Artikel 124: Autonomie; medebewind

123
Artikel 124
125
  • 1. 
    Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten.
  • 2. 
    Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet.

In andere talen:

English "English"
Français "Français"
Deutsch "Deutsch"
Español "Español"

Inhoudsopgave van deze pagina:

1.

Toelichting

Provincies en gemeenten zijn bestuurslagen met zelfstandige bevoegdheden. Zij zijn bevoegd taken op zich te nemen die te maken hebben met het bestuur en beleid van de provincie of gemeente, tenzij dit beleid in strijd is met wettelijke regels. Daarnaast kan in een wet bepaald worden dat in opdracht van de in die wet genoemde instanties, provinciale en gemeentelijke besturen mee moeten werken bij regeling en bestuur.

Hoe het bestuur van provincies en gemeenten zijn georganiseerd, staat in de wet: de Provinciewet en de Gemeentewet.

2.

Formele toelichting

Artikel 124 is een van de belangrijkste bepalingen van hoofdstuk 7. In dit artikel is vastgelegd dat provincies en gemeenten lichamen met autonome bevoegdheden zijn.

Ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn provincies en gemeenten vrij om alle taken inzake hun huishouding ter hand te nemen, mits zij daardoor niet in strijd handelen met wettelijke voorschriften van hogere orde.

Het tweede lid geeft de bevoegdheid om regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten bij of krachtens de wet te vorderen.

3.

In eenvoudig Nederlands

  • 1. 
    De besturen van de provincies en gemeenten beslissen zelf wat ze doen en welke regels ze maken op hun eigen gebied.
  • 2. 
    De regering en de Eerste en Tweede Kamer kunnen tegen provincies en gemeenten zeggen wat ze moeten doen. De provincie kan ook tegen gemeenten zeggen wat ze moeten doen. Hoe dit moet, staat in de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit mag doen.

Uitleg

De regering en de Eerste en Tweede Kamer zijn in Nederland de baas. We noemen dit de rijksoverheid. De rijksoverheid is de hoogste overheid. Provincies en gemeenten zijn lagere overheden.

In dit artikel staat dat de besturen van provincies en gemeenten toch zelf mogen beslissen wat ze doen. Ook al is rijksoverheid de hoogste overheid, de provincies en gemeenten zijn hun eigen baas op hun eigen grondgebied. En ze mogen alleen maar regels maken voor het gebied waarop de provincie of de gemeente de baas is. Ze mogen natuurlijk geen regels maken voor wat mensen in hun eigen huis doen.

Soms vinden de regering en de Eerste en Tweede Kamer iets zo belangrijk dat ze vinden dat de rijksoverheid tegen provincies en gemeenten mag zeggen wat ze moeten doen. Dit heet medebewind: de provincie of de gemeente moeten dan een regel van de regering uitvoeren. Een voorbeeld is het onderwijs: de rijksoverheid maakt veel regels voor het onderwijs in gemeenten, omdat de regering en de Eerste en Tweede Kamer vinden dat alle inwoners van ons land goed onderwijs moeten krijgen.

De provincie is een hogere overheid dan de gemeente. De provincie mag daarom ook soms tegen gemeenten zeggen wat ze moeten doen. In de Provinciewet en de Gemeentewet staan hiervoor de regels.

4.

Praktijkvragen

Via de Rijksoverheid komen veel vragen over binnen, zoals:

Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).

5.

Ontwikkeling artikel

1801

Dezelve hebben de beschikking over alles, wat tot de gewone Inwendige Politie, Oekonomie en Finantie van het Departement behoort, en vermogen daaromtrent Statuten, Keuren, Reglementen en Ordonnantiën te arresteeren, mits dezelve niet strydig zyn met de algemeene Wetten. Dezelve verleenen ook, naar bevind van zaken, aan minderjarigen, brieven van Venia Ætatis.

1814

Aan gemelde Staten wordt geheel en al overgelaten de beschikking en beslissing van alles, wat tot de gewone inwendige politie en oeconomie behoort.

Zij maken hieromtrent, alsmede ten aanzien van het aanstellen van ambtenaren of het inleveren van nominatiën tot ambten, zoodanige ordonnantiën en reglementen, als zij ten meesten nutte hunner Ingezetenen oorbaar achten, behoudens deze grondwet, en onder goedkeuring van den Souvereinen Vorst.

1815: art 146, 1840: art 144
1848

Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van het provinciaal huishouden door de wet overgelaten.

Behoudens de voorschriften in art. 129 moeten alle zoodanige reglementen en verordeningen, als zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen te maken, aan de goedkeuring van den Koning worden onderworpen.

Zij zorgen dat de doorvoer, en de uitvoer naar en invoer uit andere provinciën geene belemmering ondergaan.

1887

Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belang noodig oordeelen.

Die verordeningen behoeven de goedkeuring des Konings; deze kan niet worden geweigerd dan bij een met redenen omkleed besluit, den Raad van State gehoord.

1917: art 134, 1922: art 134, 1938: art 136, 1948: art 136, 1953: art 143
1956

Aan de Staten wordt de regeling en het bestuur van de huishouding der provincie overgelaten.

Zij maken de verordeningen, die zij voor het provinciaal belang nodig oordelen.

1963: art 143, 1972: art 143
1983
  • 1. 
    Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten.
  • 2. 
    Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet.
1987: art 124, 1995: art 124, 1999: art 124, 2000: art 124, 2002: art 124, 2005: art 124, 2006: art 124, 2008: art 124, 2017: art 124