
Artikel 120
121

De Koning doet de Staten-Generaal zoo spoedig mogelijk kennis dragen of hij een voorstel van Wet, door hen aangenomen, al dan niet goedkeurt. Die kennisgeving geschiedt met een der volgende formulieren:

"De Koning bewilligt in het voorstel."

of: "De Koning houdt het voorstel in overweging."

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Het Formulier, waarvan zich het Uitvoerend Bewind bedient, bij het terugzenden van eene Wet aan de Tweede Kamer ( Akte van Staatsregeling, Art. 104), is dit:

"Dewijl de form, bij de Staatsregeling voorgeschreven, aan deze Wet ontbreekt, vermag het Uitvoerend Bewind dezelve niet te doen afkondigen."

1815

Wanneer de Koning het voorstel van de Staten-Generaal aanneemt, wordt zulks in de volgende bewoordingen uitgedrukt:

"De Koning bewilligt in het voorstel."

Zoo de Koning het niet aanneemt, wordt zulks op deze wijze te kennen gegeven:

"De Koning houdt het voorstel in overweging."

1840: art 119
1848

De Koning doet de Staten-Generaal zoo spoedig mogelijk kennis dragen of hij een voorstel van Wet, door hen aangenomen, al dan niet goedkeurt. Die kennisgeving geschiedt met een der volgende formulieren:

"De Koning bewilligt in het voorstel."

of: "De Koning houdt het voorstel in overweging."

1887: art 120, 1917: art 120, 1922: art 121, 1938: art 123, 1948: art 123, 1953: art 130, 1956: art 130, 1963: art 130, 1972: art 130