Artikel 33: Minimum leeftijd uitoefening koninklijk gezag

32
Artikel 33
34

De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit, nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

1.

Ontwikkeling artikel

1806

Ingeval van minderjarigheid, behoort het Regentschap van regtswege aan de Koningin.

Bij ontstentenis van Hoogstdezelve, wordt de Regent van het Koningrijk door den Keizer der Franschen, in hoedanigheid van altoosdurend Opperhoofd der Keizerlijke Famille benoemd, uit de Prinsen van den Bloede, en bij ontstentenis uit de Nationalen.

De minderjarigheid der Koningen eindigt met den vollen ouderdom van achttien jaren.

1814

De Souvereine Vorst is meerderjarig, als Zijn achttiende jaar vervuld is.

1815: art 38, 1840: art 37, 1848: art 34
1887

De Koning is meerderjarig als zijn achttiende jaar vervuld is.

Hetzelfde geldt van den Prins van Oranje, ingeval deze Regent worden.

1917: art 31
1922

De Koning is meerderjarig als zijn achttiende jaar vervuld is.

Hetzelfde geldt van den Prins van Oranje en van de dochter des Konings, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, ingeval deze Regent worden.

1938: art 31, 1948: art 31, 1953: art 31, 1956: art 31, 1963: art 31, 1972: art 31
1983

De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit, nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

1987: art 33, 1995: art 33, 1999: art 33, 2000: art 33, 2002: art 33, 2005: art 33, 2006: art 33, 2008: art 33, 2017: art 33, 2018: art 33