Artikel 108: - Vervallen -

107
Artikel 108
109

Vervallen bij rijkswet van 25 februari 1999.

1.

Ontwikkeling artikel

1798

Ieder Burger heeft het onvervreemdbaar regt, om eene schriftelijke en eigenhandig onderteekende aanklagt te doen tegen zoodanigen zijner Medeburgers, het zij Ambtelozen of Ambtenaren, Geconstitueerde Magten, of bijzondere Leden van dien, door welken hij oordeelt dat de Wetten, hetzij ten zijnen bijzonderen nadeele, of ten nadeele der Maatschappij, geschonden zijn, mids bij zoodanige Magt, als in dezen bevoegd zal zijn, en overeenkomstig de wijze, door de Burgerlijke wet voorgeschreven. In geval van laster, zal hij onderworpen zijn aan de straffen, door de Wet ten dezen opzichte bepaald.

1801

Behalven den gewonen Publieken Aanklager worden by dit Gerechtshof aangesteld drie Nationale Procureurs of Syndici, voor de eerstemaal te benoemen op dezelfde wyze, als omtrent de verkiezing der Leden van het Gerechtshof by Art. 89 is bepaald; dezelve zullen moeten zyn Meesters in de Rechten, en voorts de vereischten bezitten, by Art. 29 voorgeschreven.

Deze drie Personen zullen te samen uitmaken het Nationaal Syndicaat. Ingeval van vacature zal door het Nationaal Gerechtshof eene nominatie worden gemaakt van drie Personen, uit welk de keuze van een nieuw Lid door het Wetgevend Lichaam zal geschieden.

Het Nationaal Syndicaat surveilleert alle Collegiën en Magistraten, Nationale en Departementale of andere Geconstitueerde Autoriteiten, Rechtbanken of Amptenaren , en ziet toe of dezelve ook iets verrichten, strydig met de Constitutie of vastgestelde Wetten, en neemt alle klagten deswegens aan om op dezelve te inquireeren. Zo er reden van beschuldiging door hetzelve wordt geoordeeld te zyn, institueert hetzelve zyne aanklagt, bepleit dezelve voor het Nationaal Gerechtshof, hetwelk uitspraak doet zonder hooger beroep ingeval van vryspraak; doch by condemnatie wordt, op begeerte van den Aangeklaagden, het vonnis gerevideerd door het Nationaal Gerechtshof, met adjunctie van vier Leden uit de Gerechtshoven door den Gecondemneerden zelven te benoemen. De Aangeklaagden kunnen hunne zaak laten verdedigen, zoo ter eerste instantie als in revisie door zodanige Pleitbezorgeren, als zy zelven verkiezen. Alle magt en gezag van den Aangeklaagden wordt door de aanklagt dadelyk gesuspendeerd, uitgezonderd der Vergadering van het Wetgevend Lichaam of van het Staats-Bewind.

1983
  • 1. 
    De wet stelt regels omtrent de instelling, bevoegdheid en werkwijze van een of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsgedragingen.
  • 2. 
    Strekt de werkzaamheid zich uit tot gedragingen van de rijksoverheid, dan geschiedt benoeming door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ontslag kan plaatsvinden in gevallen bij de wet aangewezen.
1987: art 108, 1995: art 108
2000

Vervallen bij rijkswet van 25 februari 1999.

2002: art 108, 2005: art 108, 2006: art 108, 2008: art 108, 2017: art 108, 2018: art 108